Gelijke Kansen: bespreking begroting en beleidsbrief 2011-2012

2.7. Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel
 

Mevrouw Ann Brusseel wil graag een overzicht van het totale budget dat de Vlaamse Regering besteedt aan Gelijke Kansen. Nagenoeg alle ministers zouden immers aandacht moeten besteden aan dit thema. Welke beleidsdomeinen besteden het grootste budget aan het gelijkekansenbeleid? Minister Pascal Smet antwoordt dat een dergelijk overzicht niet bestaat. Hij suggereert dat mevrouw Brusseel zich hierover schriftelijk zou bevragen bij de verschillende functioneel bevoegde ministers.

2.7. Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel
 

Mevrouw Ann Brusseel wil graag een overzicht van het totale budget dat de Vlaamse Regering besteedt aan Gelijke Kansen. Nagenoeg alle ministers zouden immers aandacht moeten besteden aan dit thema. Welke beleidsdomeinen besteden het grootste budget aan het gelijkekansenbeleid? Minister Pascal Smet antwoordt dat een dergelijk overzicht niet bestaat. Hij suggereert dat mevrouw Brusseel zich hierover schriftelijk zou bevragen bij de verschillende functioneel bevoegde ministers.

Mevrouw Ann Brusseel vervolgt dat er voor heel wat onderdelen van het gelijkekansenbeleid een ernstige vertraging vast te stellen valt. Ze wil weten of er al een extra medewerker werd aangetrokken voor het onderdeel handicap.

Inzake OD 1.1 merkt ze op dat de nieuwe ambtelijke Commissie Gelijke Kansen in maart 2011 met enkele maanden vertraging werd samengesteld. Het is de bedoeling dat alle Vlaamse ministers een masterplan gelijke kansen opstellen, in nauw overleg met het middenveld.

In de beleidsbrief 2010-2011 voorzag de minister dat het voorstel van OCM-doelstellingenkader voor de nieuwe thema’s handicap en toegankelijkheid van informatie in december 2010 aan de Vlaamse Regering zou worden voorgelegd. De actieplannen zouden in de eerste helft van 2011 klaar zijn. Nu wordt deze timing voor het thema handicap verschoven naar het najaar 2011. Daarna moeten de actieplannen nog worden opgesteld. Pas na de goedkeuring van het OCM-doelstellingenkader van Ernst & Young zullen de gelijkekansenindicatoren worden opgesteld voor het thema handicap en kan er een nulmeting worden uitgevoerd. Is het nog steeds de bedoeling om beleids- en kernindicatoren uit te werken voor het thema handicap vóór de definitieve goedkeuring van het geïntegreerde actieplan inzake handicap? Daarbij verwijst ze naar het antwoord van de minister op haar schriftelijke vraag nr. 495 van 1 juli 2011.

Het proces rond de ontwikkeling van het OCM-doelstellingenkader toegankelijkheid van informatie door Ernst & Young zou pas op gang komen na de opstart van de cyclus voor handicap. Zij wil weten welk tijdspad de minister wil volgen. In zijn antwoord op haar schriftelijke vraag nr. 396 van 6 mei 2011 had de minister gezegd dat de resultaten van de nulmeting voor gender eind mei 2011 klaar zouden zijn. Ze wil weten of deze deadline werd gehaald. Zullen de resultaten van de nulmeting dit najaar nog bekendgemaakt worden?

OD 2.1 is het creëren van genderbewustzijn bij de Vlaming. In oktober 2011 werd er een campagne gelanceerd rond een genderklikontwerpwedstrijd bij hogescholen met een opleiding grafisch ontwerp of beeldende vormgeving. Wanneer is de genderklikwebsite van start gegaan? Hoeveel bezoekers hebben zich al aangemeld op deze website?

Mevrouw Brusseel is van oordeel dat het Mepdecreet tot op zekere hoogte dode letter blijft (OD 3.2). Ondanks de decretaal ingeschreven evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in advies- en bestuursraden van de Vlaamse overheid, zijn nog steeds niet alle organen die ressorteren onder het Mepdecreet evenwichtig samengesteld. Uit het antwoord op haar schriftelijke vraag 535 van 2 augustus 2011 over dit onderwerp bleek dat de diensten van de minister in het voorjaar voor minder dan 75 percent van de Meporganen over de nodige gegevens beschikte om een algemene stand van zaken te kunnen geven over de opvolging van het Mepdecreet. Werden alle noodzakelijke aanvullingen en verbeteringen intussen aan de VLIOM-databank doorgegeven? Kon er een nulmeting worden uitgevoerd? Werd er rekening gehouden met de aandachtspunten die door andere beleidsdomeinen werden ervaren bij het updaten van de gegevens in de VLIOM-databank?

Het Meprapport werd eerst aangekondigd voor het voorjaar van 2011. Deze deadline werd echter verschoven naar het najaar. Is dat rapport inmiddels klaar? Hoe zit het met de timing? Wat zijn de belangrijkste bevindingen en aanbevelingen? Op 27 oktober 2011 was er een vergadering gepland van de ambtelijke Commissie Gelijke Kansen over de implementatie van het Mepdecreet. Wat zijn de resterende knelpunten? Welke initiatieven worden er genomen om monitoring en implementatie te optimaliseren? Is er een tijdspad afgesproken? In het kader van de evenwichtige vertegenwoordiging wil de minister een bestand laten aanleggen van potentiële bestuurders. Hij wil dat doen in overleg met de organisaties die zich toeleggen op het samenbrengen en opleiden van vrouwelijke kandidaat-bestuurders. Dat is positief. Deze evolutie gaat echter te traag. De komende maanden zal ze dit blijven opvolgen.

Zij wil weten of de voorstudie van professor Sels over de loopbaankloof werd afgerond en of de adviesvragen werden overgemaakt aan de SERV en de Vlor (OD 3.3). Wanneer zullen die adviezen klaar zijn? De minister wil aandacht blijven schenken aan de problematiek van vrouwen met een partner die niet of deeltijds werken. Het is de bedoeling deze vrouwen te informeren. Er zouden ook bruikbare clausules worden opgesteld voor compensatieregelingen – voor het geval de relatie wordt beëindigd – voor loopbaanbeslissingen gemaakt in het kader van de combinatie van arbeid en gezin. Deze clausules zijn bestemd voor notarissen, advocaten en centra algemeen welzijnswerk. Dit laatste lijkt haar verregaand. Deze clausules hadden al klaar moeten zijn. Zijn er intussen extra moeilijkheden gerezen?

Er zouden ook acties worden gevoerd om de genderkloof tussen mannen en vrouwen in het opnemen van ouderschapsverlof te verkleinen (OD 4.1). Dit thema komt elk jaar terug in de beleidsbrief. De brochure ‘Vaders- en ouderschapsverlof’ zal worden geëvalueerd.

Werkgevers zullen worden gesensibiliseerd om de mogelijkheden van combinatie tussen arbeid en gezin van hun werknemers, inzonderheid vaders te vergemakkelijken (OD 4.2). Ze wil weten wat de stand van zaken is.

Wanneer wordt de Girls’ Day dit schooljaar georganiseerd (OD 3.3)? Op de website staat dat immers niet vermeld. Heeft de minister een zicht op de resultaten van de vorige Girls’ Days?

De beleidsbrieven zijn gebaseerd op de strategische en operationele doelstellingen. Dat heeft het nadeel dat er weinig vernieuwende accenten kunnen worden gelegd. De beleidsbrief bevat elk jaar dezelfde punten. Zeker inzake het genderbeleid zijn de vorderingen niet meteen merkbaar. Het thema gelijke behandeling van mannen en vrouwen komt niet aan bod in deze beleidsbrief. Bedrijven zouden nochtans meer gesensibiliseerd moeten worden dat het samenstellen van gemengde teams lonend is voor hun bedrijf. De beleidsbrief zet nog altijd niet in op het ondersteunen en faciliteren van het vrouwelijk ondernemerschap. Er is wel een operationele doelstelling onder de bevoegdheid van economie, binnen de OCM. Ze vraagt dat de minister daarvoor extra inspanningen zou leveren.

Het gelijkekansenbeleid inzake handicap wordt ondersteund door het middenveld (OD 6.2). Er loopt een subsidieproject rond de versterking van de gebruikersparticipatie voor personen met een handicap. Mevrouw Brusseel wil weten wat de looptijd is van dit project.
De beleidsbrief verwijst naar drie onderzoeksopdrachten rond handicap, namelijk rond beleidsparticipatie van personen met een verstandelijke beperking, rond de ontwikkeling van indicatoren ter monitoring van het handicapbeleid en rond de doorwerking in de Belgische rechtsorde van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van Personen met een Handicap (OD 6.3). Ze wil weten wat de belangrijkste resultaten zijn van die drie studies. In welke mate is het internationaal verdrag al geïntegreerd in de Vlaamse beleidsdomeinen?

OD 8.8 is het voorkomen en bestrijden van het geweld tegen holebi’s. Ze wil weten of de minister op dat vlak nog concrete aanbevelingen of plannen heeft.

Ze zou ook wat meer zicht willen hebben op de timing van de toegankelijkheidsverordening die zal worden geëvalueerd in 2012 (OD 11.1). Inzake toegankelijkheid is er een projectwedstrijd Universal Design (OD 11.3). Hierover wil ze wat meer informatie.

De vernieuwde databank Toegankelijk Vlaanderen is ook een monitoringsinstrument voor het toegankelijkheidsbeleid (OD 11.5). Normalerwijs moest die begin 2011 operationeel zijn, maar dat is niet gelukt. Wat zijn de resultaten van de eerste toegankelijkheidsonderzoeken? Ze vindt het belangrijk dat de financiering en de werking van Intro worden gecontinueerd (OD 11.6).

De toegang tot publieke plaatsen van personen met een handicap met een assistentiehond zou niet langer geregeld worden via een uitvoeringsbesluit op het Gelijkekansendecreet. Het decreet van 20 maart 2009 houdende de toegankelijkheid van publieke plaatsen voor personen met een assistentiehond zou worden aangepast zodat de politie bevoegd wordt voor het vaststellen van inbreuken op het toegangsrecht en voor het uitschrijven van strafrechtelijke geldboetes. Is er hierover een afspraak gemaakt met minister Vandeurzen? Zo ja, wanneer zal het decreet worden aangepast en wanneer zal er werk worden gemaakt van de uitvoeringsbesluiten?

OD 12.1 is dat het wereldwijde web integraal toegankelijk wordt. Het aandeel van de Vlaamse overheidswebsites met AnySurferlabel steeg van 5,2 percent in 2006 naar 21,5 percent in juli 2011. Er is dus nog werk aan de winkel om de doelstelling te realiseren. Het is wel positief dat dit thema aan bod komt binnen de jaarlijkse rapportage over de gelijkekansen- en diversiteitsplannen.

Ze is blij dat de expertendatabank zal worden uitgebreid met ervaringsdeskundigen inzake armoede (OD 16.1). Ze wil weten tegen wanneer die uitbreiding zou worden gerealiseerd.

Haar fractie is gekant tegen de oprichting van een Vlaams centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding (OD 17.2). Ze hoopt dat er voor juli 2012 een interfederaal centrum kan worden gerealiseerd, ter uitvoering van de EU-richtlijn en van artikel 40 van het Gelijkekansendecreet. Haar fractie is geen voorstander van extra structuren die geld kosten en die niet meteen veel opleveren. Het is ook niet zeker dat een nieuwe instantie niet dezelfde gebreken zal hebben als de vorige. Het oprichten van verschillende centra zou de zaken te ingewikkeld maken voor de burger.

Niet elk lid van de Vlaamse Regering pakt discriminatie even sterk aan. Ze hoopt dat minister Smet voor deze materie de nodige aandacht zal vragen.

Zie de motie van Open Vld in bijlage