Kunst & cultuur op school nog steeds ondermaats

In 2011 ondervroeg ik minister Smet al over de resultaten van het aspect cultuureducatie in het Vlaams onderwijs. Toen bleek al dat het kleuteronderwijs vrij goed scoort op het vlak van muzische vorming. Het lager onderwijs was de doorlichtingen niet zo goed doorgekomen: slechts 54% van de scholen die bij hun doorlichting hun realisaties op vlak van muzische vorming moesten voorleggen, kregen een gunstig advies.

In 2011 ondervroeg ik minister Smet al over de resultaten van het aspect cultuureducatie in het Vlaams onderwijs. Toen bleek al dat het kleuteronderwijs vrij goed scoort op het vlak van muzische vorming. Het lager onderwijs was de doorlichtingen niet zo goed doorgekomen: slechts 54% van de scholen die bij hun doorlichting hun realisaties op vlak van muzische vorming moesten voorleggen, kregen een gunstig advies.

Dit najaar vroeg ik de meest recente cijfers op om na te gaan of er voldoende initiatieven genomen werden de voorbije jaren om de eerder magere resultaten te verbeteren. Ik stel vast dat we in een ongeveer gelijkaardige situatie zijn blijven hangen: in 2011-2012 voldeden 60% van de lagere scholen voor de eindterm muzische vorming, in 2012-13 gaat het slechts om 46,7%. De kleuterscholen gingen van 91,3% in 2011-12 naar 80,4% in 2012-13.

Op de vraag welke bijkomende acties er ondertussen ondernomen worden om deze resultaten te verbeteren, krijg ik van de minister een naïef en teleurstellend antwoord: door het feit dat bij een doorlichting het leergebied ‘muzische vorming’ in de focus geplaatst wordt, zal – aldus Smet – de aandacht voor kunst- en cultuureducatie ‘verhogen’ in die scholen. Zo komen we er niet, toch niet wanneer de helft van de lagere scholen slecht scoren. Zowel de leerkrachten als de schoolteams moeten weten hoe ze het best die eindtermen muzische vorming halen, met welke acties en welke expertise, want daar ontbreekt het nu aan. Je kan je afvragen waarom Smet en Schauvliege dan samen een visienota ‘Groeien in cultuur’ schreven. In de scholen is er van deze visie vooralsnog niet veel te merken.

In het secundair onderwijs wordt cultuureducatie al helemaal ondergewaardeerd. Alleen door projectwerking kan cultuureducatie al eens aan bod komen, maar dat hangt sterk af van individuele leerkrachten of scholen. Vaak schrijven de scholen zich dan in voor een ‘dynamo-project’ van de Canon Cultuurcel, of voor andere projecten, maar ook in die cijfers zien we dat vanuit het secundair onderwijs er maar weinig tijd en ruimte is voor cultuur. Met de vakoverschrijdende eindtermen komen we er duidelijk niet. Nochtans kan er op vlak van cultuur en kunst heel veel moois aangeboden worden aan de leeftijdsgroep van 12 tot 18.

Ondanks mooie beloften en visienota’s kunnen we stellen dat het Vlaams onderwijs cultuureducatie en -participatie nog steeds veel te projectmatig aanpakt en dus onvoldoende ernstig neemt. Nu wordt onderschat hoezeer creativiteit en cultuur bijdragen tot de ontwikkeling en het welbevinden van kinderen en jongeren. Uit de antwoorden op mijn parlementaire vragen blijkt dat er wel leuke en boeiende initiatieven georganiseerd worden, maar over het aantal deelnemende scholen en leerlingen wordt gezwegen.

Opvallend is ook dat er geen duidelijke taakverdeling is tussen Smet en Schauvliege. Deze laatste beschouwt heel wat acties in het onderwijsveld als ‘haar realisaties’, terwijl ze ook in de lijst van het departement onderwijs terug te vinden zijn. Een ander pikant detail is dat Schauvliege beweert dat de ‘Expertise Netwerken Cultuureducatie’ reeds opgericht zijn, terwijl Smet toegeeft dat dit pas kan gerealiseerd worden in de volgende legislatuur, door de budgettaire krapte. Ik zal in de commissie onderwijs de minister vragen duidelijkheid te scheppen over de taakverdeling tussen de departementen onderwijs en cultuur, en over de stand van zaken van bepaalde initiatieven.