Kijk op onderwijs

De voorbije jaren bespraken we vaak de capaciteitsproblemen in het Brussels onderwijs: hoe groot is het tekort aan plaatsen en in welke gemeenten komen er schoolbankjes bij? Brussels Minister Guy Vanhengel volgt de bevolkingsgroei op de voet om dit probleem aan te pakken. Maar hoe prangend ook, dit is niet het enige dossier dat de onderwijswereld beroert. In de commissie onderwijs van het Vlaams parlement komen tal van thema’s aan bod, waarop commissielid Ann Brusseel haar stempel drukt. Voor Blauw zet ze de voornaamste topics op een rij.

De voorbije jaren bespraken we vaak de capaciteitsproblemen in het Brussels onderwijs: hoe groot is het tekort aan plaatsen en in welke gemeenten komen er schoolbankjes bij? Brussels Minister Guy Vanhengel volgt de bevolkingsgroei op de voet om dit probleem aan te pakken. Maar hoe prangend ook, dit is niet het enige dossier dat de onderwijswereld beroert. In de commissie onderwijs van het Vlaams parlement komen tal van thema’s aan bod, waarop commissielid Ann Brusseel haar stempel drukt. Voor Blauw zet ze de voornaamste topics op een rij.

Ten eerste is er de hervorming van het secundair onderwijs. “We werken nu verder aan het plan op basis van een ‘screening’ van alle studierichtingen van het middelbaar onderwijs, een ruime evaluatie van alles wat nu bestaat, zowel in TSO, ASO, BSO of KSO. We gaan na welke huidige richtingen de leerlingen goed voorbereiden op het hoger onderwijs of op de arbeidsmarkt. We onderzoeken ook hoe we de programma’s van bepaalde richtingen kunnen versterken, welke nieuwe zaken we moeten aanbieden en wat eventueel kan geschrapt worden. Belangrijker dan nieuwe structuren op poten zetten, is te bepalen welke kennis en vaardigheden we willen meegeven aan jongeren, want daarop bouwen ze hun toekomst. De hervorming moet voor mij ook aandacht besteden aan creativiteit en ondernemingszin (in de brede betekenis van het woord).”, aldus Brusseel, die wil dat ons onderwijs de jongeren meer stimuleert om ‘out of the box’ te denken. “Wie een degelijke portie kennis heeft én creatief is, kan zelf de weg vinden in een wereld die snel verandert, dat is de essentie.”

Wat voor onze hoofdstad onontbeerlijk is, is een beter aanbod van technische en beroepsgerichte studierichtingen, of men dat nu zo wil noemen of niet. Teveel jongeren verlaten nu de school zonder diploma, zonder al te veel vaardigheden, terwijl de vacatures voor goed geschoolde technici nog steeds moeilijk ingevuld raken in onze regio. Daarom moeten we werken aan vernieuwende studierichtingen zodat er meer waardering komt bij jongeren en hun ouders voor technische opleidingen. Voor Brusseel is het noodzakelijk dat mensen uit alle sectoren van de arbeidsmarkt betrokken worden bij de hervorming. “De bedrijfswereld kan de meest nuttige tips geven over de vaardigheden die jongeren moeten opdoen als ze goede technici of vakmensen willen worden. De samenwerking tussen bedrijven en scholen voor arbeidsmarktgerichte studierichtingen is dus absoluut noodzakelijk.”

Een ander belangrijk thema is een betere oriëntering naar het hoger onderwijs. Hierover werd al grondig gedebatteerd in het Vlaams Parlement. Minder dan de helft van de studenten die zich inschrijven aan de universiteit of de hogeschool slagen in hun eerste jaar. Voor Ann Brusseel moeten er verschillende maatregelen genomen worden: ten eerste moeten leerlingen binnen het secundair beter georiënteerd worden, en wel op basis van hun talenten en niet uitgaande van wat ze minder goed kunnen, zoals nu te vaak het geval is. Ten tweede, kunnen leerlingen van de derde graad voor een goede keuze in het hoger onderwijs met een oriëntatietest beter inschatten welke richtingen hen zouden liggen. “Ik heb altijd benadrukt dat leerlingen goed moeten weten waaraan ze beginnen, zowel wat betreft hun basiskennis als hun interesse voor de vakken die ze zullen moeten blokken. De huidige minister van onderwijs volgt mijn pleidooi.”, aldus Brusseel.

Ondertussen ligt er heel wat op tafel. Zowel de UGent als de KUL hebben een oriënteringsproef klaar die veel jongeren de voorbije maanden al gebruikten. “Dit schooljaar moeten we ervoor zorgen dat alle leerlingen de test afleggen. Daarnaast moeten we voor bepaalde studierichtingen verder werken aan de zogeheten ijkingstoetsen en toelatingsproeven. Voor het begin van het academiejaar kunnen we zo aan de kandidaat student een duidelijk beeld geven van zijn of haar capaciteiten. Wie weinig of geen kans op slagen heeft, kan er dan voor kiezen om de tekorten bij te spijkeren of een andere studierichting te kiezen.”