Gelijke vrouwenrechten: het werk is nog niet af

Twintig jaar na de VN-vrouwenrechtenconferentie van Peking is deze week de opvolgingsconferentie gestart in New York. In voorbereiding hierop heeft de Senaat een informatieverslag opgesteld en aanbevelingen geformuleerd die de rechten van vrouwen moeten versterken. Ik was blij mee te kunnen werken aan dit rapport. We hebben wekenlang tal van experts gehoord over diverse onderwerpen, zoals de rol van vrouwen in besluitvorming, de positie van vrouwen op de arbeidsmarkt, beeldvorming in de media, meisjes en opleiding, geweld op vrouwen en jonge meisjes. Uit de vele vaststellingen konden we afleiden dat er al pakken vooruitgang geboekt is op zeer concrete punten.

Kijk naar de sterk toegenomen vrouwelijke vertegenwoordigers in onze diverse parlementen, mede dankzij quota. In hoger onderwijs is de aanwezigheid van meisjes zeer hoog en ze behalen er sterke resultaten. Ook in het bedrijfsleven zie ik steeds meer sterke vrouwelijke rolmodellen naar voren komen, mede onder invloed van een actief middenveld en van geëngageerde burgers, zoals bijvoorbeeld de ‘Straffe madammen’. Er is een sterke dynamiek gegroeid de voorbije decennia, dankzij vrouwen en mannen die met een kritische blik naar de samenleving én naar zichzelf durven kijken.

Maar het werk is verre van af. De top in New York leverde deze week een zwakke startverklaring af, lees: een extreem conservatieve coalitie gevormd door het Vaticaan, Rusland, moslimlanden zoals Indonesië en een aantal Afrikaanse landen, slaagde erin de startversie enorm af te zwakken. Tussen haakjes: voor wie nog steeds denkt dat we nu een progressieve paus hebben, alstublieft, word wakker. Vorige week kon ik in de pers lezen dat onze Koningin Mathilde sterk pleitte voor meer respect voor de rechten van jonge meisjes en tegen zaken zoals genitale verminking. Ik kan enkel hopen dat ze bij haar bezoek aan paus Franciscus gewezen heeft op de ‘on-zaligheid’ van zijn bondgenootschap.

Want de internationale ontwikkelingen op vlak van vrouwenrechten, ook binnen de Europese Unie, moeten ons ernstig zorgen baren. De reproductieve rechten van vrouwen en meisjes liggen onder vuur in Hongarije en Spanje. In Frankrijk wordt door conservatieven die electoraal steeds sterker worden de rol van de vrouw opnieuw zeer traditioneel geformuleerd. Buiten Europa zien we dat Iran de vrouwenrechten zo mogelijk nog sterker ondermijnd. Nieuwe wetten zullen kindhuwelijken promoten, anticonceptiemiddelen moeilijker verkrijgbaar maken en vrouwen verhinderen om te werken. De bedoeling is ‘bevolkingsgroei’… Het Vlaams parlement veroordeelde gisteren unaniem deze nieuwe neergang van vrouwenrechten in Iran in een resolutie.

Ook in eigen land zie ik helaas nog tekortkomingen. Vandaag las ik in De Standaard dat de politie geen prioriteit meer geeft aan intra-familiaal geweld. Ten eerste hebben we tijdens hoorzittingen in de senaat kunnen vaststellen dat België ondanks eerdere plannen nog steeds nood heeft aan een krachtiger en alomvattend beleid om dit fenomeen beter te bestrijden. Ten tweede hebben diverse ministers bevoegd voor Gelijke Kansen deze legislatuur al te kennen gegeven dat ze de strijd tegen intra-familiaal geweld hoog op hun agenda willen houden. Terecht. We telden in 2013 in ons land 39.746 aangiftes en we betreurden 162 doden. Het lijkt me te vroeg om het actieplan af te voeren. Laten we de cijfers van seksueel geweld onder de loep nemen: de voorbije jaren werden meer dan 3000 verkrachtingen per jaar aangegeven, het daadwerkelijke cijfer ligt hoger, want veel slachtoffers willen of durven geen klacht in te dienen.

De meeste klachten leiden tot seponering: in 20% van de gevallen is de motivering ‘dader onbekend’ en 50% wordt onvoldoende bewezen geacht. Het aantal veroordelingen is bijzonder laag. De opvang en begeleiding van vrouwen die het slachtoffer werden van seksueel geweld kan stukken professioneler, zowel door politie als zorgpersoneel. We hebben alle technische instrumenten, de zogeheten ‘Seksuele agressie sets’ en databanken, om bewijslast te verzamelen en om seksuele delinquenten beter te kunnen opsporen en vervolgen, toch gebeurt dit onvoldoende. België scoort op dit punt bedroevend laag.

Daarnaast worden vrouwen sterker getroffen door armoede. Uit onderzoek van de mutualiteiten blijkt dat voor vele vrouwen de aankoop van geneesmiddelen en raadplegingen van de tandarts en huisarts zo vaak mogelijk uitstellen. We moeten ook de tewerkstellingsgraad van vrouwen nog kunnen opkrikken, onder andere door betere randvoorwaarden te creëren. Nu bedraagt dit voor vrouwen 61,3 % ten opzichte van 72,3% voor mannen. Oudere vrouwen blijven haperen op 32% en vrouwen van buitenlandse afkomst halen slechts 46%. Ik zou nog wat meer significant cijfermateriaal kunnen opsommen en uitleggen wat we vanuit de politieke wereld kunnen en moeten ondernemen om de situatie te verbeteren. Ik wil ook heel uitdrukkelijk meisjes en vrouwen oproepen om zich sterker te maken, om meer zelfvertrouwen te hebben en uit hun kot te komen, want niet alle heil kan van de overheid komen.

Ik ben blij dat de senaatscommissie tot unanieme aanbevelingen is kunnen komen. Over alle grenzen van partijen en gemeenschappen heen, delen we de doelstelling om meer gelijkheid tussen mannen en vrouwen te bewerkstellingen. Niemand steekt de kop in het zand. België had op de top van vrouwencommissie van de VN de grootste delegatie, met 31 leden. Dan moet je wel ambitie tonen, denk ik dan… Het is nu aan de diverse regeringen en parlementen van ons land om de aanbevelingen om te zetten in verbeterde wetgeving en in een humaner beleid. Ook op internationale bijeenkomsten moeten we de fundamentele vrijheden en rechten van vrouwen verdedigen en durven ingaan tegen de coalitie van conservatieven die vrouwen willen herleiden tot baarmoeders op pootjes. Opdat we eindelijk zouden kunnen spreken van een volwaardige gelijkheid tussen de man en de vrouw, hebben we nog een weg af te leggen.

Ann Brusseel

 Dit opiniestuk verscheen als column in de Liberales nieuswbrief van 13 maart 2015.