Justitie moet concrete straftoemetingsrichtlijnen uitvaardigen voor seksueel geweld

Vlaams parlementslid en gemeenschapssenator Ann Brusseel (Open Vld) wil dat justitie straftoemetingsrichtsnoeren aanreikt inzake seksueel geweld. Diverse actoren op het terrein geven aan dat de gemiddelde strafmaat inzake seksueel geweld veel lager ligt dan de theoretische strafmaat. Ook de Vrouwenraad gaf reeds eerder aan dat ingeval van een veroordeling voor seksueel geweld de strafmaat alle kanten uitgaat. Daarnaast moet er ook een straftoemetingsdatabank komen die voor zware misdaden zoals seksueel geweld de effectieve strafmaat registreert.

Vlaams parlementslid en gemeenschapssenator Ann Brusseel (Open Vld) wil dat justitie straftoemetingsrichtsnoeren aanreikt inzake seksueel geweld. Diverse actoren op het terrein geven aan dat de gemiddelde strafmaat inzake seksueel geweld veel lager ligt dan de theoretische strafmaat. Ook de Vrouwenraad gaf reeds eerder aan dat ingeval van een veroordeling voor seksueel geweld de strafmaat alle kanten uitgaat. Daarnaast moet er ook een straftoemetingsdatabank komen die voor zware misdaden zoals seksueel geweld de effectieve strafmaat registreert. Tot op heden bestaat deze databank nog steeds niet en dit ondanks herhaalde pleidooien hiervoor vanwege diverse eminente juristen.

De Minister van Justitie, Koen Geens (Cd&V), hierover recent bevraagd door senator Brusseel kan geen cijfer kleven op de gemiddelde effectieve strafmaat wat betreft seksueel geweld.

Dit is wat mij betreft bijzonder verontrustend, aldus Brusseel. Nederland heeft al meer dan 10 jaar een straftoemetingsdatabank uitgewerkt, waardoor zij voor elk misdrijf perfect de gemiddelde strafmaat kunnen weergeven. Meten is immers weten. Als je als overheid niet weet of de theoretische straffen die je als wetgever voorziet voor zware misdaden zoals seksueel geweld ook daadwerkelijk worden toegepast op het terrein vlieg je blind.

Het is belangrijk dat erge misdrijven zoals seksueel geweld ook daadwerkelijk en effectief worden bestraft. Aldus geven we immers als maatschappij duidelijk te kennen dat dergelijke misdrijven niet worden getolereerd. Ook naar de slachtoffers toe is dit belangrijk. Doordat zij zien dat we dit als maatschappij consequent bestraffen zijn zij meer geneigd om daadwerkelijk klacht in te dienen. Wat baat het om als minister de slachtoffers van seksueel geweld op te roepen om klacht in te dienen, als de uiteindelijke bestraffing van de dader dikwijls te veel afwijkt van de theoretische strafmaat. Een te grote ongelijkheid in de vonnissen van rechters wat betreft seksueel geweld tast het rechtvaardigheidsgevoel van de maatschappij aan en treffende slachtoffers ervan dubbel.

Het Federaal Regeerakkoord is duidelijk: “Bijzondere aandacht gaat naar de bestraffing en behandeling van seksuele delinquenten.”. Ik vraag dan ook dat de regering dit omzet in concrete beleidsmaatregelen. Meer specifiek moeten er naar het voorbeeld van Nederland straftoemetingsrichtlijnen komen wat betreft seksueel geweld. Bij het bepalen van een straf kan de rechter aldus gebruik maken van deze richtlijnen.

In ons land zijn er tot op heden geen instrumenten voorhanden ter ondersteuning van de rechters bij de straftoemeting. Om te komen tot een consistente bestraffing van seksueel geweld vraag ik dan ook dat er hieromtrent duidelijke richtlijnen worden uitgewerkt. Minister Geens stelt alvast in zijn antwoord dat het een moeilijke discussie betreft die steeds opnieuw stuit op het principe van de onafhankelijkheid van de rechtsprekende magistraten.

Ik ben het hier niet mee eens, aldus Brusseel: “Het zijn immers richtsnoeren. De Rechterlijke onafhankelijkheid betekent enkel dat geen enkele persoon of instantie kan of mag dicteren wat een rechter in een concreet vonnis of arrest moet beslissen. Uniforme rechtstoepassing sluit niet uit dat een rechter gemotiveerd afwijkt van de voorgestelde regeling. Als dit in Nederland kan, moet dit toch ook bij ons kunnen?”.

Daarnaast kan een Nederlandse rechter beroep doen op de “Orientatiepunten Straftoemeting”. Deze bestaan uit een korte omschrijving van een “standaardzaak”, waaraan een concreet richtpunt voor de op te leggen straf is gekoppeld. Ook dit lijkt me een goede piste.

Wat mij betreft is het dan ook cruciaal dat er eindelijk werk wordt gemaakt van een straftoemetingsdatabank. Geens formuleert het als volgt: “Een straftoemetingsdatabank zou een interessant instrument kunnen zijn voor de ondersteuning in de straftoemeting, zoals dit uit Nederlands onderzoek ook blijkt. De invoering van een dergelijke databank moet echter goed overdacht worden.”.

Wat mij betreft is de maat vol. Als men als overheid daadwerkelijk het seksueel geweld in ons land wil terugdringen moet men dit vertalen in concrete beleidsmaatregelen. Daders van seksueel geweld worden amper veroordeeld en bovendien zijn er sterke indicaties dat de uiteindelijke straf voor de dader veel lager ligt dan de (strengere) theoretische straffen die de wetgever voor ogen had.

In bijlage kunt u het artikel dat hierover verscheen in De Morgen van Donderdag 21/01/2016 lezen.