Gelijke Kansen: een kwestie van respect!

Ik trap een open deur in wanneer ik zeg dat iedereen in onze samenleving gelijke kansen moet krijgen. Je hoort het zo vaak zeggen, vooral door politici. Veel mensen denken ook dat dit allang geen probleem meer is. Helaas! De vooroordelen tegenover vrouwen zijn de wereld nog niet uit. Het ene is al onschuldiger dan het andere maar veel vrouwen laten er zich echt door beïnvloeden. Dat heet dan sociale druk en blijkbaar moet je uit sterk hout gesneden zijn om je daar op een adequate manier tegen te verzetten. We staan op de arbeidsmarkt nog niet altijd waar we willen, ondanks veel talent en inspanningen, daarvan getuigen de knappe resultaten die meisjes neerzetten op school en aan de unief. Ook tal van andere vooroordelen wegen op onze samenleving. Mensen met een handicap hebben het zeer moeilijk om een baan te vinden, of om zich vlot te verplaatsen, denk maar aan de Brusselse metrostations en de meeste trams. Recente onderzoeken wijzen uit dat hoogopgeleide allochtonen moeilijk werk vinden, zelfs vaak niet de kans hebben op een sollicitatiegesprek, ondanks hun diploma en vaardigheden. En ook holebi’s zijn nog al te vaak het slachtoffer van vooroordelen en een gebrek aan respect.

Op 12 mei was ik met mijn collega’s, zoals elk jaar, op de Gay Pride. We vinden de Pride niet alleen een leuk feest van de diversiteit, het is elk jaar opnieuw een manifestatie voor meer verdraagzaamheid voor holebi’s in ons land en in de rest van de wereld. Voor meer respect ‘tout court’, want daaraan durft het wel eens ontbreken, tegenover mensen die net een beetje anders zijn dan de zogenaamde ‘norm’. Bepaalde uitgangsbuurten in Brussel zijn voor holebi’s echt niet veilig te noemen, omdat sommige mensen menen dat ze homoseksualiteit met geweld moeten afwijzen. Alsof het afwijzen op zich nog niet erg genoeg is. De voorbije maanden doken in de media veel berichten en getuigenissen op van homo’s die in elkaar geklopt werden door jongeren. Beschimpt en bespuwd worden is dagelijkse kost in bepaalde wijken. In Luik werd een jongeman vermoord omwille van zijn seksuele geaardheid. Dit is ronduit barbaars, er zijn geen woorden voor. Het zogenaamde gaybashen – in al zijn vormen: verbaal en fysiek geweld – is een schandvlek op ons land in de 21ste eeuw. Ik ben de media dankbaar dat ze aandacht besteden aan de pijnlijke problematiek, nu is het aan de politici om de zaak grondig aan te pakken.

Onlangs was ik diep geraakt door een brief van een jonge student die het onderwijs en de politiek opriep er iets aan te doen: want op school komen pesterijen en opmerkingen over seksuele geaardheid nog te vaak voor. Sommige jongeren voelen zich daardoor echt niet goed in hun vel, om het zacht uit te drukken. Ik vroeg daarom aan de minister van Onderwijs om dit probleem in de scholen beter aan te pakken: met leerkrachten die weten hoe ze de vooroordelen en kwetsend gedrag moeten aanpakken. Als aan verdraagzaamheid moet gewerkt worden, dan best al vanaf de kleuterklas en zelfs tot het einde van de middelbare school. Volgens minister Smet moet er eerst opnieuw een onderzoek gevoerd worden vooraleer een plan van aanpak kan vastgelegd worden. Hoezeer ik ook voorstander ben van wetenschappelijk onderzoek, toch zie ik er stilaan een gebrek aan daadkracht en lef in. Spreken de feiten en de getuigenissen dan niet voor zich? Kan minister Smet geen beslissing treffen op basis van zijn overtuiging? Het gevolg is dat beleidsinitiatieven jaren vertraging oplopen. Volgens mij is het nu tijd voor actie!

Ten eerste moeten leerkrachten en kandidaat leerkrachten zich bewust worden van de invloed van het voortdurend gebruiken van stereotiepen op vlak van gender en seksualiteit. Denk maar aan de vele liedjes, boeken en ander didactisch materiaal, waarin meisjes altijd op een man verliefd worden (liefst een prins) en beiden ook blank zijn. Niet alle kinderen groeien op met een mama en een papa, leerlingen kunnen maar beter leren dat jongens ook op jongens kunnen verliefd worden en dat meisjes niet verondersteld worden om graag het huishouden te doen. Vaak zijn leerkrachten zelf nog niet doordrongen van die diversiteit als ‘nieuwe norm’ voor de 21ste eeuw. Dit is echter een conditio sine qua non om de eindtermen m.b.t. diversiteit en verdraagzaamheid zelf te kunnen aanbrengen. Daar wringt het schoentje nog te vaak. Ten tweede moeten ze weten hoe om te gaan met conflicten en pesterijen: ze moeten dat gedrag kunnen herkennen en wegwerken uit de klas, leerlingen confronteren met vooroordelen en de pijnlijke gevolgen ervan. Daarom moet de minister van Onderwijs investeren in bijscholingen van leerkrachten en vernieuwd didactisch materiaal, niet in het zoveelste onderzoek. Ook de lerarenopleiding moet meer aandacht besteden aan de problematiek van genderstereotiepen en vooroordelen over seksuele geaardheid.

Het GO! start volgend jaar een pilootproject rond holebiseksualiteit in de Brusselse scholen. Dan is het aan de minister om de andere netten te laten aansluiten bij de ‘best practices’ in de aanpak van het GO!, want mooie redevoeringen over verdraagzaamheid zullen niet volstaan. Er zijn in het algemeen nog meer maatregelen nodig om het gaybashen aan te pakken, niet alleen op school, maar ook bij politie en justitie. Mensen moeten met hun problemen op de bescherming van de overheid kunnen rekenen. Samen met Vlaams parlementsleden Irina De Knop en Khadija Zamouri, Brussels parlementslid Els Ampe en senator Nele Lijnen, zet ik druk op de regeringen van ons land om dit probleem op te lossen. Want iedereen moet in onze samenleving zichzelf kunnen zijn en respect opbrengen voor de overtuigingen en de geaardheid van anderen.