Discussie over de nieuwe VGC-invulling van natuureducatie

Onlangs besliste de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) dat de jeugdboerderij Het Neerhof uit Dilbeek een nieuwe koers moet varen. De boerderijfunctie, centraal in het succesverhaal, zou moeten worden afgebouwd. Al meer dan 35 jaar krijgen kinderen en jongeren uit de stad hier voeling met de natuur. De laatste jaren werd volop ingespeeld op het Kyotoprotocol en de trend naar biolandbouw met thema’s als ‘biotifull’ en ‘bio-boerderij’. Door natuurbeleving worden kinderen en jongeren op een speelse manier ecologisch bewust gemaakt.

Onlangs besliste de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) dat de jeugdboerderij Het Neerhof uit Dilbeek een nieuwe koers moet varen. De boerderijfunctie, centraal in het succesverhaal, zou moeten worden afgebouwd. Al meer dan 35 jaar krijgen kinderen en jongeren uit de stad hier voeling met de natuur. De laatste jaren werd volop ingespeeld op het Kyotoprotocol en de trend naar biolandbouw met thema’s als ‘biotifull’ en ‘bio-boerderij’. Door natuurbeleving worden kinderen en jongeren op een speelse manier ecologisch bewust gemaakt.

Aan dat succesverhaal dreigt dus een einde te komen. Op 11 mei koos de VGC voor nieuwe beleidsoriëntaties voor Het Neerhof. Er werd verwezen naar het Brussels regeerakkoord, waarin natuureducatie voor leerlingen van het Nederlandstalig onderwijs in de hoofdstad, als centrale opdracht van Het Neerhof werd bevestigd. Ook in de VGC-beleidsnota Cultuur, Jeugd en Sport werd deze opdracht bevestigd.

Reden tot discussie in de commissie Brussel van het Vlaams Parlement.

Minister Smet stelt in zijn antwoord dat Het Neerhof tot de exclusieve bevoegdheid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie en het college behoort.

De bedoeling is dat Het Neerhof de natuurbelevingsplek bij uitstek wordt, waarbij de betrokkenheid van de kinderen vooropstaat, vertrekkende vanuit het concept van kinderboerderij. Het bestuur van Het Neerhof zal na deze eerste gesprekken een aantal scenario’s uittekenen en terugkoppelen naar het collegelid. Het gaat hier dus om een en-enverhaal. Meer aandacht voor spelende kinderen en vrijetijdswerking hoeft niet ten koste te gaan van de rol van Het Neerhof als educatieve kinderboerderij of als gezinsboerderij. Schoolse en buitenschoolse activiteiten zijn immers complementair, en de ervaringen die kinderen in vrijetijdsverband opdoen, laten soms intensere sporen na dan verplichte activiteiten in klasverband. Het een sluit het ander niet uit, het een kan het ander zelfs versterken.

Ann Brusseel vroeg in haar tussenkomst een totaalvisie voor natuureducatie en voor speelruimte.

Mevrouw Ann Brusseel : Dilbeek is belangrijk. Het ligt aan een kant van Brussel waar voor jonge Brusselse ketjes weinig ruimte is. In de krant staat dat er in Molenbeek 15.000 inwoners per vierkante kilometer zijn, in Dilbeek zijn er dat 980. Het spreekt voor zich dat Dilbeek wat meer groene ruimte heeft. Molenbeek grenst aan Dilbeek. Natuureducatie, spelen en ontspannen in het groen, de dieren leren kennen: in de stad hebben de kinderen daar niet vaak de gelegenheid voor. Het is op termijn ook niet bevorderlijk voor het dierenwelzijn.

Minister, ik heb me al gemoeid met de kinderboerderij van Brussel-Stad. Hier gaat het over een instelling die wordt betaald door de VGC. Mijn collega’s van Open Vld zitten inderdaad mee in dat college. Ik zal het zeker met hen bespreken. Maar in deze commissie kunnen we er ook even bij stilstaan. We zijn allemaal even bekommerd om Brussel en daarom is het zinvol een totaalvisie te ontwikkelen, niet alleen voor natuureducatie, maar ook voor speelruimte.

Het dringt niet overal door dat er nood is aan visie. In Brussel-Stad heb ik de toestand van de kinderboerderijen dikwijls aangeklaagd. De dieren worden niet verzorgd zoals het hoort. De bevoegde schepen heeft mijn klachten niet ernstig genomen. Els Ampe en ikzelf hebben er de media bijgehaald, maar dan nog is er weinig veranderd. Op dat moment heb ik ervoor gepleit dat men er beter iets anders van maakt, als men de dieren niet goed verzorgt en op een treffelijke manier aan natuureducatie doet.

Als dat ooit wordt geïnterpreteerd als zou ik geen voorstander zijn van kinderboerderijen, dan wil ik hier benadrukken dat ik wel voorstander ben van gediversifieerde projecten van natuureducatie, maar we moeten kijken waar dat op welke manier gebeurt. In Jette gebeurt dat heel ordentelijk, dus zijn er mogelijkheden.

Ik wil ook aandacht hebben voor het probleem van het dierenwelzijn. Als men kinderboerderijen een nieuwe bestemming gaat geven en de dieren daar blijven, dan moet er niet alleen aandacht zijn voor speelruimte en mogelijkheden voor kinderen, maar ook voor het welzijn van dieren. Ik zal mijn collega’s vragen om me daar meer informatie over te bezorgen. Ik ben benieuwd naar die nieuwe bestemmingen, en naar de invulling van het woord pretpark. Wat wordt dat? Zal dat passen in de landelijke sfeer? Misschien kunnen we daar op een heel vrijblijvende manier een gesprek over organiseren. Het is zeer belangrijk. Je zit met een groot stuk van Brussel waar kinderen én te weinig groen hebben, én te weinig speelruimte hebben, én waar er veel te weinig aandacht voor natuureducatie is.

Lees hier de volledige discussie over de nieuwe VGC-invulling van natuureducatie.