Gelijke kansen in Vlaanderen: Hoog tijd voor een daadkrachtig beleid!

Mevrouw Ann Brusseel:
Minister, ik zal het kort houden. We hebben tijdens de bespreking van de beleidsnota in de commissie al een stevige discussie gehad over een aantal zaken. Maar dat is ondertussen meer dan 6 maanden geleden, en dus dacht ik dat er al een aantal zichtbare beleidsmaatregelen, die u beloofd had, zouden zijn uitgewerkt of minstens opgestart, maar eigenlijk is dat nog niet gebeurd.

Mevrouw Ann Brusseel:
Minister, ik zal het kort houden. We hebben tijdens de bespreking van de beleidsnota in de commissie al een stevige discussie gehad over een aantal zaken. Maar dat is ondertussen meer dan 6 maanden geleden, en dus dacht ik dat er al een aantal zichtbare beleidsmaatregelen, die u beloofd had, zouden zijn uitgewerkt of minstens opgestart, maar eigenlijk is dat nog niet gebeurd.

Mijn vrees dat men het genderbeleid baseert op goede bedoelingen, op goeie conversaties en op voornemens, maar dat concrete acties moeilijk blijken, wordt dus wel bevestigd.

Daar de spreektijd beperkt is, wil ik mij tot een aantal punten van de beleidsnota beperken. Het monitoren van de maatschappelijke vooruitgang op het vlak van gelijke kansen in Vlaanderen, is in de beleidsnota aangegeven als een van de belangrijke operationele doelstellingen. Zonder indicatoren is het inderdaad onmogelijk na te gaan of de gelijkekansendoelstellingen bereikt zijn. Open Vld pleit al jaren voor het opstellen van indicatoren. Sinds meer dan 6 jaar kunnen we in de beleidsbrieven lezen dat genderindicatoren zullen worden ontwikkeld. Ze zijn er nog steeds niet.

Minister, u hebt bij de bespreking in commissie geantwoord dat u ernaar zou streven om de gelijkekansenindicatoren klaar te hebben tegen april 2010. Wel minister, de streefdatum is verstreken, maar waar zijn de genderindicatoren?

Ik geef u nog een voorbeeldje van het feit dat er veel gepraat wordt: het voornemen om een Vlaams actieplan ‘Bestrijding van de loopbaankloof’ op te maken. De loonkloof is deels het resultaat van de loopbaankloof en behoeft dringend een oplossing. Het Vlaams actieplan met betrekking tot de loopbaan- en loonkloof, zal in samenspraak met een aantal actoren worden opgemaakt. Uw antwoord naar aanleiding van een vraag om uitleg in de commissie desbetreffend, is tevens vrij verontrustend. In het najaar van 2010 zal pas gestart worden met de gesprekken met alle betrokken actoren, maar dit om nog maar te bekijken welk werkproces zal worden gevoerd. U hoopt dat er in de tweede helft van het najaar 2011 een gedragen en concreet loopbaankloofplan op tafel zal liggen, maar dat vonden wij een beetje lang wachten.

Het is tijd voor acties. De positie van vrouwen in ons land en Vlaanderen is ondermaats. In de Global Gender Gap Index 2009 is België van de 28e plaats gezakt naar de 33e plaats. De loonkloof tussen mannen en vrouwen is een van de oorzaken ervan, zoals ook het glazen plafond een oorzaak is. Op zeer korte termijn zijn flankerende maatregelen noodzakelijk om de instroom van vrouwen in bestuursraden, directieraden en leidinggevende functies van privébedrijven te bevorderen. Meer vrouwen op de arbeidsmarkt betekent dat u hun ook kansen geeft om het moederschap te combineren met de job, en dus zijn die flankerende maatregelen echt heel hard nodig.

In voorliggende beleidsnota wordt helemaal geen aandacht besteed aan de ondersteuning en het faciliteren van het vrouwelijk ondernemerschap. Het creatieve en ondernemende vermogen van vrouwen wordt nog al te vaak onderschat. Gezien de evenredige aanwezigheid van talent en motivatie, want die blijken tijdens de studieperiode, is het logisch dat vrouwen zich ook meer actief zouden opstellen in de ondernemerswereld. Zo dient in het onderwijs meer nadruk te worden gelegd op het ondernemerschap in de eindtermen. Ook het micro-ondernemerschap via partnership tussen scholen en bedrijven met meisjes als specifieke doelgroep, moet worden gestimuleerd. Andere flankerende maatregelen zoals sensibilisering, meterschapsprojecten, het stimuleren van een positieve beeldvorming over vrouwelijk ondernemerschap, en het onder de aandacht brengen van good practices, moeten verder uitgebouwd worden.

Ik wil nog kort even iets zeggen over het beleid ten aanzien van holebi’s. Daar valt veel over te zeggen, maar laten we ons beperken tot enkele punten. Ik kijk met heel veel belangstelling uit naar het holebi-actieplan dat u deze lente zult presenteren. Als Open Vld hebben we hierop reeds geanticipeerd met een eigen voorstel van resolutie dat een volledig actieplan behelst, ik verwijs naar het initiatief van mevrouw De Knop. Ook het vorige actieplan van minister Van Brempt was trouwens een operationalisering op basis van de resolutie van Open Vld, van de heer Schueremans, die door alle democratische partijen werd gesteund.

Tot slot wil ik uitdrukkelijk aandacht vragen voor de preventie van hiv en van soa’s. Er is veel werk aan de winkel. Wij pleiten voor een gezondheidsdoelstelling inzake de seksuele gezondheid en voor veel meer veldwerk door de organisaties die de seksuele gezondheid van holebi’s promoten en versterken. Hiervoor is een heroriëntering van de budgetten nodig.

Het holebibeleid heeft het voordeel dat het geen polariserend thema is. Meerderheid en oppositie kennen en erkennen de uitdagingen en problemen. We bieden graag onze steun aan om samen aan een constructief holebibeleid te werken. Hierdoor kan de juridische werkelijkheid naar het echte leven worden vertaald en kunnen holebi’s en hetero’s echt gelijk worden behandeld.

Bespreking beleidsnota gelijke kansen – plenaire vergadering 28 april 2010