Homofobie in bilaterale partnerlanden

Vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over homofobie in bilaterale partnerlanden

De voorzitter : De heer Roegiers heeft het woord.

Vraag om uitleg van de heer Jan Roegiers tot de heer Kris Peeters, minister-president van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, over homofobie in bilaterale partnerlanden

De voorzitter : De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers : Voorzitter, minister-president, collega’s, op 11 december vorig jaar maakte u bekend dat op uw voorstel de Vlaamse Regering 7 miljoen euro steun uittrekt voor Malawi. Als ik goed ben geïnformeerd, gaat het om 2 miljoen euro steun voor de gezondheidssector, 3 miljoen euro voor de landbouwsector en nog eens 2 miljoen euro voor UNICEF België voor het uitvoeren van een project dat als doel heeft de toegang tot water te verbeteren en de kwaliteit van sanitair en hygiëne te verhogen.

Ik gebruik dit als inleiding omdat het het vervolg van mijn vraag toch enigszins in een context plaatst, namelijk in die van onze bilaterale partnerlanden. In Malawi werden in de maand december twee homo’s gearresteerd die het klaarblijkelijk hebben aangedurfd om een soort trouwceremonie te houden. Ze werden aangehouden, en ze zitten bij mijn weten ook nog vast, op aanklacht van openbare zedenschennis.

Zoals u wellicht wel weet, is homoseksualiteit in Malawi een groot probleem. Het hele Afrikaanse continent scoort trouwens heel slecht als het gaat om rechten van holebi’s: van de 53 Afrikaanse landen zijn er 38 waar homoseksualiteit als strafbaar in de wet staat en in landen zoals Mauretanië, Soedan en Nigeria wordt homoseksualiteit met de dood bestraft. Malawi is een van onze drie partnerlanden. Het is mijn overtuiging dat we daarover toch wel iets kunnen zeggen tegen de autoriteiten van het land.

Dat er al iets veranderd is, blijkt uit een document dat de Malawische regering in september 2009 heeft gepubliceerd en waarin voor het eerst homoseksualiteit wordt vernoemd in de strijd tegen aids. Ook dit is een open deur intrappen, maar aids heeft sinds 1985 al 800.000 slachtoffers gemaakt in Malawi en het land is daarmee een van de grootste slachtoffers van de aidspandemie in Afrika en in de wereld, en daarvan zijn 1 miljoen wezen het gevolg. Volgens het Centre for the Development of people (CEDEP), een organisatie die in Malawi actief is, zou 25 procent van de Malawische homo’s ook hiv-positief zijn. Er valt wel wat over te zeggen. Ik vermeld dit omdat het Malawische parlement vroeger niet wou spreken, omdat het officieel niet zou bestaan.

Minister-president, ik heb u in juli al eens een vraag gesteld over de Jogyakartaprincipes en ook tijdens de bespreking van de beleidsnota heb ik het daarover gehad. U hebt toen gezegd: “Ad-hocinterpellaties van buitenlandse regeringen zijn mijns inziens niet constructief, daarom moet Vlaanderen, indien het echt iets wil betekenen op het vlak van mensenrechten, op de eerste plaats inzetten op multilaterale fora”. Dat is, denk ik, toch wel een beetje anders wanneer we echt met partnerlanden spreken. In uw beleidsnota staat daarover: “De Vlaamse Regering moet de mensenrechten in rekening brengen in de activiteiten die het ontplooit in het kader van zijn internationaal beleid.” Dat is wat ik probeer aan te brengen: enerzijds is er de relatie met onze partnerlanden, anderzijds is er wat u zelf schrijft over de aandacht voor de mensenrechten bij van onze activiteiten.

Ik begrijp dat dit een moeilijk onderwerp is, zowel voor de Malawische regering als voor onszelf, maar toch denk ik dat het belangrijk is dat we daar het standpunt van de Vlaamse Regering over horen, ook al omdat in ons land de Werkgroep Internationale Solidariteit met Holebi’s (WISH) actief is en u daarover ook heeft aangeschreven.

Minister-president, vandaar dat ik uw antwoord op een aantal vragen zou willen vernemen. Wat is het standpunt van de Vlaamse Regering ten aanzien van homofobie in het algemeen en ten aanzien van de specifieke gebeurtenissen in ons partnerland Malawi in het bijzonder?

Heeft de Vlaamse Regering specifieke voorwaarden bepaald voor de steun aan Malawi? Welke waren de specifieke voorwaarden met betrekking tot de mensenrechten en de aanvaarding van seksuele diversiteit? Als dit niet zou gebeurd zijn, blijft u dan bij uw antwoord op mijn schriftelijke vraag? Of bent u bereid in dit geval, gelet op de specifieke positie van Malawi in onze buitenlandse verhoudingen, toch de autoriteiten van Malawi daarover aan te spreken?

Welke maatregelen werden er al genomen of denkt u te nemen in het kader van discriminatie van holebi’s uit Vlaanderen die willen reizen naar Malawi of andere landen waar holebiseksualiteit een probleem is? Heeft Vlaanderen voldoende middelen en expertise om de fundamentele rechten en vrijheden van ngo-medewerkers die in homofobe landen werkzaam zijn te vrijwaren in het geval van incidenten gebaseerd op seksuele betrekkingen? Zo ja, welke?

De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister-president, ik wens me aan te sluiten bij de vraag van de heer Roegiers omdat wij het heel belangrijk vinden dat Vlaanderen aandacht besteedt aan mensenrechten in het kader van ontwikkelingssamenwerking en op een of ander forum toch op een diplomatische manier zou pleiten voor de rechten van bevolkingsgroepen die worden gediscrimineerd. Samen met mevrouw De Knop heb ik u over deze zaak een brief geschreven.

Bij uw vraag naar de maatregelen wil ik u geruststellen, mijnheer Roegiers, en u te hulp snellen, minister-president. Die maatregelen bestaan al. De Federale Overheidsdienst Buitenlandse Zaken geeft reisadvies voor de meeste landen, ook voor Malawi. Voor Malawi is de problematiek al lange tijd bekend en worden Belgische reizigers gewaarschuwd met betrekking tot de homoseksualiteit die problematisch zou kunnen zijn en waarop ze zouden kunnen worden aangesproken. In verband met aids en seksueel overdraagbare aandoeningen wordt ook een waarschuwing gegeven in het reisadvies. Dat kunt u vinden op www.diplomatie.be. Voor de heer Roegiers heb ik het alvast afgeprint.

De voorzitter : De heer Van Der Taelen heeft het woord.

De heer Luckas Van Der Taelen : Ik wil me ook aansluiten bij de vragen van de heer Roegiers. Ik las onlangs in de Amerikaanse pers een schokkend artikel over wat er in Malawi en een aantal andere Afrikaanse landen aan de hand is. Men zou verkeerdelijk de indruk kunnen hebben dat het hier gaat over discriminatie. Het gaat helaas veel verder dan dat. In bepaalde Afrikaanse landen is door radicale Amerikaanse kerken propaganda gevoerd tegen homoseksualiteit. Dat is door bepaalde bevolkingsgroepen letterlijk opgenomen en ze hebben homoseksuelen gemolesteerd en vermoord. Omdat we een band hebben met Malawi, is het belangrijk dat we het niet onderschatten. Het gaat niet over discriminatie zoals die in veel landen bestaat, maar echt over het elimineren van homoseksuelen. Dat kunnen we vanuit Vlaanderen toch niet aanvaarden. Iedereen die het goed meent in Vlaanderen zou het geweldig appreciëren als u op een of andere diplomatische manier zou proberen dit probleem aan te pakken.

De voorzitter : De heer Diependaele heeft het woord.

De heer Matthias Diependaele : Ik sluit me ook aan bij de vraag van de heer Roegiers. In alle samenwerkingsakkoorden die de EU sluit, staat in artikel 2 meestal dat zij in die landen ook zullen letten op mensenrechten, democratische principes en dergelijke. Mijn ervaring leert dat dat dode letter blijft. Dat staat in het akkoord met Israël, maar er wordt helemaal niets mee gedaan. Er wordt nooit druk uitgeoefend.

Als er een samenwerkingsakkoord wordt gesloten met Israël of andere Oost-Europese of Centraal-Europese staten, gaat het meestal over wetenschappelijke samenwerking, tussen ziekenhuizen bijvoorbeeld. Dan kun je gemakkelijker druk uitoefenen en stellen dat budgetten enkel worden gegeven als zij letten op bepaalde principes voor mensenrechten en democratie. Voor armere landen zoals Malawi of andere Afrikaanse staten is het een stuk moeilijker om ontwikkelingshulp te laten afhangen van het naleven van principes. Dan straf je de bevolking, terwijl je de regering en de beleidsmakers wilt raken. Dat is een moeilijk evenwicht.

Wat de EU en misschien Vlaanderen te weinig doen, is druk uitoefenen bij de beleidsmakers. We hebben gezien welk effect het kan hebben als je je mening zegt over regeringsleiders in Congo. We moeten er toch voor zorgen dat we blijvend de vinger op de wonde leggen, misschien niet de ontwikkelingshulp ervan laten afhangen, maar er wel op blijven wijzen.

De voorzitter : Minister-president Peeters heef het woord.

Minister-president Kris Peeters : Voorzitter, collega’s, de steun die wij al een hele tijd aan Malawi geven, is een van dé voorbeelden van hoe wij er met de middelen die we hebben, kunnen voor zorgen dat een ontwikkelingsland als Malawi op een goede manier in zijn eigen onderhoud kan voorzien. Ik ben ervan overtuigd dat de ontwikkelingssamenwerking en de steun die wij vanuit Vlaanderen aan onder meer Malawi geven, een voorbeeld is van hoe je vrij snel iets positiefs kunt realiseren.

Dit probleem is overigens al enige tijd geleden onder mijn aandacht gekomen, collega’s. Ik heb daarop enkele acties ondernomen. Zo is er een brief verstuurd aan de ambassadeur met een uitdrukkelijke vraag om tekst en uitleg. Wij stellen in die brief ook dat wij het heel problematisch vinden dat personen vanwege hun seksuele geaardheid zouden worden vastgezet. Ik zal die brief ook overmaken aan de leden van de commissie.

Daarnaast heb ik recent nog overleg gepleegd met de collega’s uit Schotland, om samen met hen de situatie in Malawi te bespreken en te bekijken hoe wij samen op een positieve wijze, zonder dat ontwikkelingsland meteen tegen de muur te nagelen, aan de situatie kunnen werken.

Ik kom nu net van de nieuwjaarsreceptie met de diplomaten, die wij elk jaar organiseren. De ambassadeur van Malawi was daar aanwezig. Ik heb haar gezegd dat ik vandaag deze vraag zou krijgen in het parlement, en dat ik graag zou weten hoe het antwoord op mijn brief er zou uitzien. Zij heeft mij gezegd dat daar vandaag een beslissing over zou worden genomen. Indien dat voor 14 uur zou gebeuren, zou ze mij nog iets laten weten, maar dat is spijtig genoeg niet gebeurd.

Het toont wel aan, collega’s, dat wij deze zaak ter harte hebben genomen. Ik vind het terecht dat men in deze commissie aandacht besteedt aan dit thema. Ik hoop dat u heel blij bent dat de minister-president niet op de vraag om uitleg heeft gewacht om tot actie over te gaan. Het belangrijkste is natuurlijk het resultaat, maar daar kan ik nog geen uitsluitsel over geven.

Als wij een ontwikkelingsland op een goede manier ondersteunen, en dat heeft ook zijn effecten op het veld, kunnen we ook met iets meer gezag andere problemen aankaarten. Ik heb de indruk dat men dat in Malawi heel goed heeft begrepen en dat men dat niet zomaar wegwuift, getuige daarvan het gesprek dat ik daarnet heb gehad met de ambassadeur.

Wat de Vlaamse Regering betreft, mijnheer Roegiers, wil ik nog eens in alle duidelijkheid het standpunt van de regering herhalen, dat ook verwoord is in het regeerakkoord. Op pagina 82 staat: “We maken werk van een non-tolerantiebeleid op het vlak van discriminatie.” Op pagina 83 leest u: “We binden de strijd aan met de stereotiepe opvattingen over holebi’s en transgenders.” Het staat dus heel nadrukkelijk in het regeerakkoord, maar dat moet natuurlijk ook elke keer in de praktijk worden omgezet.

In het kader van de ontwikkelingssamenwerking met Malawi wil Vlaanderen de inspanningen van het land ondersteunen om de armoede te bestrijden en de Malawi Growth and Development Strategy, evenals de millenniumdoelstellingen voor Malawi, te helpen realiseren. De gelijke behandeling van mannen en vrouwen, duurzame ontwikkeling en institutionele capaciteitsopbouw staan centraal binnen de verschillende sectoren van de samenleving. Om die reden volgen het Departement internationaal Vlaanderen en het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking de maatschappelijke ontwikkelingen in Malawi met heel veel aandacht.

Wat de holebirechten in Malawi betreft, kwam de afgelopen maanden zowel de arrestatie van twee personen als de verklaring van de Eerste Secretaris voor Voeding en hiv/aids van het Malawische ministerie voor Gezondheid in het nieuws. Het gaat wat mij betreft om tegenstrijdige signalen. Enerzijds wordt oude regelgeving, die een overblijfsel is van de Britse koloniale wetgevingen en die eerder dode letter leek, omdat het gaat om moeilijk te bewijzen feiten, opgerakeld in een zaak die ruchtbaarheid kreeg in Malawi. Anderzijds verklaarde mevrouw Shawa, hooggeplaatst in de hiërarchie van de Malawische overheid, publiekelijk het volgende: “There is a need to incorporate a human rights approach in the delivery of HIV and AIDS services to such risk groups like men who have sexual intercourse with men if we have to fight AIDS.”

Samen met de Vlaamse Regering hoop ik dat de tendens die wordt vertolkt door die mevrouw, zich zal doorzetten en dat Malawi de weg van Zuid-Afrika inslaat en homoseksualiteit decriminaliseert.

De Vlaamse Regering heeft voor de steun aan Malawi geen specifieke voorwaarden gesteld inzake respect voor de mensenrechten en de aanvaarding van seksuele diversiteit in het bijzonder. In de strategienota die beide regeringen in 2008 hebben goedgekeurd, zijn er wel twee belangrijke elementen opgenomen. Ten eerste is er een verwijzing naar de beleidsnota 2004-2009, die stelt dat de Vlaamse bijdrage tot wereldwijde ontwikkeling is ingegeven door universele waarden en het respect voor de rechten van de mens. Ten tweede hebben beide regeringen zich ertoe verbonden te streven naar goed bestuur. Daaronder moet verstaan worden: accountability, transparantie, inclusie, bestrijding van corruptie, de beginselen van de rechtsstaat, en oor hebben voor de stem van de meest kwetsbaren in de samenleving.

Ik zie die tegenstrijdigheid waar u naar verwijst, mijnheer Roegiers, niet. In mijn antwoord op uw schriftelijke vraag heb ik gesteld: “Vlaanderen, indien het echt iets wil betekenen op het vlak van mensenrechten, moet in de eerste plaats inzetten op multilaterale fora.” In mijn beleidsnota heb ik daaraan toegevoegd dat Vlaanderen de mensenrechten in rekening moet brengen in de activiteiten die het ontplooit in het kader van zijn internationale beleid. Dat zal ook effectief op de eerste plaats gebeuren via multilaterale fora. Zo werd onlangs tijdens de Program Coordination Board van UNAIDS door Nederland, dat ook namens Vlaanderen en België sprak, de visie vertolkt dat succesvolle aids/hiv-programma’s aandacht hebben voor homoseksualiteit en bestrijding van discriminatie. Uitzonderlijk kan dat ook bilateraal worden opgenomen, wanneer we met het land in kwestie een intensieve relatie hebben. Dat is het geval met Malawi.

De vertegenwoordigers van het Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (VAIS) volgen de zaak van de twee betrokken personen van zeer nabij op. Ik heb Schotland al genoemd, maar wij staan ook in contact met Duitsland, UNAIDS en andere instellingen. In Malawi plegen de ambassades van de westerse landen onderling overleg en plegen ze gezamenlijke demarches naar de overheid aldaar, in een poging die ertoe te bewegen de wetgeving in overeenstemming te brengen met de internationale wetgeving inzake mensenrechten.

Ik heb al vermeld dat ik een brief heb geschreven naar de ambassadeur van Malawi, waarin ik de bezorgdheid heb geuit die Vlaanderen heeft over deze zaak, en waarin ik mijn overtuiging heb uitgedrukt dat de gerechtelijke autoriteiten in Malawi zich bij hun onderzoek zullen laten leiden door de bepalingen van het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten.

Gisteren heeft er op mijn kabinet een vergadering plaatsgevonden met de Schotse minister, bevoegd voor buitenlands beleid, om te bekijken hoe we onze acties nog beter kunnen coördineren en op elkaar afstemmen. Zo zal zij bij haar bezoek aan Malawi over drie weken ook de bezorgdheid van Vlaanderen inzake de rechten van homo’s vertolken ten aanzien van de autoriteiten, tenzij dit in de tussentijd zou zijn uitgeklaard.

Malawi heeft een behoorlijke traditie van onafhankelijkheid van het gerecht. Daarom heb ik bewust niet aangedrongen op een tussenkomst van de regering in de rechtsgang. De Malawische grondwet van 1995 bevat bepalingen over menselijke waardigheid en gelijkheid en stelt dat eerdere wetten die strijdig zijn met de grondwet, buiten toepassing moeten worden gelaten. Dat biedt een mogelijke uitweg voor de rechters die in deze zaak uitspraak moeten doen. Volgens de informatie die ik daarstraks heb ontvangen, zou dat vandaag gebeuren.

Vlaanderen beschikt niet over specifieke middelen en expertise op dit vlak. Voor ngo-medewerkers geldt wat ik als antwoord op de vorige vraag heb gezegd. Het reisadvies op de website van de FOD Buitenlandse Zaken bevat een rubriek ‘seksualiteit’, waarin vermeld staat of homoseksuele relaties al dan niet verboden zijn. Zij kunnen ook een beroep doen op de consulaire bijstand. Mochten zich in de praktijk problemen voordoen met ngo-medewerkers, dan zal dat wellicht ook aan bod komen in de consultatieve donormeetings die in de meeste ontwikkelingslanden worden georganiseerd.

Ik wil nog even de aandacht vestigen op de specifieke situatie van de vertegenwoordiger van VAIS in Malawi. Die is onder een diplomatiek statuut geaccrediteerd als lid van de Belgische ambassade, waarvan het rechtsgebied ook Malawi omvat. De vertegenwoordiger geniet dus de bescherming van het Verdrag van Wenen inzake diplomatiek verkeer.

Voorzitter, collega’s, het meest belangrijke is dat ik al actie heb ondernomen – de brief, het contact met de Schotse minister en met de ambassadeur van Malawi. Dat allemaal om zo snel mogelijk tot duidelijkheid en uitklaring te komen voor de betrokkenen die vastzitten. Als het alleen maar blijkt te slaan op homofilie, dan moet men die mensen zo snel mogelijk vrijlaten.

De voorzitter : De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers : Minister-president, ik wil u eerst en vooral heel oprecht bedanken voor de initiatieven die u hebt genomen. Ik ben blij dat u dat hebt gedaan en dat u niet hebt gewacht tot er een parlementaire vraag over werd gesteld. Ik wil u en de collega’s die hun steun hebben gegeven, bedanken.

Ik heb er, tussen haakjes, nooit voor gepleit en zal er ook nooit voor pleiten om de financiële middelen voor Malawi weg te nemen. Dat is zeker niet mijn bedoeling. Ik denk dat de weg die de minister-president nu heeft bewandeld, de goede is.

Ik heb begrepen, minister-president, dat er geen specifieke voorwaarden rond mensenrechten zijn opgenomen in de overeenkomst met Malawi, maar dat er wel naar een aantal documenten wordt verwezen. Moeten we in de toekomst een aantal zaken niet iets specifieker opnemen in zulke overeenkomsten, precies om duidelijk te maken welke waarde wij hechten aan de mensenrechten? Ik heb het dan niet enkel over holebi’s, maar ook over een aantal andere zaken rond mensenrechten.

U sprak even over een mogelijke tegenstrijdigheid. Ik heb die niet geïnsinueerd of willen insinueren. Ik heb alleen gezegd dat Malawi een specifieke situatie is omdat het een partnerland is en omdat we daar de mogelijkheid hebben om iets accurater op te treden.

Ik ben het met u eens dat het goed is dat de overheid niet is tussenbeide gekomen in Malawi en dat we daar ook niet op hebben aangedrongen. Het pleit in het voordeel van Malawi dat er een scheiding der machten is. Waar wij natuurlijk wel op kunnen aandringen, op de diplomatieke wijze die u hebt aangehaald, is dat de wetgeving daarover mettertijd kan worden gewijzigd. Dan zijn er op zich geen problemen.

U hebt een aantal keren gesproken over de Schotse minister. Is het in het kader van het nakende bezoek van de Schotse minister aan Malawi dat u daar specifiek de nadruk op legt, of was er een andere reden waarom u heel specifiek een aantal keren over de Schotse minister hebt gesproken?

De voorzitter : Minister-president Peeters heeft het woord.

Minister-president Kris Peeters : We hebben regelmatig contact met onze Schotse collega’s. Naar aanleiding van een bezoek aan Vlaanderen hebben we dit onderwerp aangekaart. De Schotse regering is bezorgd. Schotland ondersteunt Malawi op een aantal vlakken. Het lijkt me goed niet enkel vanuit Vlaanderen, maar ook vanuit een aantal andere landen hetzelfde signaal te geven.

Eigenlijk mag hierover geen misverstand bestaan. Dit is trouwens ook niet het geval. In Schotland leeft dezelfde gevoeligheid. We hebben dit samen gedaan. De Schotse minister reist binnen een drietal weken af. Indien het probleem dan nog niet zou zijn opgelost, zou ze die bezorgdheid best ook namens Vlaanderen overmaken.

De voorzitter : De heer Roegiers heeft het woord.

De heer Jan Roegiers : Minister-president, indien u alsnog een antwoord van de ambassadeur zou krijgen, zou ik het op prijs stellen indien u de commissie daarvan op de hoogte zou brengen. Het maakt niet uit of het om een sms of om een omstandiger antwoord gaat.

Minister-president Kris Peeters : Ik zal de brief die ik heb gestuurd, alvast aan de commissiesecretaris overmaken. Zodra ik een antwoord ontvang, zal ik het aan het Vlaams Parlement overmaken.

De voorzitter : Het incident is gesloten.

Tussenkomst VOU 683 J. Roegiers – Homofobie in bilaterale partnerlanden