Kwaliteit boven kwantiteit in het secundair onderwijs

Kwaliteit boven kwantiteit in het secundair onderwijs
Brusseel: ‘Vrijgekomen tijd moet een goede invulling krijgen’.

Kwaliteit boven kwantiteit in het secundair onderwijs
Brusseel: ‘Vrijgekomen tijd moet een goede invulling krijgen’.

In de commissie Onderwijs van het Vlaams Parlement heeft, op vraag van Open Vld-parlementslid Ann Brusseel, minister van Onderwijs Crevits (CD&V) bevestigd dat er inderdaad meer lestijden zijn in Vlaanderen, in vergelijking met het Europese gemiddelde en andere landen zoals Zuid-Korea en Canada. Minister Crevits wees erop dat scholen een zekere marge hebben en dat in het Masterplan voor de hervorming van het secundair onderwijs geen sprake is van een vermindering van het aantal lestijden. ‘Als we het aantal contacturen zouden verlagen, moeten we nadenken over wat we moeten doen met die vrijgekomen tijd’, aldus Crevits.

Brusseel haalde tijdens de commissievergadering een rapport aan van het Nederlands Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waaruit bleek dat er in sterk presterende onderwijslanden minder lesuren zijn voorzien dan in Vlaanderen. Het Europees gemiddelde van 25,5 uren zou zelfs een stuk lager liggen dan de huidige 32 lestijden die worden onderwezen in Vlaanderen. In Finland, dat vaak wordt voorgesteld als voorbeeldland op pedagogisch vlak, moeten middelbare scholieren het stellen met 24,7 uren tegenover de 32 lestijden die in Vlaanderen worden bepaald door de Codex van het Secundair Onderwijs. ‘Het aantal lesuren is dus geen garantie voor de beste kwaliteit van het onderwijs’, stelde Brusseel. Een vermindering van het aantal lesuren kan dus overwogen worden met het oog op een extra besparing, meer nascholing van leerkrachten en meer ruimte voor leerlingen om de leerstof te verwerken. Op die manier, besluit Brusseel, kan er ook meer plaats zijn voor differentiatie in de klas: de ene leerling heeft wat meer tijd of uitleg nodig dan de andere.

‘Dit is geen ondoordacht pleidooi voor minder school’ vervolgde Brusseel. Ze wees op mogelijke alternatieven, zoals de betere spreiding van vakanties en evaluaties. ‘Als scholen meer aangemoedigd worden om gebruik te maken van hun vrijheid om minder lestijden te organiseren, kunnen ze meer ruimte geven aan de leerlingen om op hun ritme de leerstof te verwerken.’