Diversiteit in de Belgische cultuur

De winkelketen HEMA heeft inderdaad een fout gemaakt door na een klacht van een klant pas te beslissen hoe het zat met de tewerkstelling van gesluierde dames in hun Belgische filialen. Werknemers verdienen meer duidelijkheid. De HEMA had vóór de ondertekening van het contract met de werkneemster moeten laten weten of een religieus symbool tot het uniform van het winkelpersoneel kon behoren, of niet. Het staat werkgevers op de privémarkt immers vrij het uniform van hun werknemers vast te leggen. Maar is hun beslissing nu een vorm van discriminatie en wordt de vrouw uit de volksgemeenschap gestoten? Volgens Yves Desmet wel, omdat HEMA ‘de vrijheid van godsdienstbeleving ondergeschikt gemaakt heeft aan de scheiding tussen kerk en samenleving, vooral omdat het de islam betrof’.

Ik ben het daar niet mee eens. Had de dame in kwestie haar religieuze aspiraties voor na de werkuren gehouden, in plaats van een martelaar van de arbeidsmarkt te willen zijn, dan was er geen probleem. Voor mij gaat de scheiding tussen kerk en Staat dus absoluut voor op de vrijheid van godsdienst. Tot op zekere hoogte moet ook een scheiding tussen kerk en samenleving gerespecteerd worden. Dat houdt in dat er inderdaad grenzen zijn aan de vrije godsdienstbeleving: nl. niet op de werkvloer, in rechtbanken, op school, e.d. Daar ben je met andere zaken bezig en daar heeft de collega, klant, rechter of medeleerling geen boodschap aan je godsdienstbeleving, welke ze ook is.

Zelfverklaard progressief Vlaanderen verdedigt echter voortdurend de hoofddoek. Zo wordt het integratiedebat jammer genoeg beheerst door de hoofddoek, alsof dit het enige probleem is in onze multiculturele samenleving. Blijkbaar willen velen niet onder ogen zien welke evolutie zich voltrekt in regio’s, steden en wijken waar de moslimgemeenschap sterk vertegenwoordigd is. De vraag naar ‘redelijke aanpassingen’ van de wetgeving en verschillende regelgevingen ten voordele van de tradities en dogma’s van bepaalde religies neemt drastisch toe, o.a.: de eis te mogen bidden op het werk, gedurende de ramadan andere werkuren of taken te mogen presteren, vrouwelijke oversten niet in hun functie te moeten erkennen, mannelijke artsen te kunnen weigeren in een ziekenhuis, hallal te eten in de kantine van het werk en de school, gescheiden zwemuren te creëren, cartoonisten en opiniemakers het zwijgen op te leggen, … De lijst van eisen is lang geworden, maar quasi onbespreekbaar binnen de meeste traditionele partijen.

De sp.a volksvertegenwoordiger, Meryame Kitir, slaat de bal helemaal mis wanneer ze een meisje met een hoofddoek achter de kassa vergelijkt met een gehandicapte werkneemster. Een religieus symbool is geen handicap. Gelovigen die bepaalde aspecten van hun godsdienst als een handicap of juk ervaren, kunnen rustig een stap terugnemen en zelf hun persoonlijke prioriteiten bepalen. De Belgische grondwet garandeert hen dat recht (dat is nu een mooi voorbeeld van de vrijheid van godsdienst, tiens). Een mindervalide kan zich helemaal niet bevrijden van zijn handicap. De vergelijking is pijnlijk en misplaatst.

De hoofddoek is evenmin een kledingsstuk dat kan vergeleken worden met een pet of een piercing. Dit argument wordt nochtans vaak aangevoerd door mensen die pleiten voor meer verdraagzaamheid. Moslima’s moeten zich echter bedekken om vroom en eerbiedwaardig te zijn. Dat is wel een zeer dogmatisch geladen betekenis, gesteld dat de hoofddoek maar een simpel ‘kledingsstuk’ is. Arabische landen zoals Egypte en Tunesië hebben in het begin van de vorige eeuw een seculiere golf gekend: ze kenden vrouwen tal van rechten toe, werkten hard aan emancipatie en maakten komaf met de kledingsvoorschriften die vrouwen oplegden zich te verhullen. Enkele decennia later werd de klok er teruggedraaid: de rechten van vrouwen werden door de imams beknot en de hoofddoeken en hijabs vulden opnieuw het straatbeeld. In de Arabische wereld wil men in liberale kringen precies wél toegeven dat de islam en de bijbehorende hoofddoeken en niqabs voor de onderdrukking van de vrouw staan. Hier is men ofwel bang, ofwel subjectieve bondgenoot van de islam. De enen vermijden kritiek omdat ze politiek correct willen zijn, getraumatiseerd door het succes in onze contreien van extreem rechts. De anderen hebben baat bij een onderschikking van de scheiding tussen kerk en Staat aan de godsdienstvrijheid, omdat het de werking van hun zuil goed uitkomt. Laten we niet vergeten dat abortus en euthanasie in Vlaanderen geen evidentie zijn en dat heeft weinig met de islam te maken.

Ik ben niet bang racist genoemd te worden, want dat ben ik simpelweg niet. Een seculiere Staat en de gelijkheid van man en vrouw verdedigen, dat wil ik doen, zonder taboes. Hopelijk sluiten meer vooruitstrevende politici zich hierbij aan. Zonder een nationalistische of identitaire agenda welteverstaan.

Ann Brusseel