Leraren keren school al snel de rug toe

Lerarenuitstroom

Een derde van de leraars in het kleuter- en lager onderwijs stapt binnen de vijf jaar uit het onderwijs.  In 2008 beperkte het cijfer zich nog tot een op de vier jonge onderwijzers die er binnen de vijf jaar de brui aan gaf. Dat cijfer is dus een stijging. In het middelbaar blijft het cijfer stabiel.

Lerarenuitstroom

Een derde van de leraars in het kleuter- en lager onderwijs stapt binnen de vijf jaar uit het onderwijs.  In 2008 beperkte het cijfer zich nog tot een op de vier jonge onderwijzers die er binnen de vijf jaar de brui aan gaf. Dat cijfer is dus een stijging. In het middelbaar blijft het cijfer stabiel.

Volgens Ann Martin, coördinator van School of Education, een samenwerkingsverband van verschillende lerarenopleidingen, speelt vooral de werkonzekerheid mee. Er worden ook nog andere redenen aangehaald. Zo zouden de leerkrachten onvoldoende voorbereid zijn op de vele administratieve taken, op het gebrek aan discipline, op de vele contacten met de ouders.

In het kader van de discussie rond de lerarenuitstroom en de knelpunten binnen het lerarenberoep stelde Ann Brusseel het systeem van de vaste benoeming in vraag en kwam zij tussen over de vervrouwelijking van het beroep, het evaluatiesysteem in het onderwijs, de professionalisering van de directie en de volatiliteit van bepaalde sectoren op de arbeidsmarkt.

Vaste benoemingen

Ann Brusseel: "Ik wil het ook graag even hebben over het systeem van de vaste benoemingen. Dat wordt blijkbaar niet in vraag gesteld. Als men dan naar andere maatregelen vraagt, moet men er zich bewust van zijn dat dit de transparantie in het onderwijs niet zal bevorderen. Bijgevolg zal dat voor de werknemers in de onderwijssector ook niet motiverend zijn.

Een van de problemen in het onderwijs is precies de massa aan regels en statuten. Ik zie niet in hoe u naar een transparante, correcte en rechtvaardige manier van organiseren voor het personeel kunt gaan als u niet aan die vaste benoemingen wilt raken. Vaste benoemingen zijn niet meer van deze tijd. We moeten gaan naar een systeem dat beloont wie goed is, sanctioneert wie niet goed is, op weg helpt wie beter kan worden. We moeten naar een systeem dat flexibel is voor wie al een hele loopbaan achter de rug heeft en te kennen geeft dat hij of zij wel expertise heeft en zin heeft om voor de klas te staan, maar wel op een andere manier dan toen hij of zij jonger was.

We moeten ook kijken naar de instroom, dat heb ik hier nog niet gehoord. Ik denk dat die voor een deel ook de snelle uitstroom verklaart. Was er vroeger geen bewustere keuze voor die jobs, mede bepaald door de maatschappelijke waardering voor onderwijs? Was de instroom van jonge leerkrachten vroeger niet van een beter niveau dan vandaag? Zitten we met een teveel aan taken, zoals de voorzitter daarnet zei? De administratieve last en de juridisering van ons onderwijs is de leerkrachten in die mate aan het vermoeien en aan het pesten, dat ze er effectief snel de brui aan geven.

Er is nood aan een degelijk statuut, degelijke didactische ondersteuning en een waardering voor het beroep. Dan komen we er wel. Als je de sokkel wilt houden, waar de kern van het probleem al in zit, is dat helemaal niet bevorderlijk voor het systeem. Dat je namelijk benoemd kunt worden en daarna mag stilvallen. Dat je eeuwig in een ratrace naar die benoeming kunt zitten, zonder de garantie dat je die kunt krijgen."

Vervrouwelijking

Ann Brusseel: "Ik wil het even hebben over de vervrouwelijking, die al ter sprake is gekomen. Ik vind dat een belangrijk aspect van de discussie. We mogen ons niet blind staren op één aspect, namelijk het loon. Er zijn meerdere redenen waarom vrouwen nog altijd eerder geneigd zijn naar een bepaalde sector te gaan dan naar een andere. Het is waar dat veel vrouwen – en volgens mij ligt dat aan conditionering en zit het niet in onze genen, maar dat is een andere discussie – misschien minder gericht zijn op het loon en minder de maatschappelijke waardering voor het beroep als druk ervaren. Maar we moeten eerlijk zijn – en het is absoluut geen compliment voor vrouwen – dat vrouwen vaak geneigd zijn om op een bepaalde leeftijd pragmatische keuzes te maken en niet te kiezen uit passie of op basis van hun talent. Ze kiezen voor een job die perfect de combinatie arbeid en gezin mogelijk maakt.

We moeten vanuit het onderwijs ook werken om van die houding af te geraken. Die houding is niet bepaald gezond. Ten eerste omdat iedereen die aan een gezinsleven begint – mama en papa, vrouw en man –, zich bij dat gezin betrokken zou moeten voelen en de mogelijkheid zou moeten krijgen om dat gezinsleven ten volle te kunnen beleven en daarvoor te doen wat moet gedaan worden.

Het is vervelend dat in onze maatschappij de ene sector volledig beslag legt op mensen en geen respect heeft voor hun privéleven en dat de andere sector dan helemaal moet plooien naar het belang dat mensen hechten aan hun privéleven. Vrouwen moeten eens beginnen met keuzes te maken – ook studiekeuzes – vanuit hun passie, vanuit hun talent en niet vanuit hun bezorgdheid of de was en de plas wel zal gedaan zijn. (Opmerkingen)

Ik denk dat we in dat debat allemaal een rol te spelen hebben. We komen in een vicieuze cirkel terecht, want als mannen doorhebben dat een bepaalde sector door vrouwen wordt gedomineerd, dan voelen ze al dat de maatschappelijke waardering daalt – helaas en onterecht – en zijn ze ook minder geneigd om die keuze te maken. Dat is een maatschappelijk probleem. Het is niet alleen een kwestie van onderwijs en het zal niet op te lossen zijn met alleen de lonen te verhogen."

Evaluatiesysteem

Ann Brusseel: "Het is heel belangrijk om van het onderwijs een serieuze job te maken, waar je geëvalueerd wordt op basis van je inzet en niet op basis van je aanwezigheid. Dat moet u ook tegen de vakbonden durven te zeggen. Als u aan de vakbonden zegt dat u aan bepaalde statuten niet wilt tornen, dan moet u daartegenover kunnen stellen dat er meer eisen mogen worden gesteld op inhoudelijk vlak."

Professionalisering van de directie

Ann Brusseel: "Over de professionalisering van de directie hebt u overschot van gelijk. Ik steun u daar helemaal in, maar het moet nog strikter kunnen. Het is veel te vrijblijvend. Er zal nog jaren een oude managementcultuur blijven, want de huidige directies komen nog veel te vaak uit het lerarenkorps van de school waar ze leraar geweest zijn. Dat is absoluut zeer nefast."

Volatiliteit binnen arbeidsmarkt

Ann Brusseel: "Mevrouw Deckx, wat de volatiliteit van bepaalde sectoren betreft op de arbeidsmarkt, hebt u niet helemaal ongelijk, maar zoveel sectoren zijn daardoor getroffen. We kunnen eens nagaan wat er bij andere knelpuntberoepen wordt gedaan. Ik denk niet dat het geldt voor wie bewust gekozen heeft voor basis- of lager secundair onderwijs, want die opleiding is toch wel heel erg gericht. Het zijn professionele bachelors. Veel licentiaten zijn volatiel geweest in hun keuze voor het onderwijs. Toen ze gingen studeren, was het niet hun eerste keuze om in het onderwijs terecht te komen. Maar dat het zich ook voordoet in het basisonderwijs, is toch wel een teken aan de wand."

Lees hier het volledig verslag van de discussie in de commissie onderwijs van 25 januari 2011 over de lerarenuitval en andere knelpunten binnen het lerarenberoep.