Meer vrouwen in de absolute academische top

Naar aanleiding van een wetenschappelijke missie naar Zweden en Finland, gidslanden in technologische ontwikkeling en kennis, kondigde minister Lieten vorige week in de Corelio-kranten aan dat Vlaanderen op innovatief vlak af moet van het hokjesdenken en meer vrouwelijk talent naar de top moet loodsen. Daarom wil zij in haar innovatiepolitiek inzetten op vrouwen.

Naar aanleiding van een wetenschappelijke missie naar Zweden en Finland, gidslanden in technologische ontwikkeling en kennis, kondigde minister Lieten vorige week in de Corelio-kranten aan dat Vlaanderen op innovatief vlak af moet van het hokjesdenken en meer vrouwelijk talent naar de top moet loodsen. Daarom wil zij in haar innovatiepolitiek inzetten op vrouwen.

Vlaanderen wil een kenniseconomie zijn, maar verspilt te veel vrouwelijk hooggeschoold talent. Daarover ben ik het roerend met u eens. Op dit ogenblik zijn 6 op de 10 universiteitsstudenten vrouwen, tegenover maar 1 op de 5 professoren. Lieten zei in de krant: “Wie mama wil worden, ziet haar carrière gefnuikt.” Zij wil daar verandering in brengen en stelt dat u tegen 2014 minstens 40 vrouwen wilt zien doorstoten tot de absolute top van de academische wereld. Hiervoor trekt u 3 miljoen euro uit.

Ann Brusseel: "Ik ben uiteraard tevreden met deze doelstelling. Onlangs werd nog maar eens bewezen dat het vrouwelijk talent echt wel aanwezig is in Vlaanderen. Bovendien wordt dat internationaal opgemerkt. Maar liefst twee Vlaamse onderzoeksters vielen in de prijzen op de European Inventor Award: Christine Van Broeckhoven voor haar onderzoek en ontwikkeling rond de ziekte van Alzheimer, en Ann Lambrechts voor haar ontwikkelingen van de Dramix-staalvezel, die beton nog gewapender maakt en zo nieuwe mogelijkheden creëert voor architecten en bouwkundig ingenieurs.

In de praktijk blijkt het echter niet zo eenvoudig te zijn voor vrouwen om door te stoten tot de hoogste regionen van de academische wereld. Ik stelde hierover reeds eerder een vraag aan de minister van Gelijke Kansen, minister Smet, namelijk in de schriftelijke vraag nummer 171 van 8 februari 2010. Uit het antwoord van minister Smet bleek toen dat een gebrek aan juiste informatie, steun en begeleiding vaak de belangrijkste oorzaak is van het moeizame loopbaanverloop bij vrouwelijke academici. Daarnaast spelen het mannelijke onderzoeksklimaat en de combinatie van werk en gezin ook een belangrijke rol.

Minister, welk is uw concreet plan van aanpak om ervoor te zorgen dat tegen 2014 minstens 40 vrouwen doorstoten tot de absolute top van de academische wereld? Hebt u reeds projecten of maatregelen vastgelegd? Hebt u een tijdspad vastgelegd? Hoe staat die 3 miljoen euro ingeschreven op de begroting? Hoe komt u aan het cijfer van 40 extra vrouwelijke professoren? Ik las dat het ging over minstens 10 professoren per jaar, maar had hier graag wat meer informatie over gekregen. Welke acties plant u om de gekende knelpunten weg te werken? Hebt u hierover overleg gepleegd met minister Smet? Indien ja, krijg ik graag een toelichting over dat overleg. Indien neen, waarom niet?"

Minister Lieten antwoordde dat bij de begrotingscontrole 2011 reeds 3,5 miljoen euro werd voorzien voor ‘tenure track’-mandaten met speciale aandacht voor vrouwen. De minister wil dat voor het einde van 2011 de ‘tenure track’-regelgeving is aangepast en in de mogelijkheid voorziet om onder meer de termijn van de mandaten te verlengen na een time-out, bijvoorbeeld door zwangerschap of door langdurige ziekte. In het najaar van 2011 wil Lieten beginnen met de voorbereiding van een specifiek financieringsprogramma voor vrouwelijke ‘tenure tracks’. Daarnaast wil Lieten het BOF-besluit in 2012 aanpassen.

Ingrid Lieten: "De 3,5 miljoen euro extra staat ingeschreven op begrotingspost EE146 4100 ‘Bijzondere onderzoeksfondsen voor de financiering van een tenure track-stelsel aan de universiteiten’. Daar vindt u dat geld. Het volledige aantal ‘tenure tracks’ aan onze universiteiten bedraagt momenteel 135, waarvan 44 voor vrouwen. We kunnen dus inderdaad nog een stukje van de achterstand wegwerken. Met het voorziene budget van 3,5 miljoen per jaar kunnen we jaarlijks ongeveer tien vrouwelijke ‘tenure tracks’ extra aanwerven. Over een looptijd van vier jaar zou dat betekenen dat we veertig bijkomende vrouwelijke professoren kunnen tewerkstellen."

Daarnaast wil de minister ook een aantal andere maatregelen versterken. Er is een werkgroep mee bezig en die zal een aantal voorstellen doen.

Ann Brusseel : "Naast de tenure-track regeling bekijkt een werkgroep momenteel welke andere acties, maatregelen en projecten kunnen bijdragen tot meer vrouwen aan de top van de academische wereld. Ik zal dit zeker verder blijven opvolgen en kijk uit naar de verdere maatregelen en de vervrouwelijking van de academische top."

Lees hier het volledig verslag van deze parlementaire vraag.