Discriminerende praktijken taxibedrijven aanpakken!

Uit een onderzoek van Metro bleek dat de helft van de ondervraagde taxi-bedrijven instemde met de vraag van de klant om een blanke chauffeur te leveren. Dit druist in tegen de anti-discriminatie- en anti-racismewet. Het is verboden voor de klant om een discriminerende opdracht te geven en voor de dienstverlener om daarop in te gaan. Ann Brusseel ondervroeg hierover de Minister van Gelijke Kansen.

Uit een onderzoek van Metro bleek dat de helft van de ondervraagde taxi-bedrijven instemde met de vraag van de klant om een blanke chauffeur te leveren. Dit druist in tegen de anti-discriminatie- en anti-racismewet. Het is verboden voor de klant om een discriminerende opdracht te geven en voor de dienstverlener om daarop in te gaan. Ann Brusseel ondervroeg hierover de Minister van Gelijke Kansen.

In haar antwoord betreurt de minister dat dit gebeurt. Ze wil samen met het Interfederaal Gelijkekansencentrum dit probleem volledig in kaart brengen. Voorts toont dit probleem aan dat een louter reactief beleid op vlak van discriminatie niet volstaat. "Minister Homans pleit ook voor een preventieve aanpak en ik ben daar zeer blij om.", zegt Ann.

Eén van de goede voorbeelden inzake de aanpak van discriminatie is volgens de minister de uitzendsector. Het gaat dan om maatregelen zoals een charter, vorming en controles onder de vorm van "mystery shopping".

 

Lees hier de volledige parlementaire vraag:

Taxibedrijven – Discriminerende praktijken

Vraag Ann Brusseel (Sv 154)

Racisme en raciale discriminatie komen jammer genoeg voor in alle domeinen van de samenleving. Het (toenmalige) Centrum voor Gelijkheid van Kansen en voor Racismebestrijding ontving in 2013 maar liefst 572 nieuwe klachtendossiers over dit thema. 19 % van die klachten gaat over “goederen en diensten”. Het is over deze dienstensector en meer specifiek over discriminatie bij taxibedrijven dat deze vraag gaat.

In Groot-Brittannië is er momenteel heel wat ophef rond het taxibedrijf Car 2000 dat blanke bestuurders stuurt als de klant daarom vraagt. De vraag naar blanke taxichauffeurs steeg nadat een misbruikschandaal met mannen van Pakistaanse origine aan het licht kwam. Twee van de veroordeelden in die zaak werkten voor een taxibedrijf dat Car 2000 heeft overgenomen. Directeur Stephen Campbell heeft naar eigen zeggen geen andere keuze dan ingaan op deze racistische praktijken omdat hij geen klanten wil verliezen.

Naar aanleiding van deze zaak belde de redactie van Metro acht taxibedrijven op (vier in Vlaanderen en vier in Brussel) met de volgende vraag: “Ik zou graag een taxi reserveren voor eind deze week, maar is het mogelijk dat de taxichauffeur een blanke man of vrouw is?”

Dit verzoek leidde tot verontrustende resultaten. De helft van de ondervraagde bedrijven stemt in en ziet er geen graten in om een blanke chauffeur te leveren wanneer ernaar gevraagd wordt. Er is zelfs geen enkel bedrijf dat probeert de beller te overtuigen mee te rijden met gelijk welke bestuurder. Eén taxicentrale geeft zelfs spontaan enkele namen van blanke bestuurders naar wie in de toekomst gevraagd kan worden. Gelukkig zijn er vier bedrijven die wel anders reageren: twee bedrijven reageren verontwaardigd op de racistische vraag en stellen dat zij niet aan discriminatie doen en dat de klant dat ook beter niet zou doen; nog twee andere bedrijven weigeren op de vraag in te gaan.

Expliciet vragen om een blanke taxibestuurder druist in tegen de antidiscriminatie- en antiracismewet. Het is verboden voor de klant om een discriminerende opdracht te geven en voor de dienstverlener om daarop in te gaan. Zulke verzoeken hebben nefaste gevolgen: mensen van een andere origine leggen minder ritten af en krijgen minder loon; hun kansen op de arbeidsmarkt worden zo ook bemoeilijkt.

In het verleden hebben we ook al dergelijke problemen gekend in de uitzendsector. Die heeft daaruit echter lessen getrokken en diverse maatregelen genomen om discriminatie te bestrijden, onder meer via een gerichte vorming van het personeel, sancties voor kantoren die zich niet aan de voorschriften houden en autocontrole, de zogenaamde mystery shopping.

Jozef De Witte, directeur van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme is niet verrast door de resultaten van deze korte bevraging in de taxisector: “We zien hetzelfde in andere sectoren, bijvoorbeeld de huisvestingsmarkt. Dat is typisch voor bedrijven in een tussenpositie. Een taxicentrale zit tussen de klant en de chauffeur, en wil geen klanten mislopen. Maar eigenlijk zou het antwoord van een taxibedrijf moeten zijn ‘we sturen u nu meteen onze beste chauffeur, ongeacht zijn of haar huidskleur’.”

  1. Hoe staat de minister tegenover de bovenvermelde reacties van taxibedrijven op de vraag naar blanke taxichauffeurs?
     
  2. Zal de minister contact opnemen met vertegenwoordigers van de sector om deze kwestie aan te kaarten?
     
  3. Is de minister van mening dat er maatregelen moeten worden genomen om dergelijke vormen van discriminatie te voorkomen en te sanctioneren?
     
  4. Zal de minister in eerste instantie de sector aanmanen zelf maatregelen te nemen?
     
  5. Kan het voorbeeld van de uitzendsector ter zake een goede maatstaf zijn volgens de minister?
     
  6. Is het volgens de minister wenselijk dat er ook sensibiliserende acties naar klanten van taxibedrijven komen om hen duidelijk te maken dat de bedrijven zich niet lenen tot discriminerende praktijken?

Antwoord minister Homans

  1. De praktijken waarnaar verwezen wordt zijn niet alleen moreel verwerpelijk, ze druisen ook in tegen de non-discriminatie-wetgeving. Het is ontoelaatbaar en betreurenswaardig dat dergelijke zaken gebeuren.
     
  2. Ik zal samen met het interfederaal Gelijkekansencentrum het probleem in kaart brengen. Vervolgens zullen we samen met de verantwoordelijken bekijken welke stappen ondernomen moeten worden.
     
  3. Het decreet van 10 juli 2008 "houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid" is als wettelijk kader voldoende uitgebouwd om discriminatie te bestraffen. Het interfederaal Gelijkekansencentrum vormt, als onafhankelijk gelijkheidsorgaan, het sluitstuk van het non-discriminatieluik.
    Het probleem met de taxibedrijven, zoals dat vandaag voorligt, toont aan dat een reactief optreden niet volstaat. Eens het probleem in kaart gebracht is, streef ik onder andere ook naar een preventief beleid. (zie ook vraag 6)
     
  4. Eens het probleem in kaart gebracht is, gaan we overleggen om te kijken wie welke concrete maatregelen kan nemen. Het is zeker wenselijk dat de sector vanuit zijn eigen ervaring en expertise ook zelf maatregelen voorstelt.
     
  5. Het voorbeeld van de uitzendsector kan een goede maatstaf zijn. Het opstellen van een charter rond non-discriminatie voor en door taxibedrijven, gecombineerd met gerichte sensibilisering en mogelijke andere initiatieven zoals specifieke vormingen en mystery shopping, zijn mogelijke opties. Het interfederaal Gelijkekansencentrum ontwikkelde alvast een toegankelijke online-opleiding (eDIV) om werkgevers antwoorden te bieden op vragen gerelateerd aan de antidiscriminatiewetgeving.
     
  6. Zonder vooruit te lopen op concrete initiatieven, is het wenselijk dat vanuit de taxibedrijven zelf een sterk signaal gaat naar hun (potentiële) klanten, waarin zij duidelijk maken dat ze niet ingaan op dergelijke vragen.