Discussie over de rol van het Brusselse Lokaal Overlegplatform Basisonderwijs

In een interview met brusselnieuws kondigde de huidige voorzitter van het Brusselse Lokaal Overlegplatform Basisonderwijs (LOP), Dimokritos Kavadias, aan dat hij zijn functie neerlegt wanneer de nieuwe inschrijvingsronde voor het basisonderwijs achter de rug is. Deze beslissing en zijn argumenten hiervoor vormden de basis voor een discussie in de commissie Brussel.

In een interview met brusselnieuws kondigde de huidige voorzitter van het Brusselse Lokaal Overlegplatform Basisonderwijs (LOP), Dimokritos Kavadias, aan dat hij zijn functie neerlegt wanneer de nieuwe inschrijvingsronde voor het basisonderwijs achter de rug is. Deze beslissing en zijn argumenten hiervoor vormden de basis voor een discussie in de commissie Brussel.

Heel wat knelpunten liggen aan de basis van de beslissing van de LOP-voorzitter om in het voorjaar 2011 te stoppen.

Allereerst is de taak die het LOP toegewezen kreeg (in de uitvoering van het Gelijke Onderwijs Kansendecreet en het voorrangsbeleid) om een feilloos inschrijvingssysteem uit te werken, eigenlijk te zwaar. In Brussel had het elektronische aanmeldingssysteem voor de inschrijvingen in het Nederlandstalige basisonderwijs vorig jaar met heel wat problemen te kampen.

Ten tweede zijn er structurele problemen. Het Brusselse LOP kan niet op dezelfde structurele steun rekenen zoals het LOP van een stad als bijvoorbeeld Antwerpen. Het Brusselse LOP wordt mede door de VGC gefinancierd en ondersteund, maar deze ondersteuning bleek in de praktijk onvoldoende. De VGC beschikt immers niet over dezelfde slagkracht als bijvoorbeeld de stad Anwerpen, maar moet wel dezelfde rol spelen.

Ann Brusseel: "De huidige problemen rond de opdracht en de structuur van het Brusselse LOP tonen aan dat er nood is aan een betere ondersteuning van het Brusselse LOP enerzijds en een betere afbakening van de bevoegdheden tussen het LOP anderzijds. Niemand wil immers opnieuw problemen bij de elektronische inschrijvingen voor volgend schooljaar."

Ann Brusseel: "Ik onthoud vooral de volgende punten uit het antwoord van Minister Smet:

Uit de evaluatie van de vorige aanmeldingsprocedure blijkt duidelijk dat de ondersteuningsstructuur onvoldoende was uitgebouwd.  De reden dat er zoveel problemen zijn ontstaan in Brussel en niet of nauwelijks in Antwerpen en Gent, is dat men in Brussel alles in één keer in het systeem heeft willen stoppen, waardoor er enorm veel variabelen waren en dit is geblokkeerd.

Minister Smet erkent dat de structuur van het Brusselse LOP voor verbetering vatbaar is. In de discussie rond het lokaal flankerend beleid zal de rol van gemeenten en de rol van het LOP worden besproken. Die rol moet worden verduidelijkt voor de gemeenten (de VGC in Brussel) en de Lokale Overleg Platforms. 

Minister Smet vindt wel dat de LOP's een belangrijke rol dienen te blijven spelen bij de aanmeldingsprocedure. Dit betekent niet dat de werking niet sneller of beter kan. Uit de evaluaties van experimentele aanmeldingsprocedures komt de vraag naar voldoende autonomie van het LOP naar voor.

Voor wat de inschrijingen betreft is het zo dat in regio’s waar het lokaal bestuur de technische uitvoering van de door het LOP gemaakte afspraken voor zijn rekening heeft genomen er weinig problemen waren. In Brussel was het LOP Basisonderwijs echter niet alleen verantwoordelijk voor het maken van afspraken, maar ook voor de uitvoering ervan. In Brussel was er dus inderdaad een probleem, omdat het LOP niet beschikt over de nodige mensen en middelen.

Ann Brusseel: "Ik ben blij dat de Minister zich bewust is van de verschillende problemen van het LOP Brussel en tot oplossingen wil komen. Ik blijf deze problematiek aandachtig opvolgen."

Lees hier het volledig verslag van de discussie over de rol van het Brussels Lokaal Overlegplatform (20/01/2011).