Geen downloadbare gesproken stadsgids voor Brussel

Vraag om uitleg van de heer Paul Delva  over het dalend aantal buitenlandse overnachtingen in Brussel
Vraag om uitleg van mevrouw Ann Brusseel over het ontbreken van een gratis downloadbare stadsgids voor Brussel

Vraag om uitleg van de heer Paul Delva  over het dalend aantal buitenlandse overnachtingen in Brussel
Vraag om uitleg van mevrouw Ann Brusseel over het ontbreken van een gratis downloadbare stadsgids voor Brussel

De heer Paul Delva : Minister, ondanks de positieve evoluties op het vlak van samenwerking in het toeristisch beleid voor Brussel – in deze commissie hebben we daarover al gepraat, onder andere naar aanleiding van uw ontmoeting met minister Christos Doulkeridis, Cocof-collegelid (Commission communautaire française) bevoegd voor het toerisme in het Brusselse –, hebt u eind april in uw hoedanigheid van Vlaams minister van Toerisme verrassende cijfers naar buiten gebracht over het toerisme in Brussel. Het aantal buitenlandse gasten liep sterk terug. In 2009 lokte Brussel zo’n 115.000 buitenlandse toeristen minder, door de sterke euro en de wereldwijde crisis. Vooral Britten lieten de hoofdstad blijkbaar links liggen.

Het aantal binnenlandse toeristen dat in Brussel overnachtte, is echter vorig jaar met 12 percent toegenomen. Het gaat over 60.000 Belgische toeristen. U wilt daarom de komende jaren de binnenlandse citytrip blijven promoten.

Zoals u terecht stelt in uw beleidsnota Toerisme, zijn de troeven van Brussel zo specifiek dat ze een afzonderlijke aanpak vereisen. Daarom is er overleg noodzakelijk met de Vlaams-Brusselse partners, zoals de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) en Onthaal en Promotie Brussel (OPB), om een apart en op maat geschreven toeristisch beleid voor Brussel te kunnen ontwikkelen.

Minister, kunt u toelichten welke visie en beleidsmaatregelen u hebt ontwikkeld en genomen inzake de problematiek van buitenlandse overnachtingen, bijvoorbeeld via onze buitenlandkantoren, de beurzenpolitiek, evenementen en publicaties om Brussel toeristisch te verkopen? Hebt u in deze legislatuur nieuwe afspraken gemaakt met Toerisme Vlaanderen over een specifieke aanpak voor Brussel om de achteruitgang van het buitenlands toerisme aan te pakken?

Minister, hoe werkt u samen met Brussels International Tourism & Congress (BITC), in het bijzonder voor MICE-toerisme ( Meetings, Incentives, Conferences, Exhibitions) om het aantal buitenlandse overnachtingen te laten stijgen? Is er overleg gaande om de samenwerking te versterken en te optimaliseren, wat kan uitmonden in een nieuw samenwerkingsakkoord om het aantal buitenlandse overnachtingen in Brussel weer aan te zwengelen?

Aangezien u de binnenlandse citytrip wilt promoten, lijken OPB en VGC natuurlijke partners. Hebt u al gesprekken opgestart met hen over de wijze waarop ze zouden kunnen worden betrokken bij de uitwerking van een toeristisch beleid voor Brussel? Welke afspraken en maatregelen zijn er al uit dit overleg voortgekomen? Hoe werkt u samen met het Cocof-collegelid bevoegd voor het toerisme, Christos Doulkeridis, over deze problematiek, in het bijzonder op het vlak van binnenlands toerisme, bijvoorbeeld op het vlak van gastronomie? Zijn er nog bepaalde evoluties geweest sinds het antwoord op mijn schriftelijke vraag hierover?

Mevrouw Ann Brusseel : Minister, ik heb iets anders vastgesteld dan de heer Delva. Inzake de downloadbare gesproken stadsgidsen komen de Vlaamse kunststeden Brugge, Antwerpen, Gent, Leuven en Mechelen wel aan bod, maar Brussel niet. De meertalige digitale wandelgids begeleidt de toerist en informeert hem met audiovisuele fragmenten vol cultuurhistorische informatie en leuke anekdotes onderweg. Toeristen kunnen de informatie zelf op hun eigen smartphone, gsm of mp3-speler zetten. Downloaden kan via www.storynations.com. De eerste 25.000 downloads per stad zijn gratis.

In Leuven en Antwerpen zijn er drie themaroutes, maar in de andere steden werd voor een grote verhalenroute geopteerd. De kunststeden hadden inspraak over de inhoud. De Vlaamse overheid investeerde 273.000 euro in het project en nam daarmee driekwart van de kostprijs op zich. Het andere kwart werd gefinancierd door de kunststeden en de VRT, die per stad een multimediale verhaallijn uittekende. Wat mij echter verbaast in heel dit verhaal, is dat er voor de kunststad Brussel geen digitale wandelgids werd ontwikkeld.

Minister, in uw beleidsnota Toerisme 2009-2014 stelt u nochtans dat Brussel, de Vlaamse hoofdstad, samen met de vijf andere kunststeden Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven en Mechelen een toeristisch topproduct vormt en als zodanig internationaal wordt gepromoot. In diezelfde beleidsnota stelt u daarenboven dat de stad Brussel op toeristisch vlak onder haar mogelijkheden scoort en dat het aanbod van Brussel zo rijk en gevarieerd is dat het voor velen een onderdeel op zich vormt.

Minister, waarom werd er geopteerd om enkel te investeren in een meertalige downloadbare stadsgids voor de vijf andere Vlaamse kunststeden en niet voor Brussel? Hoe komt het dat u in uw beleidsnota Toerisme Brussel wel in één adem vernoemt met de vijf Vlaamse kunststeden, maar wanneer er dan concrete acties worden ondernomen, zich dat beperkt tot de vijf Vlaamse kunststeden gesitueerd in het Vlaamse Gewest? Worden er andere specifieke maatregelen genomen voor de promotie van Brussel vanuit Vlaanderen? Zo ja, welke? Zo neen, waarom niet? Is er inmiddels reeds een akkoord gesloten met de stad Brussel over de promotie van onze hoofdstad, zoals aangekondigd in uw beleidsnota? Hoe staat het met de vernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst tussen Toerisme Vlaanderen en BITC? Is daar een tijdspad voor vastgelegd? Hoe staat het met de samenwerking met de andere Brusselse partners? Graag krijg ik een stand van zaken specifiek per partner en een vooropgesteld tijdspad.

Minister Geert Bourgeois : Collega’s, het is goed dat ik de beide vragen samen beantwoord, want er is toch een enorme convergentie. Ik heb trouwens van de heer Delva zopas een schrif­telijke vraag gekregen waarin de vragen 2 en 3 gaan over zaken die we hier behandelen. Ik zal dus in het antwoord op die schriftelijke vraag deels kunnen verwijzen naar wat ik hier zeg.

Vooraleer ik inga op het antwoord, wil ik eerst opnieuw wat duiding geven bij de cijfers over toerisme. Voorzitter, ik heb dat in deze commissie al kunnen doen naar aanleiding van de interpellaties van de heren Sintobin en De Meulemeester op 2 februari 2010. Toen al heb ik erop gewezen dat er in heel Europa een terugval is, en dat er zelfs een mondiale terugval is van het buitenlandse toerisme en dus ook van de buitenlandse overnachtingen. 2009 is een jaar dat heel sterk beïnvloed is door de economische crisis. Ik heb toen al aangetoond dat Vlaan­deren het iets beter doet of, voor wie het negatief bekijkt, iets minder slecht dan Europa.

Mijnheer Delva, ik wil er voor wat betreft deze vraag op wijzen dat de buitenlandse overnachtingen van een vijftigtal steden die lid zijn van European Cities Marketing in 2009 met 4,6 percent achteruitgingen. In Brussel was dat 4 percent. Ook hier presteert Brussel dus iets beter dan het gemiddelde van die steden. Diezelfde vergelijking leert dat voor de steden die lid zijn van European Cities Marketing het totale aantal overnachtingen, zowel de binnenlandse als de buitenlandse, in 2009 terugliep met 2,5 percent, terwijl dat voor Brussel maar 1,5 percent was. Brussel, en Vlaanderen in het algemeen, is dus iets minder getroffen door de wereldwijde economische crisis. Ik heb daarbij hier in februari veel duiding en achtergrond gegeven. Ik heb toen ook aangetoond dat wij in 2009 alweer zachtjes uit het dal aan het kruipen waren.

Ik kan ook een vergelijking geven met de EU-gemiddelden. Uit cijfers van 2009 blijkt dat Vlaanderen met Brussel het op zijn belangrijkste buitenlandse markten niet slechter doet dan het EU-gemiddelde. Op de Nederlandse markt gaat Vlaanderen 5 percent achteruit tegenover een EU-gemiddelde van 8 percent; op de Duitse markt 4 percent tegenover 10 percent op het Europese vlak; op de Britse markt halen we met 19 percent achteruitgang exact het slechte cijfer dat geldt voor heel Europa – de Britse markt is dus heel sterk achteruitgegaan voor alle Europese landen –; Vlaanderen is op de Franse markt een uitzondering met 2 percent vooruitgang, terwijl het Europese gemiddelde min 2 percent bedraagt.

Er is dus enige nuance bij de cijfers nodig. Uit de cijfers van de United Nations World Tourism Organization (UNWTO) blijkt dat de internationale aankomsten wereldwijd met 6,7 percent achteruitgingen; voor West-Europa zelfs met 7,4 percent. Vlaanderen deed het met een daling van 6,5 percent beter dan het West-Europese gemiddelde. Het klopt dat het aantal overnachtingen in de kunststeden daalde. Ik zei dat ook al in februari. Het gaat om een tendens die zich jammer genoeg overal voordoet. Ik heb er wel op gewezen dat onze kunststeden de afgelopen 5 jaar een groei hebben gekend van ongeveer 4 percent. Dat bewijst dat we goed bezig zijn, dat we een goede curve hebben, die jammer genoeg voor dat ene jaar – hopelijk tijdelijk – onderbroken is.

Brussel wordt door alle buitenlandkantoren van Toerisme Vlaanderen wereldwijd gepromoot als een van onze belangrijkste steden en is prominent aanwezig in de internationale marketingacties richting pers, trade en consument. Internationaal presenteren onze buiten­landkantoren zich ook als ‘Toerisme Vlaanderen – Brussel’. Brussel is immers wereldwijd gekend en is bovendien de toegangspoort naar Vlaanderen, met andere woorden cruciaal voor de promotie en imagovorming van onze bestemming Vlaanderen. Op internationale vakbeurzen is Brussel een grote trekker, zeker binnen het MICE-segment, maar ook voor wat betreft vrije tijd en ontspanning. Belangrijke evenementen in Brussel worden uitgespeeld als een grote hefboom voor het verblijfstoerisme. Denken we daarbij bijvoorbeeld aan de opening van het Magritte Museum in 2009, dat door Toerisme Vlaanderen internationaal onder de aandacht werd gebracht bij media, reisindustrie en consumenten. In eigen publicaties, zowel in print als online, komt Brussel uiteraard ook uitgebreid aan bod. Daarnaast worden de publicaties van Brussel Internationaal – Toerisme & Congres (BITC) gericht verspreid via onze buitenlandkantoren.

In mijn beleidsnota Toerisme 2009-2014 heb ik het belang van Brussel in de verf gezet: “Onze hoofdstad is een wezenlijk onderdeel van de bestemming Vlaanderen en moet bijgevolg zo ingeschakeld worden in de toeristische werking van de Vlaamse overheid, in het bijzonder binnen de internationale marketingactiviteiten.” Ik heb in de beleidsnota ook opgenomen dat ik een akkoord wens te sluiten met de stad Brussel over de promotie van de hoofdstad. Als er een akkoord is, kan de samenwerkingsovereenkomst tussen Toerisme Vlaanderen en BITC vernieuwd worden. Ook met andere partners uit Brussel zal Toerisme Vlaanderen actief samenwerken, zowel voor promotie, kwaliteitszorg, investeringen als onderzoek. Mijn Departement internationaal Vlaanderen buigt zich momenteel over de voor­bereiding van een nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en mijn agent­schap Toerisme Vlaanderen, die, zoals u weet, tegen 1 januari 2011 in werking moet treden.

Toerisme Vlaanderen betrekt momenteel BITC zowel bij het opstellen van het strategisch beleidsplan voor het toerisme in Vlaanderen als voor het internationale marketingplan. De vertegenwoordiger van BITC was aanwezig op de startvergadering van het strategisch beleidsplan 2020 voor het toerisme in Vlaanderen, zit in de klankbordgroep die de opmaak van het strategisch plan begeleidt en zal ook deel uitmaken van de werkgroepen. BITC is lid van de werkgroepen die geïnstalleerd werden voor de opmaak van het nieuw internationaal marketingplan. Het zal tegen oktober 2010 afgerond zijn en het strategisch beleidsplan 2020 voor het toerisme in Vlaanderen tegen het voorjaar van 2011.

Op dat moment zullen de grote lijnen vastliggen van waar Toerisme Vlaanderen met het toerisme in Vlaanderen en dus ook Brussel volgens de Vlaamse toeristische sector naartoe moeten evolueren. Op dat ogenblik zal met BITC en andere Brusselse partners de wijze waarop concreet kan worden samengewerkt op het terrein worden afgesproken. In de loop van 2011 zullen dus de wijze waarop en de partners waarmee gewerkt wordt, duidelijk vorm krijgen. Op dat moment zal ook de samenwerkingsovereenkomst tussen Toerisme Vlaanderen en BITC op tafel worden gelegd om die aan te passen aan de bevindingen van de twee hierboven genoemde strategische trajecten. Het is dus bijzonder belangrijk dat BITC meewerkt aan deze belangrijke plannen.

Zoals ik al vermeldde in mijn antwoord op uw tweede vraag, wordt momenteel een strategisch beleidsplan voor het toerisme in Vlaanderen uitgewerkt samen met de sector. Het toeristisch product Brussel maakt er deel van uit en de Brusselse partners worden erbij betrokken. Bovendien werkt Toerisme Vlaanderen aan een evaluatie van zijn internationaal marketingplan, waarin Brussel een belangrijke rol krijgt toebedeeld. Dit zal het beleid voor de komende jaren uitstippelen en bepalen hoe we met de verschillende actoren in de toekomst zullen samenwerken.

Toerisme Vlaanderen heeft op eigen initiatief OPB uitgenodigd voor een kennismakend gesprek met de nieuwe administrateur-generaal van het agentschap. Dit gesprek had plaats op 20 mei. Er werden concrete zaken voor samenwerking besproken.

Dit zijn de structurele samenwerkingsmogelijkheden: deelname van Toerisme Vlaanderen in de raad van bestuur van Muntpunt, het zogenaamde Monnaiehuis op het Muntplein, permanente wisselwerking tussen OPB en de Brusselwerking van Toerisme Vlaanderen, structurele samenwerking tussen de twee infopunten wat betreft vraagafhandelingen en doorverwijzingen en het delen van IT-kennis bijvoorbeeld inzake meertalige teksten.

Dit zijn de samenwerkingsmogelijkheden op korte termijn: OPB-Muntpunt zal de informatie over het Nederlandstalig stadstoerisme ter beschikking stellen van Toerisme Vlaanderen en zal de gidsenmodule van UiTinBrussel toelichten aan zijn baliemedewerkers. Toerisme Vlaanderen zal in het redactieoverleg van Vlaanderen Vakantieland meer aandacht besteden aan de Nederlandstalige gidsenverenigingen en Nederlandstalige initiatieven in Brussel. Er zal ook worden onderzocht hoe beide organisaties kennis kunnen delen over expats in Brussel. Toerisme Vlaanderen is net begonnen aan een nieuw portaal voor Vlaanderen Vakantieland. Dat zal onmiddellijk drietalig zijn. OPB werkt deze zomer aan een uitgebreid contentplan om informatie over Brussel te verzamelen voor de stadsgids op zijn website. OPB zal deze informatie ter beschikking stellen aan Toerisme Vlaanderen, zowel op topevenementenniveau, als op niveau van de minder bekende hoekjes en kantjes van de stad.

Wat binnenlands toerisme en gastronomie betreft, mijnheer Delva, verwijs ik graag naar mijn antwoord op uw schriftelijke vraag van 17 februari 2010, waarin ik heb toegelicht dat op 9 februari 2010 op het kabinet van Philippe Close, schepen van Toerisme van de stad Brussel, een overleg plaatsvond tussen de vzw Tafelen in Vlaanderen en de stad Brussel. Tijdens dit overleg werd het actieplan van de vzw Tafelen in Vlaanderen besproken.

Op 11 maart 2010 had ik een gesprek met Brussels staatssecretaris Doulkeridis op mijn kabinet. Tijdens dit constructieve gesprek hebben we de weerslag van de economische crisis op ons toerisme besproken. Elk jaar lanceert men een toeristisch thema in Brussel en voor 2012 is gastronomie het centrale thema. Staatssecretaris Doulkeridis wil rond dit thema samenwerken met Vlaanderen, wat ik uiteraard toejuich. Onze beide kabinetten zitten deze maand samen met de betrokken administraties om de samenwerking verder te concretiseren.

Mevrouw Brusseel, zoals u al aanhaalt in de inleiding van uw vraag, is de meertalige, downloadbare stadsgids tot stand gekomen binnen het kader van het Kunststedenactieplan.

Het plan beoogde in oorsprong de versterkte uitbouw van het toerisme in de zes Vlaamse kunststeden, dus met inbegrip van Brussel. Brussel was van bij de opstart en de totstandkoming van actieplan uitgenodigd om te participeren, maar wenste toen niet deel te nemen. Er was een zekere terughoudendheid.

Intussen heb ik zelf toelichting gegeven in gesprekken met Brusselse verantwoordelijken uit de politieke en toeristische gremia om te duiden dat het Kunststedenactieplan geen marketingvehikel is, maar in de eerste plaats bedoeld is om het productaanbod te versterken en bijvoorbeeld ook de kennisuitwisseling tussen de steden te bevorderen. Ik stel vast dat er zowel binnen het Brusselse stadsbestuur als in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest een positieve mentaliteitswending plaatsvindt.

Zoals ik al heb geantwoord aan de heer Delva, lopen er gesprekken en is er een aanzet tot samenwerking met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Daarnaast stel ik vast dat de stad Brussel zich mee wil engageren in het Kunststedenactieplan. Dit werd verklaard door schepen Philippe Close tijdens het kunststedenoverleg van 25 februari. Citytrippers die Brussel aandoen, zijn vooral geïnteresseerd in het totale stedenproduct: Brussel en de vijf andere kunststeden. De beleidsvoerders in Brussel zien in dat Brussel en de andere Vlaamse kunsteden onderling versterkend kunnen werken.

In sommige gevallen wordt het toeristisch product Brussel opgevangen binnen het totale project. Het Kunststedenactieplan en de kunststeden willen Brussel echter niet negeren omwille van zijn strategische positie voor Vlaanderen en de Vlaamse kunststeden als toeristische bestemming. Hoewel het nog geen actieve partner is, wordt Brussel waar mogelijk meegenomen in de realisatie van het Kunststedenactieplan.

Ik geef een opsomming van de projecten die binnen het Kunststedenactieplan betoelaagd worden en waar Brussel in meegenomen is. USE-IT is een project dat specifiek gericht is op het onthaal van jonge reizigers. Het infokantoor is gevestigd in het centrum van Brussel. Daar wordt met middelen van het Kunststedenactieplan bij jongeren promotie gemaakt voor Brussel via een Map of Brussels en de website van USE-IT. In de beursstand van de kunststeden bekleedt Brussel naast de vijf andere Vlaamse kunststeden een volwaardige positie. In het MICE-onderzoek naar een groen keurmerk voor meetinglocaties in Vlaanderen komt Brussel uiteraard aan bod, zowel in de analyse als de bevraging van aanbod- en vraagzijde. Er is de bereikbaarheidsstudie van de Vlaamse kunststeden met de geografische positie van Brussel als internationaal knooppunt van toeristisch verkeer en met een analyse van bestaande verbindingen van Brussel naar de andere kunststeden.

Hoewel de Brusselse verantwoordelijken zich nog niet volledig engageerden in het Vlaams Kunststedenactieplan werd Brussel zeker niet vergeten in de realisatie van het plan. Ik blijf Brussel motiveren om mee in ons Kunststedenactieplan te stappen en alsnog gebruik te maken van de mogelijkheden op het vlak van technologische innovatie in toerisme zoals de ontwikkeling van een downloadbare stadsgids. De stad Brussel wordt steeds uitgenodigd op de stuurgroep.

Voor uw derde vraag verwijs ik naar het antwoord dat ik net gegeven heb op de vraag van de heer Delva.

Op uw vierde vraag heb ik ook al een uitvoerig antwoord gegeven op de gelijkaardige vraag van de heer Delva.

Toerisme Vlaanderen heeft op 18 mei 2010 de nieuwe directeur van BITC, de heer Patrick Bontinck, uitgenodigd voor een kennismakingsgesprek. Tijdens dit gesprek werd duidelijk dat zowel BITC als Toerisme Vlaanderen op strategisch vlak in de nabije toekomst een aantal wijzigingen zullen doorvoeren. In dat licht zijn beide partijen overeengekomen de huidige samenwerkingsovereenkomst te herbekijken en zo snel mogelijk te finaliseren.

Toerisme Vlaanderen betrekt momenteel BITC zowel bij het opstellen van het strategisch beleidsplan voor het toerisme in Vlaanderen als bij het internationaal marketingplan. Ik heb dat daarstraks toegelicht. De vertegenwoordiger van BITC was aanwezig op de startvergadering van het strategisch beleidsplan 2020, zit in de klankbordgroep en maakt ook deel uit van de werkgroepen. BITC is ook lid van de werkgroepen voor de opmaak van het nieuw internationaal marketingplan. Het nieuw internationaal marketingplan zal tegen oktober 2010 afgerond zijn en het nieuw strategisch beleidsplan tegen het voorjaar van 2011. Op dat moment zullen dus de grote lijnen vastliggen van waar Toerisme Vlaanderen met het toerisme in Vlaanderen, inbegrepen Brussel, volgens de Vlaamse toeristische sector naartoe moet evolueren. Op dat ogenblik zal met BITC en andere Brusselse partners de wijze waarop concreet kan worden samengewerkt op het terrein worden afgesproken. In de loop van 2011 zal dus de wijze waarop en de partners waarmee wordt samengewerkt, duidelijk vorm krijgen. Ook de samenwerkingsovereenkomst tussen Toerisme Vlaanderen en BITC wordt op tafel gelegd om ze aan te passen aan de bevindingen van de twee hierboven genoemde strategische trajecten.

De heer Paul Delva : Minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Ik heb een paar bijkomende vragen.

In antwoord op mijn eerste vraag stelde u dat u werkt aan een akkoord met de stad Brussel, en dat als dat akkoord eenmaal rond is, we kunnen gaan naar een vernieuwing van de samenwerkingsovereenkomst tussen Toerisme Vlaanderen en Brussel Internationaal – Toerisme & Congres. Ik stelde me de vraag in hoever de besprekingen voor het akkoord met Brussel-Stad een soort voorafgaande voorwaarde is voor de vernieuwing van het samenwerkingsakkoord. Hoever staan de besprekingen met de stad Brussel? Tegen wanneer denkt u dat het akkoord met de stad Brussel kan worden afgesloten?

U sprak over de nieuwe beheersovereenkomst tussen de Vlaamse Regering en Toerisme Vlaanderen, die in werking zou moeten treden op 1 januari 2011. Ik dacht dat er in de huidige overeenkomst een samenwerking was gepland met de Vlaamse actoren in Brussel. In welke mate is dat gerealiseerd, buiten de elementen die u aankaartte en waarbij u onder meer ver­wees naar OPB? Is er op dit ogenblik ook samenwerking met andere Vlaamse actoren in Brussel? Wordt die zinsnede van de beheersovereenkomst waarbij de samenwerking ter sprake komt, hernieuwd en opnieuw opgenomen in de nieuwe beheersovereenkomst die u plant?

In deze commissie hebben we al even kunnen praten over de oprichting van een Brusselteam binnen Toerisme Vlaanderen. Dat beantwoordt aan de aanpak op maat die we denken nodig te hebben voor een toeristisch beleid in Brussel. Bestaat het Brusselteam al? Hoe is de samenstelling?

In antwoord op mijn derde vraag onthoud ik – en het verheugt mij – dat er al een onderhoud plaatsvond tussen Toerisme Vlaanderen en OPB over een aantal heel concrete zaken. U hebt ze vermeld. Ik hoop dat men, wat men heeft opgestart, ook de komende maanden zal voortzetten. Ik heb in uw antwoord de actor VGC niet gehoord. Ik weet niet of u van plan bent om ook met de VGC rond de tafel te gaan zitten, wetende dat de VGC voor de gemeenschapsbevoegdheden in Brussel toch wel een belangrijke praktijkpoot is van de Vlaamse Gemeenschap.

Mevrouw Ann Brusseel : Voorzitter, minister, ik dank u voor uw uitgebreid antwoord. Het is inderdaad nodig om samen te werken met de stad Brussel en ik kan aannemen dat dat niet altijd een evidentie is.

Ik sluit me aan bij de bijkomende vraag van collega Delva. Ik zou ook graag weten wanneer het akkoord met de stad Brussel zou kunnen worden verwacht en wat u met de VGC bent overeengekomen.

Minister Geert Bourgeois : Voorzitter, over de stand van zaken op dit ogenblik kan ik niet zoveel zeggen. De administrateur-generaal voert die besprekingen, ook in functie van het resultaat van de besprekingen met betrekking tot het algemeen strategisch plan en met betrekking tot het marketingplan. Voor het internationale marketingplan moeten ze dit jaar rond zijn, want oktober 2010 is het streefdoel.

Wat het strategisch plan betreft, is het de bedoeling dat af te ronden in het voorjaar van 2011. Brussel is van bij de start betrokken bij de opmaak van die twee nieuwe belangrijke instrumenten, zit in de klankbordgroep en in de werkgroepen. Uiteraard zal de samenwerking daaruit voortvloeien. Aangezien Brussel meewerkt, zal het ook een insteek kunnen geven en zal men in functie daarvan tot een vorm van samenwerking kunnen komen. Ik hoop dat die intenser wordt dan in het verleden. De digitale stadsgids bijvoorbeeld is een kans die Brussel heeft gemist. Ik heb u een opsomming gegeven van een viertal projecten die wel lopen. We kunnen maar de hand reiken. We investeren daar geld in, het gaat om dingen die ontwikkeld worden en ten dienste staan van de kunststeden. Als Brussel daar geen gebruik van maakt, dan schiet het zich in eigen voet.

Mijnheer Delva, ik wil eindigen met de samenwerking. De evaluatie van de beheers­overeenkomst had beter gekund tot nu toe. Dat heeft te maken met het gebrek aan een constante lijn bij Toerisme Vlaanderen. We hebben op heel korte tijd wissels gehad van de administrateur-generaal. De huidige administrateur-generaal is bezig met een inhaaloperatie. Dat merkt u aan het antwoord dat ik heb gegeven. Er zijn intense contacten. Als je kijkt naar de beheersovereenkomst die afloopt, dan had het beter gekund tot nu toe. Allerlei omstandigheden hebben daartoe geleid. Ik heb dat aan de nieuwe administrateur-generaal gezegd en die maakt er volop werk van zodat we nog tijdens deze beheersovereenkomst toch al de eerste resultaten zien van dat overleg. Het moet in de loop van de volgende beheersovereenkomst nog veel beter worden.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister, ik heb nog een kleine suggestie voor u. U zei niet geheel onterecht dat Brussel de toegangspoort is tot Vlaanderen. Dat kan ook omgekeerd zijn. Alle metaforen daar gelaten, wil ik een suggestie doen aan de Vlaamse Regering als het gaat over het promoten van Brussel als toeristische stad en als hoofdstad van ons land tout court. Heel vaak wordt door Vlaamse politici Brussel afgeschilderd als een plaats waar alles vierkant draait. Ik heb onlangs nog een van uw goede vrienden horen zeggen dat het een rotte, corrupte stad is. Ik denk dat dat absoluut niet bijdraagt tot de promotie van Brussel, noch van ons land.

Ik wil een vriendelijke suggestie aan u doen, minister, waar heel de Vlaamse Regering rekening mee zou moeten houden. Het is wel mooi om toeristische plannen te creëren en ik ben het volledig met u eens dat de stad moet meewerken en kansen niet mag laten liggen, maar alle mooie projecten en intenties zullen tenietgedaan worden door verdere politieke discussies die altijd maar Brussel afschilderen als een plaats waar je maar beter niet kunt komen, waar alles corrupt is en alles beter kan, een gewest dat moet worden opgedoekt. Dat is geen goede promotie voor onze hoofdstad.

Minister Geert Bourgeois : Mevrouw Brusseel, u brengt nu een nieuw element in de discussie. Ik voel me niet geviseerd. Ik hoor ook weinig Vlaamse politici zeggen dat Brussel een plaats is waar je maar beter niet komt. Het is niet omdat je de bestuurlijke inefficiëntie van een stad aanklaagt, dat je die stad niet tegelijkertijd internationaal kunt promoten. Er zijn veel ergere dingen dan een interne politieke discussie daarover. Stel dat je heel lang zware rellen zou hebben in een stad, dan zou dat veel slechter zijn voor het imago van een stad dan zulke discussies. Er zijn buitenlandse voorbeelden van steden waar toeristen wegblijven omdat er zware problemen en rellen zijn. Dat is hier niet aan de orde. Dat er interne politieke discussies zijn, is van alle tijden en van alle werelden. Dat belet niet dat je die steden in al hun facetten en aantrekkingskracht kunt promoten. Als u me zou vragen als minister van Toerisme om de boodschap te geven dat men moet ophouden om een binnenlandse politieke discussie te voeren, dan bent u aan het verkeerde adres.

Mevrouw Ann Brusseel : Ik vraag u helemaal niet om de binnenlandse politiek lam te leggen ten bate van de promotie van Brussel, minister. U zult echter begrijpen dat het ene niet helemaal los staat van het andere. Ik zal het daarbij houden.

Verslag VOU 2088 – Downloadbare stadsgids Brussel