Immo-website zegt hoeveel migranten er in de buurt wonen, stigmatiserend?

Op woensdag 17 juni kopte de krant HLN met Immosite verklapt hoe rijk en gekleurd de buren zijn. Volgens het artikel biedt de immosite ‘Realo’ bijzondere informatie aangaande buurtbewoners van woningen die ze te koop of te huur aanprijzen. Het betreft het zogenaamd sociaal profiel van de buurt: demografische gegevens, de aanwezigheid van nutsvoorzieningen maar ook informatie over de scholingsgraad van de buurtbewoners, hun inkomen en hun etnische achtergrond. Deze zaken alarmeerden het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding. Het vreest dat het zogeheten sociaal profiel de discriminatie kan bevorderen en beroept zich op een vonnis van 2006 waarin een verkoper veroordeeld werd voor het publiceren van een krantenadvertentie waarin stond dat een appartement te koop was in een ‘migrantenvrij gebouw’. Ook de ondervoorzitter van het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV) noemt het gebruik van de buurtstatistieken over multiculturaliteit, gemiddeld inkomen en werkloosheid stigmatiserend.

De immo-website baseert zich naar eigen zeggen op verzamelde data van de overheid en gaat ervan uit dat ze geen wetten overtreden, ze doen niks meer dan het groeperen van data die beschikbaar zijn. Vicepremier en minister bevoegd voor de ‘digitale agenda’, Alexander De Croo, reageerde als volgt (DM 18 juni): “Welkom in het tijdperk van de open data. Databestanden van de overheid geven een meerwaarde als de gegevens anoniem zijn.” Dit laatste is een kwestie van privacy. Gesteld dat Realo de data rechtmatig verkregen heeft en de anonimiteit van de buurtbewoners behoudt, dan is deze eerste horde genomen. Maar ik wil verder kijken. De overheid heeft een aantal data in kaart gebracht met een specifiek doel voor ogen: het algemeen belang. We houden statistieken bij van bepaalde zaken zoals etnische achtergrond, werkloosheid en dergelijke per buurt om een sociaal beleid te kunnen voeren. Het doel van Realo is van commerciële aard: de klant beter bedienen met gedetailleerde informatie. Toch een belangrijk verschil.

Maar levert deze door Realo geselecteerde informatie effectief een betrouwbare boodschap op? De lezer krijgt wel die indruk, daar het over data gaat die de overheid in kaart bracht. Zij die het ongelimiteerd gebruik van ‘open data’ als een onvermijdelijke en onschuldige evolutie zien, hebben er vertrouwen in dat elk individu er op een doordachte wijze mee zal omgaan. Dat getuigt toch van enige naïviteit. Open data geserveerd als een kant-en-klaar maaltijd gaan vlotjes binnen en smaken lekker, maar achteraf zit je met een opgeblazen gevoel, je hebt teveel zout en suiker binnen maar zeer voedzaam was het geheel niet. Met andere woorden: veel data behoeven context, kanttekeningen en nuance, om ze op een juiste en verstandige manier te kunnen interpreteren en gebruiken. In het geval van de immo-website zie ik bijvoorbeeld een groot verschil tussen het publiceren van naakte data aan de ene kant en een onbevooroordeelde kijk op de buurt aan de andere kant, met een bezoek en de bereidheid met mensen te praten.

Ten tweede zou de overheid best mogen beslissen onder welke voorwaarden bepaalde gegevens gebruikt worden. Een essentiële vraag is immers waarom Realo precies informatie over de etnische achtergrond geeft? Omdat ze weten dat veel Vlamingen dol zijn op Marokkaans gebak? Laten we alstublieft een kat een kat noemen: de makelaars kennen hun klanten, weten hoe (latent) racistisch ons landje is. De stigmatiserende toon is moeilijk te ontkennen. Het verband tussen de lage waarde van panden en de aanwezigheid van ‘migranten’ (definitie?) is een negatieve boodschap. We weten ook dat in een privégesprek tussen makelaar en klant dezelfde vragen over het zogenaamd sociaal profiel aan bod komen, maar carrément de ‘etnische data van een buurt’ op een website plaatsen gaat nog verder. Dit geeft de indruk dat het opdelen van mensen op basis van hun afkomst, gekoppeld aan een commercieel verhaal, de normaalste zaak van de wereld is.

Anderzijds kan je stellen dat het ‘algemeen geweten’ is dat in bepaalde wijken veel mensen van Turkse origine wonen. De vraag is hoe je de zaken voorstelt en met welk doel. Daarom durf ik de volgende vragen te stellen: wanneer we met overheidsmiddelen bepaalde zaken in kaart brengen, zijn we dan als overheid geen eindgebruiker van die data? Zouden we dan een ethische code mogen koppelen aan het gebruik van die data? Het staat vast dat je niemand kan verbieden publieke informatie te gebruiken. Dat is niet mijn wens. Maar ik wil privéspelers zoals Realo graag wijzen op de mogelijke perverse gevolgen van hun marketingstrategie. Wanneer het gaat over meer verdraagzaamheid en gelijke kansen in onze samenleving, hebben ondernemers ook hun verantwoordelijkheid op te nemen.

Tenslotte wil ik nog iets vragen wat moeilijk in wetgeving te gieten valt: empathie. Stel, jij bent de doorsnee Youssef of Hayat. Je beklimt al enige jaren de sociale ladder, met vallen en opstaan. Je ziet op websites van makelaars ‘aantal migranten’ bij de zoekcriteria of parameters opduiken. Je voelt je weer een paar treden zakken, want in dergelijke maatschappelijke sfeer, waar dergelijke websites de norm geworden zijn, blijf je toch altijd ‘een migrant’. Wat je ook doet, wie je ook bent. Wat is je doel dan? Hooguit ‘migrant’ in de blanke buurt worden, in plaats van een burger zoals iedereen? Dit is niet de sfeer die ik wil creëren, met of zonder data.

Dit opiniestuk verscheen als column in de Liberales nieuwsbrief van 19 juni 2015.

Lees ook het verslag van de parlementaire vraag die Ann hierover op 25 juni stelde in de commissie Gelijke Kansen.