Internationale Vrouwendag: “Dames, meer Verlof = minder pensioen”

Sinds 1978 wordt 8 maart door de Verenigde Naties erkend als de internationale vrouwendag. Op die dag staat het gevoel van solidariteit en strijdbaarheid van vrouwen overal ter wereld centraal. Alhoewel de vrouwen in ons land reeds veel verworven hebben, blijft er in België nog werk aan de winkel. Er is vooral nood aan permanente bewustmaking naar jonge vrouwen toe. Een tijdspaarrekening en de invoering van een zogenaamde pensioenportefeuille moeten daarom in te nabije toekomst tot de standaarduitrusting behoren.

Sinds 1978 wordt 8 maart door de Verenigde Naties erkend als de internationale vrouwendag. Op die dag staat het gevoel van solidariteit en strijdbaarheid van vrouwen overal ter wereld centraal. Alhoewel de vrouwen in ons land reeds veel verworven hebben, blijft er in België nog werk aan de winkel. Er is vooral nood aan permanente bewustmaking naar jonge vrouwen toe. Een tijdspaarrekening en de invoering van een zogenaamde pensioenportefeuille moeten daarom in te nabije toekomst tot de standaarduitrusting behoren.

Uit recente onderzoeken blijkt dat vrouwen anno 2008 nog altijd meer huishoudelijke taken op zich nemen dan mannen, zeker wanneer er kinderen komen. Vrouwen die maximaal 5 jaar samenwonen besteden per week 16.52 uur aan huishoudelijk werk, hun mannelijke partner 10.49 uur. Het verschil neemt nog toe naarmate man en vrouw langer samenwonen. Na vijf jaar samenwonen besteedt de vrouw 21.50 uur aan het huishouden en de man met 11.25 uur ongeveer de helft. Toch wel belangrijk is het feit dat 73% van de respondenten jonger is dan 30 jaar. Deze situatie is dus niet deze van de veertigers of vijftigers, maar deze van twintigers in een relatie.

Deze resultaten mogen ons evenwel niet verbazen. De aanzienlijke zwaardere belasting van de vrouw in de huishoudelijke taken, heeft tot gevolg dat zij met het oog op de combinatie arbeid en gezin haar loopbaan anders – al dan niet vrijwillig – organiseert dan de man. In de praktijk stellen we immers vast dat het vooral vrouwen zijn die ervoor kiezen om tijdelijk hun loopbaan (vol- of deeltijds) ‘on hold’ te zetten. Tevens zijn er vrouwen die omwille van hun prioritaire bekommernis voor het huishouden en de kinderen bewust een job met zeer regelmatige arbeidstijden, maar onder hun studieniveau aannemen.

Een bewustmaking van vrouwen dringt zich op. Vrouwen, jonge vrouwen in het bijzonder, beseffen soms onvoldoende welke gevolgen bepaalde carrièrekeuzes hebben op hun toekomstige doorgroeimogelijkheden, promotiekansen en dus ook hun loonontwikkeling en pensioenrechten.

Veel vrouwen beseffen niet dat loopbaanonderbreking of het opnemen van themaverloven inactiviteitsvallen zijn. Onderzoek wijst uit dat van de Belgische werknemers die in 1999 hun loopbaan onderbraken er drie jaar later zo’n 50% opnieuw aan het werk was. Van diegenen die voor de onderbreking voltijds werkten, werkte minder dan 50% opnieuw voltijds. Dit betekent dat na de loopbaanonderbreking en tijdskrediet, vrouwen hetzij deeltijds gaan werken, hetzij definitief uit het arbeidsproces treden.

Dergelijke keuze heeft gevolgen voor het verloop van de carrière. Deeltijds werken, loopbaanonderbreking nemen, maakt dat vrouwen minder anciënniteit opbouwen. Werkervaring, loyauteit en het ‘commitment’ dat verondersteld wordt samen te gaan met een voltijdse betrekking zijn de objectieve factoren die bij werkgevers meespelen bij promotiebeslissingen.

Vanuit deze vaststelling is het nodig dat de overheid vrouwen wijst op de gevolgen die hun beslissingen met betrekking tot de combinatie van arbeid en gezin hebben op hun doorgroeimogelijkheden, promotiekansen, loonontwikkeling en pensioenrechten en dit zowel voor wat betreft het wettelijk als het aanvullend pensioen.

Daarom menen wij dat er nood is aan een permanente sensibiliseringscampagne voor jonge vrouwen in de vorm van een zogenaamde ‘pensioenportefeuille’, waardoor werknemers jaarlijks worden geïnformeerd over hun pensioenverwachtingen en die wordt uitgerust met een calculator waardoor werknemers de impact van geplande carrièrewendingen op hun toekomstige pensioenvorming vooraf kunnen becijferen. Zo kunnen vrouwen én hun partners inschatten welke gevolgen hun keuzes voor arbeidsduurvermindering in het kader van themaverloven of deeltijdse arbeid hebben voor hun carrière en hun sociale rechten, in het bijzonder hun pensioenrechten.

De combinatie ‘niet –arbeid’ en gezin als oplossing voor de combinatie arbeid en gezin, daar passen we voor. Liever dan systematisch te pleiten voor meer verloven, lijkt het ons belangrijk om vrouwen, maar ook mannen, meer flexibiliteit in de organisatie van hun arbeidsproces te geven, naast betaalbare kinderopvang en huishoudelijke diensten. We keren ons niet tegen themaverloven, maar wie ze opneemt moet zich goed bewust zijn van de gevolgen en willen we aansporen om vooraf in overleg met de partner de alternatieven te onderzoeken. Bovendien behoeft het stelsel meer overzichtelijkheid en mag het wat ons betreft uitmonden in een volwaardige tijdsspaarrekening en het soepel opnemen van verloven in de vorm van uren in plaats van dagen.

De overheid dient daarnaast ook voldoende informatie te verstrekken aan wie themaverloven zoals loopbaanonderbreking/tijdskrediet, ouderschapsverlof wil opnemen of wie deeltijds wil gaan werken over de gevolgen van deze arbeidsduurvermindering op hun toekomstig pensioen.

Een tijdspaarrekening en een pensioenportefeuille moeten met andere woorden standaardattributen worden van alle werknemers. Het zullen vooral de vrouwen zijn die er beter van worden.

Ann Brusseel, Vlaams Volksvertegenwoordiger, Open Vld
Maggie De Block, Kamerlid, Open Vld
Nele Lijnen, Senator, Open Vld
Ann Somers, Senator, Open Vld
Vera Van der Borght, Vlaams Volksvertegenwoordiger, Open Vld