Dewinters definitie van Roma is geen mening maar een bewuste strategie

“Roma staat voor R van rover, O van overlast, M van messentrekkers en A van agressievelingen.” Dit is geen spellingsoefening maar Vlaams Belangfrontman Filip Dewinter aan het woord in de plenaire vergadering van het Vlaams Parlement. Het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding liet verstaan een onderzoek te willen openen naar deze uitspraak, ten einde Filip Dewinter te kunnen vervolgen voor racisme. Volgens deze laatste horen de Roma niet thuis in België en daarom verzocht Dewinter de Vlaamse regering om hen te laten terugsturen naar Roemenië en Bulgarije.

Ik heb alle begrip voor het feit dat het CGKR de Belangman wil aanklagen voor racisme, want alle Roma rovers en messentrekkers noemen is plat racisme, het is een leugen. Maar Dewinter kan zich op de Grondwet en de onschendbaarheid als parlementslid beroepen (art. 58, 59, 120) om met deze tirade vrijuit te gaan. De uitspraak werd inderdaad in het parlementair halfrond gedaan. Dat debat in het halfrond moet in een democratie de grootste bescherming genieten, volledig akkoord. De democratie is een mooi geschenk voor de mensheid. Ook een ronduit prachtig geschenk voor extreem rechtse en fundamentalistische brulboeien. Op de radio en tv mag je niet gaan pleiten voor deportatie, maar eens in het halfrond, mag je de demagoog in jezelf eens goed loslaten. De plenaire wordt wel uitgezonden via radio en tv, but I rest my case. Het hoort zo.

In zijn schrijven aan parlementsvoorzitter Peumans verwijst Filip Dewinter zoals altijd naar de vrije meningsuiting. Maakt niet uit wie hij de huid vol scheldt, valselijk beschuldigt of stigmatiseert, hij beschouwt het altijd als zijn ‘vrijheid’. Omdat vrijheid mij zo dierbaar is, krijg ik altijd een wrang gevoel wanneer mensen er misbruik van maken. Volgens mij misbruiken Dewinter en co de vrije meningsuiting om bepaalde mensen te kwetsen, met als uiteindelijk doel hen uit te sluiten uit de samenleving. De vrijheid gebruiken om de vrijheid van andere mensen te beperken. Dit onomwonden stellen is al voldoende om van een intentieproces beschuldigd te worden. En liberalen zijn uiteraard zeer bevreesd om iemand intentieprocessen aan te doen. Dat hoort immers niet in een fair debat. Toch mag de angst voor die vingerwijzing ons niet tegenhouden om het recht op vrije meningsuiting te vrijwaren, beter te beschermen tegen misbruik en opnieuw te claimen.

Zonder de liberale geest was er gewoon nooit een Grondwet waarin de vrije meningsuiting verankerd werd. We moeten desnoods weer uitleggen wat die vrijheid precies inhoudt. We moeten er ongetwijfeld zelf opnieuw over reflecteren. Is de vrije meningsuiting begrensd, of is dat juist onmogelijk? Met andere woorden, vallen gratuite beledigingen en leugens die de dialoog belemmeren daar ook onder? Ook als woorden en hun bedoelingen pijn doen, mogen we Voltaire niet vergeten: “Ik verafschuw uw mening maar ik zal uw recht om het te zeggen met mijn leven verdedigen.” Maar tegelijk is Voltaire ook nuchter genoeg om te beseffen dat meningen niet altijd onschuldig zijn, zo zegt hij in een brief aan Elie Bertrand, die minder vaak geciteerd wordt: “Meningen hebben al meer ellende veroorzaakt dan de pest en aardbevingen op onze kleine aardbol.”, waarmee Voltaire toegeeft dat een mening niet altijd onschuldig en zonder gevolgen is.

Een mening moet uiteraard niet steeds constructief zijn. Je stelt dingen aan de kaak. Maar ik hoop vanuit de grond van mijn hart dat democraten de vrije meningsuiting beschouwen als het voornaamste instrument om een dialoog uit te lokken of gaande te houden, niet om tot haat en uitsluiting aan te zetten. Dit is mijn motivatie om opnieuw een aantal vragen op te werpen. Er zijn de voorbije maanden enkele dingen gebeurd die mij immers verontrusten. Door toedoen van de politieke impasse waarin ons land zich maanden lang bevond, zijn burgers en artiesten zich gaan roeren. Ze verenigden zich om in de Vlaamse publieke opinie beweging te brengen, om een dialoog op gang te brengen. Toch dacht minister Bourgeois, NV-A boegbeeld, daar anders over. Het duo Clouseau kreeg van hem de volle laag omwille van liedjes over verdraagzaamheid of over België. Hij vond ook dat Vlaamse instellingen zoals de KVS en artiesten beter op droog zaad konden gezet worden, als ze hun bekendheid gebruikten om een ‘Belgicistische’ boodschap te brengen. Geen politieke reactie op de standpunten van Bourgeois. Te gevoelig in Vlaanderen?

Een ander voorbeeld betreft een probleem van internationale omvang. Enige tijd terug kregen de kantoren van het Franse satirische weekblad ‘Charlie Hebdo’, dat religieuze fanatici op de korrel neemt, met brandbommen af te rekenen. Frankrijk was in shock, het geboorteland van de Verlichting had een aanslag op de persvrijheid meegemaakt. Charlie Hebdo is de barometer van de maatschappelijke en levensbeschouwelijke veranderingen die zich in de Westerse stedelijke agglomeraties zoals Parijs maar ook Brussel of Antwerpen voltrekken, iets wat liberalen heel sterk zou moeten beroeren. Er kwam in Vlaanderen echter bitter weinig reactie op de aanslag. Denken we dat de persvrijheid niet aan het wankelen kan gebracht worden? Onze moderne multi-etnische en multireligieuze samenleving heeft dringend recepten en afspraken nodig om zonder pijnlijke conflicten te kunnen blijven functioneren. Het debat hierover is noodzakelijk, maar een debat vol racisme en dreigementen aan het adres van bepaalde gesprekspartners is gedoemd te mislukken.

De liberalen – en vooral onze enige Vlaamse liberale partij – moeten terug alerter worden wat betreft het definiëren en verdedigen van de fundamentele vrijheden en de waarden van de Verlichting. We zijn onze kritische geest een beetje kwijt. We laten rechts schelden en dreigen, maar een artiest verdedigen we niet luidop. We moeten de vrije meningsuiting verdedigen wanneer ze onder druk komt te staan of misbruikt wordt. We moeten ze zonder vrees gebruiken wanneer zich moeilijk bespreekbare problemen stellen. Dit is een ontzettend moeilijke uitdaging, maar ze is niet te ontwijken. De wereld is veranderd, de liberalen moeten terug vooruit denken. Wij moeten onze plaats innemen in het debat over de samenleving, in plaats van het woord alleen aan de conservatieven te laten en meegezogen te worden in hun enge visie op de mens.
 

Ann Brusseel, Vlaams volksvertegenwoordiger

Dit opiniestuk verscheen ook als  Liberales column op 23/12/2011.