Dora in het Turks en Nederlands op Ketnet is een goed idee

Psycholoog Wouter Duyck liet dit weekend in De Standaard zijn licht schijnen over een aantal onderwijskwesties en sloeg meteen spijkers met koppen. Niet één keer, maar wel vijf keer.

Een oriënteringsproef zou inderdaad het meest efficiënte middel zijn om de studiekeuze beter te begeleiden en zou zowel voor studenten als overheid een grote besparing opleveren.

Psycholoog Wouter Duyck liet dit weekend in De Standaard zijn licht schijnen over een aantal onderwijskwesties en sloeg meteen spijkers met koppen. Niet één keer, maar wel vijf keer.

Een oriënteringsproef zou inderdaad het meest efficiënte middel zijn om de studiekeuze beter te begeleiden en zou zowel voor studenten als overheid een grote besparing opleveren.

De brede eerste graad zoals voorgesteld in de eerste hervormingsteksten van Smet, was inderdaad geen goed idee want te eenzijdig gestoeld op het denken van sociologen. Dit werd later afgezwakt, want differentiatie is inderdaad nodig, en zonder mentaliteitsverandering (zie ook de terminologie van "zwakke" en "sterke" richtingen) blijven gelijke kansen inderdaad dode letter, zowel voor sociaal zwakkeren als voor allochtonen als voor meisjes.

De kloof tussen de sterkst en de zwakst presterende leerlingen in ons onderwijs moet inderdaad aangepakt worden en niet in de eerste graad van het middelbaar onderwijs, dat is rijkelijk te laat. Het inkorten van de zomervakantie (tegelijk met een betere spreiding van alle vakanties om het leerproces te vergemakkelijken), aandacht besteden aan de specifieke taalontwikkeling van anderstalige kinderen en tenslotte ook de vervroeging van de leerplicht zijn stuk voor stuk noodzakelijke ingrepen om de sociale mobiliteit te bevorderen.

We vragen ons dan ook af waarom deze regering daarvan maar geen werk wil maken, ondanks aandringen van zowel Open VLD als Groen, want het zijn inderdaad de zwaksten in onze samenleving die in de eerste jaartjes kansen laten voorbijgaan voor hun kind.

We zijn vooral verheugd dat professor Duyck een lans breekt voor ruimte van de thuistaal van anderstalige kinderen, zowel op school als op televisie. Enkele jaren terug doekte onderwijsminister Smet de OETC-projecten in Brussel op (ondersteuning van leerlingen door een aantal uren onderricht in eigen taal en cultuur), zonder dat daar een eigentijds alternatief voor in de plaats kwam. Integendeel, het leren van de thuistaal kan nu alleen tegen betaling (ook al spreken we over sociaal zwakkeren) en na de schooluren. Immersieonderwijs kan in bijna heel Europa en al 15 jaar in Franstalig België, maar Vlaanderen krijgt pas over een jaar een flauw afkooksel, en dan nog alleen vanaf het middelbaar onderwijs.

De academische wereld en de scholen die deelnamen aan de projecten waren zeer teleurgesteld, maar de publieke opinie zou er niet om malen, dat had Smet goed gezien. Het buikgevoel van Jan Modaal zegt nu eenmaal dat alleen een onderdompeling in het Nederlands goed is voor de prestaties van Turkse en Marokkaanse kinderen, ook al spreken verschillende onderzoeken dit tegen.

Om dezelfde reden zal ook Duycks oproep om op Ketnet een tweetalige Dora te programmeren in dovemansoren vallen. Ruimte genoeg nochtans, met een VRT die haar peperdure derde net maar niet ingevuld krijgt: voor pedagogische doeleinden die de kinderen uit de migrantengezinnen kunnen helpen zal het wellicht nooit gebruikt worden. Liever streefcijfers voor allochtone tv-gezichten om zo het onvermogen om het integratiebeleid te ondersteunen weg te moffelen.

Duyck vraagt zich terecht af waarom de overheid zo weinig oog heeft voor een aantal wetenschappelijke onderzoeken waarin aangetoond wordt welke strategieën geschikt zijn voor de taalontwikkeling en het bevorderen van gelijke kansen. De overheid, dat is de huidige Vlaamse meerderheid: de tripartite van CD&V, Sp.a en N-VA houdt teveel vast aan partijdogma’s.

Meestal botst het binnen de meerderheid wanneer over onderwijs gediscussieerd wordt, maar alle coalitiepartners zijn gewoon in hetzelfde bedje ziek: partijdogma en electorale belangen gaan steeds voor op conclusies uit wetenschappelijk onderzoek. Daarom kon Sp.a-minister Smet de brede eerste graad niet lossen, de socialisten verkiezen de zogenaamd ‘democratische’ eenheidsworst boven het detecteren van verschillende talenten bij elk individu. Daarom wil N-VA niet horen van immersie of ondersteuning in eigen taal, omdat zoiets ingaat tegen ‘het respect voor de Vlaamse cultuur’, ook al kunnen we aantonen dat een goede kennis van de moedertaal een positieve impact heeft op het leerproces van kinderen en dat ze zo ook sneller en beter Nederlands leren. De CD&V lanceert de kortere zomervakantie, maar laat verder niet verstaan of alle schoolvakanties aan een betere spreiding toe zijn, want dit houdt in dat haar religieuze kalender niet meer de norm kan zijn.

De huidige Vlaamse meerderheid durft niet ingaan tegen het veronderstelde buikgevoel van Jan Modaal. Niet alleen laat de Vlaamse regering zo kansen liggen, ze geeft ook te kennen dat ze van de Vlaamse kiezer geen al te hoge pet op heeft. Men zou de burgers ernstig kunnen nemen en uitleggen waarom Dora in het Turks en Nederlands wél een goed idee is. Maar dat vergt iets meer dan vijf minuten politieke moed.

Fientje Moerman & Ann Brusseel, Vlaams volksvertegenwoordigers voor Open Vld

Dit opiniestuk verscheen in De Standaard van 19 augustus 2013, p.34