Elke Vlaming ambassadeur: Vlaamse publieksdiplomatie i.s.m. het Vlaamse middenveld

II. BESPREKING
1. Vragen en opmerkingen van de leden
1.1. Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel

II. BESPREKING
1. Vragen en opmerkingen van de leden
1.1. Tussenkomst van mevrouw Ann Brusseel

Mevrouw Ann Brusseel verklaart het ermee eens te zijn dat het voor de Vlaamse economie en voor het behoud van Brussel als Europese hoofdstad belangrijk is dat Vlaanderen een positief, open imago heeft in het buitenland. Zij sluit zich daarom aan bij het pleidooi voor een meer proactieve houding, voor meer netwerking en lobbying, voor aanwezigheid op internationale fora en beurzen. Wat de innovatie betreft, betreurt ze ten zeerste dat het budget daarvoor door de huidige Vlaamse Regering is teruggeschroefd. Volgens haar bestaan er anderzijds wel al voldoende denktanks.

Brussel-Halle-Vilvoorde, BHV, mag men, op zoveel manieren als men wil, trachten uit te
leggen aan het buitenland, maar men zal nooit verkocht krijgen dat die heisa al zo lang
duurt en voor een impasse zorgt. Voor haar is het een onnozel, praktisch probleem waar
men met een beetje goede wil heel snel uit kan raken, zij het dan wel niet in vijf minuten.
Het zijn immers precies het borstgeklop en de communautaire scherpslijperij die Vlaanderen een slecht imago bezorgen. Zij pleit er dan ook voor om ook de eigen politiek kritisch onder de loep te nemen.

Het memorandum zelf vindt zij in zijn geheel nogal defensief, wat niet altijd een goede
strategie is. Er wordt in het document te veel een beeld geschetst van een boze buitenwereld, die Vlaanderen niet begrijpt of wil begrijpen. Proactief het symbolisch belang van de boycot van de verkiezingen in de Rand uitleggen, zal volgens het lid niet veel helpen. Ook het diffuse natiegevoel is voor haar geen probleem. Niet de slechte communicatie maar de krampachtigheid zelf, zorgt immers voor een slechte perceptie. Als men anderstalige kinderen niet op een speelplein toelaat, zal men nooit genoeg argumenten hebben om andere EU-lidstaten te overtuigen.

Het Vlaamse optreden zou zich volgens het memorandum moeten afzetten tegen het
Belgische. Het is echter maar de vraag wat de artiesten, designers en ondernemers daar
zelf van vinden? In tijden van globalisering, bestuur op verschillende niveaus (multi-level
governance) en meertaligheid, is integendeel een meer open houding nodig. Het lid vindt
dat men dan niet moet focussen op de identiteit van een ontwerper of zanger maar op zijn
kwaliteiten.

De vergelijking met Beieren, dat 12,5 miljoen inwoners telt en meerdere metropolen met
meer dan 1 miljoen inwoners, loopt mank. Bedrijven als BMW, Audi, Allianz, Grundig,
Siemens, Adidas, Continental en Puma hebben er hun industriële basis.

Het in het document gehanteerde citaat uit de Grondwet is onvolledig. De Koning heeft
inderdaad de leiding van de buitenlandse betrekkingen onverminderd de bevoegdheid van de gemeenschappen en de gewesten om de internationale samenwerking te regelen, “met inbegrip van het sluiten van verdragen, voor de aangelegenheden waarvoor zij door of krachtens de Grondwet bevoegd zijn”. Het Vlaamse buitenlandse beleid moet zeer ambitieus zijn, maar moet wel binnen het kader van zijn grondwettelijke bevoegdheden blijven, concludeert het lid.

Zij denkt ook niet dat de toevoeging van het woord Vlaams aan de naam van instellingen
winst oplevert inzake internationaal imago. Dat interesseert de mensen ook niet. Zij weten
dat het overheidsinstellingen zijn en het belangrijkste is dat ze goed functioneren. Dat
hangt niet af van een epitheton.

Mevrouw Brusseel is het eens met het pleidooi voor een open en niet-verkrampte opstelling. Economisch moet inderdaad resoluut gekozen worden voor een sterke plaats in de wereldeconomie. Dat betekent inzetten op internationalisering via de kennissectoren
en via innovatie. Helaas blijkt dat in de praktijk geen prioriteit te zijn voor de huidige
Vlaamse Regering.

Wat de mobiliteit van studenten betreft, denkt het lid dat de meesten niet bezig zijn met
de promotie van Vlaanderen. Het is uiteraard goed dat ze een positief beeld van hun regio
uitstralen, maar hun prioriteiten liggen feitelijk elders.

Wat het memorandum schrijft over het EU-voorzitterschap, is niet bijzonder sterk. Familierecht is overigens een federale materie. Mevrouw Brusseel zou sterk inzetten op het domein Milieu, dat wel een Vlaamse bevoegdheid is
.
Het memorandum doet schamper over de commentaren van Karel De Gucht naar aanleiding van de opening van Flanders House in New York. Ze wijst er dienaangaande op dat de betrokkene altijd een uitgesproken mening heeft, en dat zijn opmerking misschien ook niet eens zo misplaatst was, gezien het probleem dat zich daar ondertussen heeft voorgedaan.

Mevrouw Brusseel verslikte zich zowat toen zij in het memorandum las dat Vlaanderen
“zelfs” van Wallonië kan leren. Het gaat om een regio die op bepaalde gebieden behoorlijke prestaties neerzet. De woordkeuze getuigt van revanchistische arrogantie, oordeelt het lid. Die boemerang kan terugkeren, waarschuwt ze. Als men dergelijke dingen schrijft, hoeft men niet verbaasd te zijn verkeerd begrepen te worden op internationale fora.

Verslag Gedachtewisseling over het memorandum 'Elke Vlaming ambassadeur: Vlaamse publieksdiplomatie i.s.m. het Vlaamse middenveld' – stuk 383 (2009-2010) – Nr. 1

Dossierverloop