Gelijke kansen: Bespreking beleidsnota 2009-2014

2. Bespreking
2.1. Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel

Mevrouw Ann Brusseel merkt op dat etnisch-culturele diversiteit in deze beleidsperiode als een apart thema behandeld wordt. Aandacht voor de verschillende thema’s is goed, maar door het beleidsdomein Gelijke Kansen steeds te verruimen wordt de aandacht voor de genderproblematiek beperkter, waardoor soms een vals gevoel van gendergelijkheid kan opduiken.

2. Bespreking
2.1. Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel

Mevrouw Ann Brusseel merkt op dat etnisch-culturele diversiteit in deze beleidsperiode als een apart thema behandeld wordt. Aandacht voor de verschillende thema’s is goed, maar door het beleidsdomein Gelijke Kansen steeds te verruimen wordt de aandacht voor de genderproblematiek beperkter, waardoor soms een vals gevoel van gendergelijkheid kan opduiken.

In tegenstelling tot de beleidsnota stelt het Vlaamse regeerakkoord een en ander wel voldoende duidelijk: “De Vlaamse Regering streeft naar een genderevenwichtige samenleving. Daarom besteden we aan een specifiek gelijkekansenbeleid vrouw/man de nodige aandacht, en dit naast de diversiteitsproblematiek.”. Open Vld hoopt dus dat er effectief voldoende aandacht gaat naar de genderproblematiek. De beleidsnota neemt de loopbaankloof en loonkloof onder de loep, voornamelijk op basis van cijfers van 2006. Zijn er geen recentere gegevens?

Het masterplan getuigt van ambitie. Wat is de precieze timing voor het opstellen en realiseren van de doelstellingen van dit masterplan? Het plan wordt gevoed en ondersteund door de open coördinatiemethode. Betekent dit dat er voor alle doelgroepen in alle domeinen tegen 15 maart 2010 een doelstellingenkader wordt opgesteld?

De open coördinatiemethode heeft een nieuwe wending gegeven aan het gelijkekansenbeleid. Open Vld hoopt dat het masterplan het gelijkekansenbeleid nog versterkt. Te grote ambities kunnen echter leiden tot verwatering of tot een papieren gelijkekansenbeleid.

Het is goed dat het middenveld sterk betrokken wordt bij de opstelling van het strategisch plan. Het kent immers de knelpunten in de verschillende doelgroepen. Hoe ziet de minister de samenwerking met het middenveld?

Voor de monitoring van de evoluties in Vlaanderen wordt een set van indicatoren vastgelegd. Vorig jaar werden in de Commissie voor Wonen, Steden, Inburgering en Gelijke Kansen de verslagfiches 2006-2007 en de actieplannen 2008-2009 voorgelegd. Tijdens de bespreking stelde de vorige minister dat er vanaf het najaar 2008 concreet werd gewerkt aan de ontwikkeling van gelijkekansenindicatoren in de verschillende Vlaamse bevoegdheidsdomeinen. Tot welk resultaat heeft dit geleid? Zijn er nu al indicatoren voorhanden om de realisatie van het doelstellingenkader van 2006 te evalueren?

Open Vld pleit al jaren voor het opstellen van indicatoren. Zonder indicatoren kan men onmogelijk nagaan of de maatschappelijke doelstellingen zijn bereikt. Al meer dan zes jaar staat in de beleidsbrieven dat er indicatoren zullen opgesteld worden. Helaas blijft de uitwerking uit. Open Vld is dan ook benieuwd wanneer de bruikbare, relevante indicatoren zullen ontwikkeld zijn. Wat is het tijdspad? Wanneer is een eerste stand van zaken gepland?

Volgens de beleidsnota moet gewerkt worden aan genderbewustzijn bij de Vlaming, middels een geïntegreerd sensibiliseringsplan en een brede waaier aan informerende initiatieven. Sensibilisering is een gemakkelijk instrument. Aan welke informerende initiatieven denkt de minister? Bestaat al een timing voor het opstellen en de uitvoering van het geïntegreerd sensibiliseringsplan?

Open Vld is voorstander van een meer evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in advies- en bestuursorganen, zowel in de organen gelieerd aan de Vlaamse overheid als aan de privésector. Volgens de beleidsnota zit het Meer-evenwichtige-participatiedecreet nog in een implementatiefase. Volgens de databank ‘Vlaamse Instellingen, Organen en Mandaten’ is één op vier organen niet evenwichtig (1/3-2/3de) samengesteld. Dit staat in tegenstelling tot een persbericht van februari 2009 van de vorige minister van Gelijke Kansen. Daarin stelde zij dat het quotum gehaald was. Zo zouden volgens dit bericht 648 vrouwen actief zijn op een totaal van 1569, wat overeenkomt met 41,30 percent. Bij de Vlaamse bestuursorganen zijn er 165 vrouwen werkzaam op een totaal van 493 leden, wat neerkomt op 33,47 percent.

Het lijkt erop dat de evenwichtige vertegenwoordiging behaald wordt in haar totaliteit en niet onmiddellijk per bestuurs- of adviesorgaan. Uit het persbericht is dit niet duidelijk af te leiden. Welke informatie is correct? Als een aantal organen niet voldoet aan de 1/3de regel, wil het lid graag de lijst van die organen.

Naar het voorbeeld van de Scandinavische landen zullen stimulerende en ondersteunende maatregelen uitgewerkt worden om de deelname van vrouwen in privaatrechtelijke bestuursorganen te verhogen. Op welke Scandinavische succesrijke voorbeelden steunt men? Op Noorwegen en zijn quota? Of stemt het overeen met het voorstel van mevrouw Milquet?

Het regeerakkoord blijkt op dit punt iets duidelijker: “In nauw overleg met de sociale partners komen er stimuleringsmaatregelen om deze aanwezigheid (1/3de) ook in bestuursraden van privaatrechtelijke rechtspersonen te bevorderen.”.

Naast quota wil Open Vld flankerende maatregelen om de deelname van vrouwen in bestuursraden en directieraden te verhogen. Het is belangrijk om meer vrouwen op dit niveau te hebben. Gemengde teams doen het nu eenmaal beter. De flankerende maatregelen kunnen van allerlei aard zijn: dienstcheques voor kinderopvang thuis, opvang binnen het bedrijf, netwerken van vrouwen enzovoort. De laatste tijd valt op dat bedrijven die een man/vrouw-gelijkheid nastreven, als een aantrekkelijke werkgever wordt bestempeld en dat consumenten daar blijkbaar gevoelig voor zijn.

In Nederland is in mei 2008 een charter in werking getreden dat gebaseerd is op vrijwilligheid en harde doelstellingen, die worden gemonitord. Nieuwe ondertekenaars kunnen zich melden op de website www.talentnaardetop.nl. De website vermeldt allerlei interessante up-to-date informatie waarvoor bedrijven niet ongevoelig zijn. Zo’n charter is een interessant denkspoor.

Voor de opmaak van een Vlaams actieplan over de loonkloof zouden onder meer de SERV (Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen) en de Vlaamse Universitaire Raad worden ingeschakeld. Open Vld hoopt dat dit niet het zoveelste plan is. Vorige regeerperiode werd immers ook een plan opgesteld. Wanneer zal dit plan klaar zijn? Komt er een evaluatie van de vorige plannen?

Volgens de beleidsnota zou de loonkloof kleiner zijn dan de financiële kloof. Mannen krijgen immers meer premies, bonussen en extralegale voordelen. Open Vld stelt voor om de extralegale voordelen gezinsvriendelijker te maken, en bijvoorbeeld dienstencheques te geven. Extra hulp in het huishouden vergemakkelijkt immers de combinatie arbeid-gezin.

Werknemers die loopbaanonderbreking nemen of deeltijds werken, dienen inderdaad uitvoerig geïnformeerd te worden over de financiële consequenties, op fiscaal vlak en voor pensioenopbouw.

De minister lanceert de idee van een clausule bij huwelijks- en samenlevingscontracten om financiële problemen bij gezinsbreuk te vermijden als een vrouw deeltijds of tijdelijk niet meer werkt voor de opvoeding van de kinderen. De intentie van dit voorstel is ongetwijfeld goed, maar heeft behoorlijk wat negatieve implicaties. Het voorstel gaat ervan uit dat het normaal is dat de vrouw haar carrière op de tweede plaats zet, het gezin op de eerste plaats. Dit bevestigt staalhard het rollenpatroon in plaats van het te doorbreken.

Het kan zelfs als aanmoediging gezien worden om deeltijds te gaan werken of loopbaanonderbreking te nemen. Terwijl meer vrouwen moeten gestimuleerd worden om voltijds te gaan werken, en hun carrière uit te bouwen. Zelfredzaamheid en onafhankelijkheid van vrouwen moet het ultieme doel zijn van een gelijkekansenbeleid en daarvoor volstaat een looncompensatie nu eenmaal niet.

Dergelijk initiatief is dus in tegenspraak met de noodzaak vrouwen aan te moedigen om belang te hechten aan hun eigen loopbaan. Veel meisjes behalen een diploma hoger onderwijs maar verzilveren dat niet op de arbeidsmarkt. Het is beter dat de overheid van voltijdse loopbanen promoot en ondersteunende maatregelen uitwerkt. Tenslotte wijst het lid erop dat dergelijke clausules in een huwelijkscontract of samenlevingscontract nu al mogelijk zijn.

Hoe denkt de minister de genderkloof bij het ouderschapsverlof te verkleinen? Het is goed dat de minister een vooruitstrevende en niet-stereotyperende beeldvorming van mannen en vrouwen in de media en in reclame wil stimuleren. De databank Experts voor de Media, met een ruim aanbod van experts uit de verschillende kansengroepen, is operationeel sinds maart 2008. Hoeveel keer werd deze databank geconsulteerd? Hoeveel experts per kansengroep staan in deze databank? De beleidsbrief Gelijke Kansen 2008-2009 van de vorige minister stelde dat de expertdatabank ook toegankelijk zou zijn voor studenten Journalistiek. Is dit inmiddels gebeurd?

Mevrouw Brusseel stelt dat het genderbeleid een voortzetting is van het beleid van de vorige jaren. Heel wat aspecten komen opnieuw aan bod, zoals indicatoren en een actieplan loopbaankloof. Voorliggende beleidsnota stemt wat gender betreft overeen met het regeerakkoord, de enige uitzondering is de aanpak van het glazen plafond. Concrete maatregelen daarvoor worden in de beleidsnota niet vermeld.

De beleidsnota heeft geen aandacht voor het ondersteunen en faciliteren van het vrouwelijk ondernemerschap. Desbetreffend is ook werk weggelegd voor het beleidsdomein Onderwijs. Daar de minister voor Gelijke Kansen tevens minister is voor Onderwijs kan dat geen probleem zijn. Zo dient meer nadruk gelegd te worden op ondernemerschap in de eindtermen. Het micro-ondernemerschap via een partnerschap tussen scholen en bedrijven moet worden gestimuleerd. Stages van scholen in bedrijven moeten de norm worden.

Ondanks alle goede voorstellen, voert de minister geen gedurfd beleid. Bovendien gaat het beleid er te veel vanuit dat de vrouw gaat werken vanuit zuiver economische overwegingen en niet om een carrière uit te bouwen.

De minister wil inzetten op communicatie over de rechten van iedereen. Op zich is het verfijnen van de meldpunten discriminatie een nobel streven, maar dit vergt extra mensen en middelen en heeft dus gevolgen voor het budget. Is het niet wenselijk samen te werken met de actoren actief op het terrein van inburgering?

De werking meldpunten is volgens mevrouw Brusseel in ieder geval niet te vergelijken met Stasi-praktijken, zoals aangehaald door mevrouw Van Steenberge. Verklikken was niet alleen courant in de DDR maar ook in het extreemrechtse regime van Mussolini. Het is goed dat de overheid meldpunten heeft voor mensen die onrechtvaardig behandeld worden wegens hun geslacht, afkomst, geaardheid of fysieke verschijning. De Europese regelgeving legt Vlaanderen op een instelling te benoemen die onafhankelijke bijstand geeft aan slachtoffers van discriminatie. Dat kan via interfederalisering van het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding en het Instituut voor gelijkheid van vrouwen en mannen. Als die interfederalisering mislukt, zal volgens de minister Vlaanderen eigen maatregelen nemen. Open Vld kan deze redenering volgen, maar de minister en de Vlaamse Regering moeten alles in het werk stellen om te vermijden dat er een federaal en een Vlaams instituut zou ontstaan. Dit leidt tot overlappingen.

Verslag – Bespreking beleidsnota gelijke kansen 2009-2014, Nr. 204 (2009-2010) 6

Dossierverloop

Beleidsnota gelijke kansen 2009-2014

Met redenen omklede motie Open Vld bij beleidsnota gelijke kansen 2009-2014