Imago Vlaanderen in het buitenland – recente uitspraak nieuwsbrief Flanders House New York

Vraag om uitleg van mevrouw Annick De Ridder tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over een uitspraak in een recente nieuwsbrief van het Flanders House in New York

De voorzitter : Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Mevrouw Annick De Ridder : Voorzitter, minister-president, collega's, het Flanders House is hier al enkele keren ter sprake gekomen, en vandaag gebeurt dat opnieuw.

Vraag om uitleg van mevrouw Annick De Ridder tot de heer Kris Peeters , minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over een uitspraak in een recente nieuwsbrief van het Flanders House in New York

De voorzitter : Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Mevrouw Annick De Ridder : Voorzitter, minister-president, collega's, het Flanders House is hier al enkele keren ter sprake gekomen, en vandaag gebeurt dat opnieuw.

Op 4 mei 2010 verzond het Flanders House in New York een nieuwsbrief waarin de problemen met de aswolk aan bod komen. Daarin wordt IJsland een ‘remote island’ genoemd. Met die uitspraak hebben wij niets te winnen of te verliezen. In die nieuwsbrief is ook sprake van de World Expo in Shanghai, maar daarin staat ook een paragraaf over ons eigen landje.

De directeur van het Flanders House verwijst in zijn voorwoord naar ons land, met deze woorden: “Judging by the huge cost and the irreparable damages of it all, wouldn’t it be time for change in our country? Have we ever wondered what the advice of a professional marriage counselor would be if Belgium were a marriage?” Hij heeft het dus over de enorme kosten en de schadelijke gevolgen, en stelt de vraag of er zich in ons land geen verandering opdringt. Hij vraagt zich ook af wat een huwelijkstherapeut ons ter zake zou adviseren, mocht België een huwelijk zijn.

Gelukkig is het dat niet, het is geen huwelijk. Maar ik stel me toch wel enkele vragen bij die bewoordingen. Men spreekt over België als zou het ingedeeld zijn in twee aparte partijen en entiteiten, twee delen die op scheiden staan. Dat is de suggestie in die zin, alsof België zou moeten scheiden.

Minister-president, ik vind dat een bijzonder lichtzinnige houding, en misschien een misplaatste grap om zo met ons imago in het buitenland om te gaan. Het gaat om de directeur van het Flanders House, iemand die ook onze belangen en ons imago in het buitenland moet beschermen. Die is de functie onwaardig. Dat is ook de reden waarom ik de vragen aan u voorleg. De suggestie inzake de scheiding van België komt heel duidelijk naar voren in deze nieuwsbrief. Kunt u zich vinden in deze uitspraak van de directeur van het Flanders House in New York? Lijkt het u, als minister-president, aangewezen om een dergelijke zin in een officiële nieuwsbrief op te nemen? Spreekt de Vlaamse vertegenwoordiger in New York hiermee in naam van de Vlaamse Regering? Gaat het om een officieel Vlaams standpunt? Hoe zult u in de toekomst omgaan met dergelijke uitspraken? Welke initiatieven zult u nemen om een dergelijke uitspraak minstens te nuanceren, te kaderen of recht te zetten, of, beter nog, om dergelijke uitspraken, die zeer suggestief zijn, in de toekomst te vermijden?

De voorzitter : De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele : Ik verschiet er een beetje van dat iets uit een tijdschrift in de Verenigde Staten of op de website van het Vlaams Huis al aanleiding geeft tot een dergelijke vraag. Die man heeft zijn mening. Dat is liberalisme: de emancipatie van het individu. Ook al werkt hij voor de overheid, er is geen reden waarom hij zijn mening niet mag geven. Mevrouw De Ridder, kijk alstublieft eens na wat uw eigen ideologie is.

Als we het programma van Open Vld erop nalezen, dan staat daar ook confederalisme in opgenomen. Elke jurist zal u zeggen dat confederalisme neerkomt op een scheiding. Mevrouw Moerman had het over twee mensen die scheiden, maar die afspreken om toch nog eens seks te hebben. (Opmerkingen van mevrouw Fientje Moerman)

Het gaat om het idee. (Opmerkingen)

Is dat nu de aanleiding voor een vraag om uitleg? Die man heeft ergens op een website zijn mening gegeven. Het spijt me verschrikkelijk, maar ik denk dat meer dan de helft van de bevolking hier zijn mening geeft. Deze vraag hoorde misschien thuis in het Waals Parlement, waar men met die verlatingsangst zit. Maar laten we ons hier eens bezighouden met serieuze zaken.

De voorzitter : De heer Van Der Taelen heeft het woord.

De heer Luckas Van Der Taelen : Voorzitter, ik ben enigszins onder de indruk van de nieuwe invulling die hier aan woorden wordt gegeven. De heer Diependaele lijkt te vergeten dat er nog zoiets bestaat als diplomatie. Misschien is dat een verouderd begrip. Volgens mij heeft iemand die aan het hoofd staat van een Vlaamse instelling in het buitenland toch een bepaalde diplomatische verantwoordelijkheid, ook al heeft hij niet het statuut. Het kan goed zijn dat hij zijn eigen mening heeft. Natuurlijk. Dat hij zich privé eens goed laat gaan, dat is geen probleem. Ik vind dit een beetje vreemd. Als dat diplomatie is, dan is dat voor mij een nieuwe betekenis van het woord.

Ik zie echt niet in wat nu de meerwaarde is en waarom we zouden toejuichen dat iemand die werkt voor de Vlaamse overheid in het buitenland zorgt voor een slecht imago van de federale staat. Daar komt het immers toch op neer. Wat winnen we daarmee? We kunnen het er onder elkaar over eens zijn dat die staat niet functioneert, dat die beter moet functioneren, dat er een staatshervorming moet komen. Daar kunnen we het allemaal over eens zijn. Maar ik weet niet of het echt intelligent is als men vanuit New York zegt dat België een grote politieke crisis doormaakt.

Ik weet dat het veel mensen ontgaan is omdat er in Vlaanderen zulke belangrijke zaken gebeuren, maar er is toch nog altijd sprake van een van de grootste financiële crisissen in Europa. Op een bepaald moment, tot gisteren nog, werd gesproken over de eventualiteit dat speculanten zich tegen België zouden keren. Men mag alles zeggen over België dat men wil. Ik ben ook absoluut geen belgicist. Laat daar geen misverstand over bestaan. Maar als het slecht gaat met België, gaat het daarom niet beter met Vlaanderen. Als we het zo ver zouden drijven dat we aan diplomaten of mensen in openbare functies die betaald worden door Vlaanderen, toelaten om het imago van België te ondermijnen, dan hebben we het over subversie. Daar bestaat geen ander woord voor. Dat mag niet.

En zelfs als men zou vinden dat het wel mag, dan moet men me toch eens uitleggen wat de meerwaarde daarvan is. Als we het vertrouwen in de Belgische staat zoals die functioneert op internationale fora ondermijnen, dan is dat leuk voor binnenlands gebruik. Als het effectief slecht zou gaan met de Belgische financiën, dan zijn het nog altijd de Vlamingen die daarvoor betalen. Het is niet zo dat er nog een derde soort mensen bestaat die dan Belg zijn en die niets te maken hebben met Vlaanderen.

Tot nader order is er een gemeenschappelijke Belgische schuld, die zeer groot is. Als de kredietwaardigheid van België in gevaar wordt gebracht, als we naar Griekse toestanden evolueren, dan zullen alle Vlamingen lijden. Dat heeft niets te maken met belgicisme en nog veel minder met het weigeren van een nieuwe staatsstructuur.

Ik ben voor een nieuwe staatshervorming. Maar ik zie niet in wat de meerwaarde is als iemand in openbare dienst vanuit zijn eigen ego allusies maakt over wat er in België gebeurt. Dat is niet de invulling die ik geef aan het woord diplomatie. Misschien verschillen we daarin onderling van mening, maar ik heb nog altijd het idee dat een diplomaat een zekere terughoudendheid in acht moet nemen.

De voorzitter : Mevrouw Moerman heeft het woord.

Mevrouw Fientje Moerman : Voorzitter, ik zou willen beginnen met te zeggen dat ik de interpretatie van mijn woorden volledig voor rekening van de heer Diependaele laat. Om te blijven bij de metafoor van het huwelijk zou men het ook met iets anders kunnen vergelijken, zoals een scheiding van tafel en bed, een rechtsfiguur die niet langer bestaat.

Ik wil nu even ingaan op de woorden van de verantwoordelijke van Flanders House in New York. Ik denk niet dat het juist is om te zeggen dat een vertegenwoordiger van een deelstaat, in naam van de vrije meningsuiting, alles kan stellen. Als vertegenwoordiger moet men een bepaalde deontologie in acht nemen. Ze valt moeilijk in woorden te vatten. Een diplomaat moet die een beetje in de vingers hebben. Als hij die niet in de vingers heeft, dan is het niet slecht zich te spiegelen aan de deontologische richtlijnen die gelden voor de Europese Commissarissen. Het is hen niet verboden om zich met politiek bezig te houden. Uiteindelijk gaat het ook om politieke figuren. Wel wordt hen terdege aangeraden om zich buiten discussies over gevoelige nationale politieke thema’s te houden. Misschien is dat de richtlijn die de leidinggevende in Flanders House beter ook zou naleven.

De heer Karim Van Overmeire : Minister-president, in persoonlijke naam wil ik me aansluiten bij de vraag van de collega. Ik bedoel daarmee dat ik mijn standpunt naar voren wil schuiven, want ik ben het absoluut niet eens met de vragen die ze stelt.

Collega’s, ik heb de nieuwsbrief geprint. Ik heb die gelezen, herlezen en nog eens herlezen. Ik vraag me af of we het hier over dezelfde nieuwsbrief hebben. Mevrouw De Ridder, u twijfelt blijkbaar aan mijn kennis van het Engels. Er staat: “change in our country”. Dat betekent volgens mij ‘verandering in ons land’, en niet dat we van land gaan veranderen of dat dit land – België – moet verdwijnen. Er staat: het advies van “a professional marriage counselor”. Het doel is dan toch het huwelijk te redden. Want als men wil scheiden, dan gaat men niet naar een huwelijksconsulent, maar wel naar een advocaat, een notaris.

Ik merk ook op dat mevrouw De Ridder problemen heeft met de fundamentele tweeledigheid zoals die wordt geschetst in de nieuwsbrief. Dat staat een beetje haaks op de uitspraak van Open Vld-voorzitter Alexander De Croo, die het heeft over een Siamese tweeling, en geen drieling, vijfling of zesling. Dat staat haaks op de plannen van de voormalige Open Vld-premier Guy Verhofstadt, die het had over een paritair samengestelde Senaat, een Senaat dus met twee entiteiten. Dat staat haaks op het feit dat Open Vld vroeger in een meerderheid zat die een gesprek voerde of wilde voeren van gemeenschap tot gemeenschap. Dat zijn dus twee gemeenschappen, twee entiteiten. (Opmerkingen van mevrouw Annick De Ridder)

U krijgt straks opnieuw het woord, mevrouw De Ridder. Ik herinner u ook nog aan een Open Vld-minister die dit land omschreef als een permanente diplomatieke conferentie. Dat is ook een manier om uw land te verkopen. In zoverre, mevrouw De Ridder, dit land is uitgebouwd tot drie gemeenschappen en drie gewesten, is dit nadelig voor de Vlaamse Gemeenschap. Dit betekent dat de Vlamingen, die 60 percent van de bevolking uitmaken, in een structuur zitten waarin zij worden geminoriseerd en waarbij er voor elk belangenconflict dat Vlaanderen kan instellen, drie, vier, vijf belangenconflicten op ons afkomen: van het Waalse Gewest, de Franse Gemeenschap, de Franse Gemeenschapscommissie (COCOF), … Dit is een structuur waarbij Vlaanderen met 60 percent van de bevolking bij de toerbeurtregelingen in het kader van het Belgische voorzitterschap van de EU maar één derde van die voorzitterschappen krijgt.

Mevrouw De Ridder, waarde collega, als ik die tekst lees, zie ik echt niet wat het probleem is. Ik zie echt niet, helaas zou ik bijna zeggen, op welke manier die man over de schreef is gegaan. Als je spreekt over “change in our country” en over hoe we dit huwelijk in stand kunnen houden en over welke wijzigingen er moeten zijn, valt hij wat mij betreft perfect in zijn rol.

Mevrouw Annick De Ridder : Voorzitter, moet u daarvoor een eigen vraag indienen? U had zich toch gewoon bij mijn vraag kunnen aansluiten?

De heer Karim Van Overmeire : Mijn vraag gaat over iets heel anders. U kunt zich straks bij mijn vraag aansluiten. Ik zal u trouwens buiten deze vergadering zeggen wanneer ik het initiatief heb genomen om mijn vraag te stellen.

De voorzitter : Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters : Dit is een interessante discussie. Het gaat hier over ‘marriage counseling’. Ik heb dat voor u opgezocht: dat is een dienstverlening waarop één op drie Amerikanen één of meerdere keren tijdens het huwelijk een beroep doet om dat huwelijk te versterken of te redden. Ik begrijp niet goed, mocht aan deze definitie al aanstoot moeten worden gegeven, waar het probleem is. Je zou zelfs integendeel kunnen zeggen dat het versterken toch iets is wat door politieke partijen niet meteen hoog in het vaandel wordt gedragen.

Mijnheer Van Der Taelen, er mag inderdaad van diplomaten enige terughoudendheid worden gevraagd, maar als ik mij niet vergis, heeft zelfs een minister van Begroting in een krant gezegd dat België failliet is. Als u zich zorgen maakt – en terecht – over het feit dat wij onze rating zouden verliezen, dan moeten diplomaten daar zeker niet toe bijdragen. Maar ik denk dat men in het buitenland al veel gewoon is. Het is zeer ongewoon dat enkele maanden geleden – godzijdank was Griekenland nog niet in de problemen – een minister van Begroting in functie zei dat België failliet is. Daar hebben de bureaus niet op gereageerd. Dat wil ook weer iets zeggen.

De nieuwsbrief van Flanders House is een maandelijks, elektronisch verstuurd overzicht van de overwegend culturele activiteiten die de komende maanden gepland zijn in en door het Flanders House New York. Deze nieuwsbrief wordt naar een gemengd lezerspubliek van Amerikanen en Vlamingen gestuurd, verspreid over het grondgebied van de Verenigde Staten. Het is de gewoonte dat de directeur in het voorwoord kort ingaat op de actualiteit en daarbij tracht hij – en dat lukt de ene keer al beter dan de andere keer – de Amerikaanse lezers aan te spreken door verwijzingen te maken naar terminologieën en situaties waarmee zij vertrouwd zijn. Ervan uitgaande dat één op de drie Amerikanen die ‘marriage counseling’ ondergaan, spreekt dat die Amerikanen meteen aan. Hier ligt dat blijkbaar wat anders of is die definitie nog niet zo bekend. Dat wil niets zeggen over onze huwelijken en ik zal zeker niets zeggen over bepaalde interpretaties, die dan verdraaid worden en tot andere uitspraken leiden.

Mevrouw De Ridder, een van uw vragen verwijst naar de mening van de directeur, die hij trouwens heeft ondertekend. Dit voorwoord bindt de directeur. Hij moet in zijn functie voorzichtig zijn, ik heb daar al naar verwezen. U moet er rekening mee houden dat dit naar de Amerikanen gaat. De Amerikaanse cultuur verschilt van de onze, zeker ook wat het huwelijk betreft.

Hier is sprake van een vergelijking. De reacties van bepaalde collega’s is – en ik druk mij diplomatisch uit – sterk overtrokken. Spijkers op laag water zoeken is een kunst apart, die ik zo weinig mogelijk beoefen omdat de toegevoegde waarde ervan navenant klein is.

Deze nieuwsbrief is geen officiële publicatie van de Vlaamse overheid. Met deze tekst en uitleg zijn er geen elementen die bevestigen wat bepaalde vragen die hier aan bod zijn gekomen suggereren.

Ik heb, denk ik, ook op uw derde vraag geantwoord. Er is geen standpuntinname en er is geen reden om iets recht te zetten. Tenzij er wat meer tekst en uitleg moet zijn over wat ‘marriage counseling’ inhoudt, maar dat is dan meer voor de Vlamingen bedoeld. Voor het overige zie ik, met alle respect en zonder het in het belachelijke te willen trekken, geen enkele reden om een rechtzetting door te voeren.

Mevrouw Annick De Ridder : Voorzitter, minister-president, collega’s, ik vind dit antwoord zelf een spijker op laag water. Ik heb er weinig in gehoord wat mij enigszins bevalt.

Collega’s, een officiële vertegenwoordiging in het buitenland heeft een aantal taken, onder meer diplomatieke taken. Zo’n vertegenwoordiging moet ons imago in het buitenland uitdragen. Dat betekent voor mij iets anders dan spreken over de hoge kost en alle schadelijke zaken die er zijn gebeurd, over tijd voor verandering in ons land en over wat een professionele huwelijkstherapeut ons zou adviseren indien België een huwelijk was.

Minister-president, u kunt wel op de proppen komen met “één op drie Amerikanen”, maar hoeveel daarvan zitten er enige tijd later in een scheiding? Ik heb daarover geen gegevens. Misschien is het ook wel eens nuttig om dat te weten.

Ik vind de vergelijking in ieder geval onder alles. U kunt dan wel lacherig doen over deze vraag en u kunt zich afvragen waarover ik nu weer begin en u kunt zeggen dat het spijkers op laag water zijn, maar het zijn wel onze mensen die daar in het buitenland zitten en die ons imago moeten uitdragen en verdedigen. Als zij dat al niet doen, dan vraag ik mij af wie het in het buitenland wel zal doen.

Ik heb van niemand in deze zaal lesjes te krijgen over uitspraken van mijn partijgenoten. Ik draai al lang genoeg mee in Open Vld om perfect te weten waarvoor wij staan. Confederalisme staat, voor alle duidelijkheid, niet gelijk aan scheiding.

In de officiële nieuwsbrief van Flanders House vraagt men zich af wat een huwelijksconsulent met België zou doen als het land een huwelijk was. Het is een tendentieuze benadering. Ik betreur uw antwoord. U ligt er niet van wakker. Mijn fractie en ikzelf liggen wél wakker van het imago van ons land in het buitenland.

Minister-president, uw reactie is veelzeggend, en licht neerbuigend. Inmiddels zijn we dat gewoon. Ik kan u enkel aanraden uw houding bij te stellen. Ik heb niet zelf die nieuwsbrief gevonden: verschillende mensen die in het buitenland wonen, hebben me die bezorgd. Zij kunnen daar heus niet mee lachen. Zij stellen dat dit echt wel grote gevolgen heeft voor beslissingen over investeringen in ons land. Ik zou dus iets minder lacherig op mijn vraag reageren.

De heer Matthias Diependaele : Ik zou op veel kunnen reageren van wat de heer Van Der Taelen en mevrouw De Ridder zeiden. Ik hou het bij één zaak: het beste diplomatieke beleid is een goed intern beleid. Heeft Kissinger dat niet gezegd? Op dat punt falen we. Het is niet omdat toevallig een Vlaams diplomaat zich even te hard opstelt en te ver gaat – al stel ik dat in vraag – dat we moeten denken dat er een imagoprobleem is. Er zijn in het buitenland voldoende journalisten die dat inzien. Ons imago wordt bepaald door het interne beleid, en niet door de uitspraak van een Vlaams diplomaat.

Eind jaren 90 stond er in een artikel in een Britse krant dat we in België al 160 jaar een stammenstrijd leveren. Dat is wat we in het buitenland lezen. Wat een diplomaat in het buitenland zegt, maakt het verschil niet. De beste diplomatie wordt met het interne beleid gerealiseerd, en op dat punt faalt België.

De heer Luckas Van Der Taelen : Inhakend op wat u zegt, mijnheer Diependaele, u hebt op dat punt geen ongelijk. Het is nogal evident dat de beste diplomatie met een goed intern beleid wordt gerealiseerd.

Toch ben ik het niet helemaal eens met het antwoord van de minister-president. Ik vind niet dat men spijkers op laag water zoekt. Ik wil het niet opblazen, want het gaat om een minor incident. Men moet toch een beetje oppassen. Ik vind dat men het zich niet kan veroorloven zich te verschuilen achter het feit dat de man geen diplomaat is. Het gaat wel degelijk om iemand die door de Vlaamse overheid wordt betaald en ons vertegenwoordigt.

Minister-president, u refereert zelf aan de Amerikaanse cultuur. Ik kan u verzekeren dat er een Amerikaanse politieke cultuur is. En ik kan u verzekeren dat als er in het buitenland een Amerikaans ambtenaar die de VS vertegenwoordigt een tekst met een gelijkaardige teneur zou schrijven waarin de politiek van de president op dezelfde ironische manier zou worden benaderd, hij de volgende dag op straat staat. Dat is een feit. Daar weet zo iemand dat men in diplomatieke diensten allemaal aan hetzelfde zeel moet trekken, wat zijn persoonlijke politieke overtuiging ook is. En op dat punt is het fout gegaan. Ik vind dus dat men die directeur zou moeten zeggen dat hij zich moet houden aan een zekere diplomatische terughoudendheid.

Mevrouw Ann Brusseel : Mijnheer de minister-president, het zou me enorm verbazen mocht u helemaal niet wakker liggen van ons imago in het buitenland.

Minister-president Kris Peeters : Dat heb ik niet gezegd.

Mevrouw Ann Brusseel : Maar u zegt dat het een mineur incident is, en dat het geen groot probleem is. Volgens de heer Diependaele is het zelfs een ongepaste vraag. Ik vind dat helemaal niet. Ik hoor de heer Diependaele spreken van ‘de Vlaamse diplomaat’. Als Vlaanderen de ambitie heeft om een echte diplomatie te voeren, dan zou ik sommigen toch willen aanraden een cursus ‘Diplomacy for dummies’ te gaan volgen. Persoonlijke meningen moeten echt achterwege blijven. Een analyse van de problemen in het thuisland mogen niet zomaar op straat worden gegooid. Het doet er dan niet toe of men Vlaanderen of België vertegenwoordigt.

Wat de problemen ook zijn, wie zijn land vertegenwoordigt hoort dit niet te doen. Hij hoort zeker geen metaforen te gebruiken. Ik betreur dat u vindt dat wij spijkers op laag water zoeken. Veel collega’s weten dat ik bij de FOD Buitenlandse Zaken heb gewerkt. Ik ben al enkele jaren vertrouwd met de taal van diplomaten. Dit kan echt niet hoor. Het spijt me. Dat is niet speciaal de mening van mijn partij, ik baseer me op mijn ervaring. Men kan evenmin spreken over IJsland als over een ‘remote island’.

Ik denk dat er dringend een gesprek nodig is met die Vlaamse vertegenwoordiger in New York. Hij moet gaan beseffen wat zijn baan juist inhoudt, en wat wel of niet in publicaties kan komen. We kunnen lang discussiëren over de inhoud van de publicatie, we kunnen verwijzen naar uitspraken van ministers in Belgische kranten, maar dat doet allemaal niet ter zake. Wat hier ter zake doet, en de vraag van mevrouw De Ridder zo terecht maakt, is dat een Vlaamse vertegenwoordiger met diplomatieke pretenties of intenties zulke uitspraken niet moet doen, en zeker niet op papier moet zetten.

De voorzitter : Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters : Voorzitter, ons imago is natuurlijk een grote zorg, daar werken we hard aan. We zullen ook bijkomend initiatief nemen. Blijkbaar zijn de collega’s van Open Vld op basis van deze nieuwsbrief van een andere mening.

Ik blijf erbij dat we, zeker in de Amerikaanse context, niet zwaar moeten tillen aan het voorval. Ik zal nog iets anders zeggen: de minimis non curat praetor. We moeten aan zulke zaken, zeker in dat verband, geen grote debatten wijden. Het is natuurlijk wel zo dat diplomaten zich moeten houden aan de regels. Dat gebeurt ook. Ik zal maar niet herhalen – al is het niet in publicaties – wat federale diplomaten de wereld insturen. Dat is weer een andere discussie.

Onze grote zorg is het imago van België en in het bijzonder van Vlaanderen. Onze diplomaten moeten daartoe bijdragen. Dat is de bottom line. We zullen er alles aan doen om dat te realiseren. Ik zal onze Vlaamse diplomaten volgende week trouwens toespreken.

De voorzitter : Mevrouw De Ridder heeft het woord.

Mevrouw Annick De Ridder : Ik hoop dat u dan van de gelegenheid gebruik maakt om hen inderdaad nog eens te wijzen op die wenselijke terughoudendheid als het dergelijke politiek hete hangijzers betreft. Ik hoop dat u hen daar in het algemeen of op basis van deze publicatie aan wilt herinneren.

Minister-president Kris Peeters : Ik was nog iets vergeten. Mevrouw De Ridder, u beweert dat Amerikaanse investeerders zouden terugdeinzen op basis van deze brief. Ik zou die dan graag hebben. Er zouden mensen geïrriteerd zijn. Ik zou graag hebben dat u uw informatie deelt met ons. Ik kan wel mensen bedenken die zich daaraan gestoord hebben, maar als u mij namen kunt geven, moet u dat echt doen.

Mevrouw Annick De Ridder : Ik kreeg meldingen vanuit verschillende ambassades. U zult begrijpen dat ik die namen onmogelijk kan meedelen.

Minister-president Kris Peeters : Verschillende ambassades van andere landen?

Mevrouw Annick De Ridder : Verschillende ambassades.

De voorzitter : Het incident is gesloten.

Tussenkomst VOU 1960 A. De Ridder – uitspraak in een recente nieuwsbrief van het Flanders House in New York