Leerachterstand Brussel

Problematiek leerachterstand Brussel

Het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn bracht onlangs een rapport uit, waaruit blijkt dat de helft van alle Brusselse leerlingen in het eerste jaar secundair onderwijs minstens één jaar leerachterstand hebben. Uit de statistieken blijkt ook dat jongens het minder goed doen dan meisjes. De cijfers verschillen van gemeente tot gemeente.

Problematiek leerachterstand Brussel

Het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn bracht onlangs een rapport uit, waaruit blijkt dat de helft van alle Brusselse leerlingen in het eerste jaar secundair onderwijs minstens één jaar leerachterstand hebben. Uit de statistieken blijkt ook dat jongens het minder goed doen dan meisjes. De cijfers verschillen van gemeente tot gemeente.

Belangrijke kanttekening bij dit rapport: er wordt geen onderscheid gemaakt tussen het onderwijs van de Vlaamse en Franse Gemeenschap in Brussel. De statistieken maken na het eerste jaar een opdeling tussen algemeen secundair (aso), technisch secundair (tso) en beroepssecundair onderwijs (bso), waaruit blijkt dat de leerachterstand van de leerlingen in tso en bso vaak een stuk hoger ligt dan in aso.

Vorig schooljaar zijn er twee peilingen afgenomen om na te gaan of de doelstellingen die de overheid stelt inzake eindtermen ook worden gerealiseerd. Specifiek voor Brussel werd een bijkomende peiling uitgevoerd om een beter zicht te krijgen op de mate waarin het Nederlandstalig onderwijs in Brussel de eindtermen voor wereldoriëntatie realiseert.

Collega Paul Delva ondervroeg Minister Smet over het rapport van het Observatorium, de resultaten van de peilingen rond de eindtermen en de conclusies die hieruit kunnen worden getrokken. Hij wou ook weten of de leerachterstand zal worden besproken in de Taskforce Onderwijs in Brussel.

Ann Brusseel: "Ik ben heel bekommerd om de kwaliteit van het onderwijs. Ik vermoed dat de cijfers van het Observatorium een licht vertekend beeld geven omdat het zowel over het Franstalig als het Nederlandstalig onderwijs gaat en omdat het met de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel beter is gesteld dan met het Franstalig onderwijs. Net als mijn collega ben  ik vragende partij voor het bespreken van dergelijke problemen in een taskforce binnen een gemengde commissie, om daar dieper te kunnen op ingaan. Ik ben benieuwd naar eventuele maatregelen."

De Cijfers

In zijn antwoord stelde minister Smet dat er heel wat diverse cijfers bestaan over schoolachterstand.  De indicator die door de Minister wordt gebruikt is: "Welk percentage leerlingen heeft op 15-jarige leeftijd minstens twee jaar schoolachterstand?"

Dit is een geschikte indicator om de situatie van de schoolse vertraging in Brussel en andere grote steden te schetsen. Voor het schooljaar 2009-2010 zijn dit de cijfers:

Brussels Hoofdstedelijke Gewest 10,3%,  Antwerpen 10,4%, Gent 5,3 %, Mechelen 5,5 %. Het totaal van de Vlaamse Gemeenschap is 3,9 %. In Brussel  en Antwerpen  is er voor 15-jarige leerlingen een belangrijke schoolse vertraging. In Gent  en Mechelen bedraagt die de helft, en in Vlaanderen  is dat iets meer dan een derde. Dat zal vrij zeker iets te maken hebben met de grootstedelijke problematiek en de armoede die veel mensen hier treft.

Maatregelen?

Minister Smet verwijst naar de volgende maatregelen: de grondige hervorming van het secundair onderwijs, de leerlingenbegeleiding, de uitbouw van de zorg en het zorgcontinuüm, de leerplichtcontrole, het aanleren van het Nederlands, een taalbeleid in de school, beroepsopleidingen versterken, leren en werken, ….

Resultaten peiling?

De resultaten van de specifieke peiling voor Brussel worden tegen de zomer van 2011 verwacht. 

Taskforce Brussels Onderwijs

Minister Smet liet weten dat de Taskforce Brussels Onderwijs tot nu toe slechts eenmaal is samengekomen. Er werd toen vooral gefocust op het capaciteitsprobleem. Ook de problematiek van het spijbelen en de leerplichtcontrole werd toen aangekaart, maar er kan momenteel geen leerplichtcontrole in Brussel worden ingevoerd omdat de Franse Gemeenschap nog niet over geautomatiseerde databanken beschikt. Dat zal pas vanaf 2012 het geval zijn.

Ann Brusseel: "Het is bijzonder jammer dat we tot 2012 moeten wachten op nauwkeurige cijfers voor Brussel. Ondertussen blijven de gekende problemen zoals leerachterstand en schoolse achterstand bestaan. Deze hebben als gevolg dat kinderen afhaken omdat ze al een tijdje niet meer actief zijn, schoolmoe zijn, veel spijbelen enzovoort. Ook de cijfers voor zittenblijven zijn niet echt bemoedigend. Het is hoog tijd voor maatregelen en oplossingen van deze structurele knelpunten. "

Correlatie thuistaal – prestaties

Ann Brusseel: "In de commissie werd de opmerking gemaakt dat er een duidelijke correlatie is tussen thuistaal en prestaties. Ik hoed me voor die gemakkelijke correlatie. Het gaat vooral over de sociaal-economische achtergrond van kinderen. Als u gaat kijken naar de thuistaal van de kindjes van Europese expats, zult u ook zien dat deze niet het Nederlands is, en dat er toch geen problemen zijn qua prestaties op school. Verkijk u daar dus niet op. Het gaat over de ontwikkeling van de moedertaal bij die kinderen en de socio-economische achtergrond van de ouders. Die bepalen al in grote mate of er risico is op kansarmoede en de daaruit volgende problemen op school.

Als het gaat over de leerachterstand – niet door toedoen van leerstoornissen maar door de socio-economische achterstand – zullen we inspanningen moeten leveren op sociaal vlak. Ik blijf telkens opnieuw zeggen dat we moeten bekijken hoe we de sociaal-economische problemen kunnen oplossen. Daarin dragen uiteraard alle Belgische politici samen een gigantische verantwoordelijkheid."

Lees hier het volledig verslag van de discussie in de commissie Brussel op 20/01/2011 over leerachterstand in het Brussels onderwijs.