Debat armoede in Brussel – We moeten inzetten op onderwijs en tewerkstelling!

Het Brussels Observatorium voor Gezondheid en Welzijn publiceerde begin deze week haar armoederapport 2010.

Uit dit rapport blijkt dat de gigantische rijkdom die in het Brussels gewest wordt geproduceerd in schril contrast staat met de toenemende verarming van de Brusselse bevolking.

Het Brussels Observatorium voor Gezondheid en Welzijn publiceerde begin deze week haar armoederapport 2010.

Uit dit rapport blijkt dat de gigantische rijkdom die in het Brussels gewest wordt geproduceerd in schril contrast staat met de toenemende verarming van de Brusselse bevolking.

Enkele cijfers:

  • 26,3% van de Brusselaars leeft van een inkomen dat lager ligt dan de armoedecrisisgrens die de EU voor België hanteert. Voor een alleenstaande ligt die grens op 899 euro per maand, voor een koppel met twee kinderen op 1.888 euro per maand.
  • 36.000 gezinnen zijn op zoek naar sociale woning.
  • 8,6 % van de Brusselaars had in 2005 consumptieschulden. 13,3 % heeft achterstallige betalingen voor basisvoorzieningen.
  • Bijna drie Brusselse kinderen op tien (28 %) groeien op in een gezin zonder arbeidsinkomen. Dat is dramatisch, geven specialisten aan, omdat kinderen hun ouders niet zien werken en omdat ze makkelijk in een spiraal van generatiearmoede terechtkomen.
  • 28 % van de Brusselaars leeft in een gezin dat grote tot zeer grote moeilijkheden heeft om rond te komen.
  • Meer dan 32.000 huishoudens leefden eind december 2009 met leefloon van het OCMW (of een equivalent daarvan).
  • 40 % van de gezinnen in het Brusselse gewest kan zich geen weekje vakantie veroorloven wegens te duur.
  • Een kwart van de jongeren heeft alleen een diploma lager onderwijs. Volgens het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn zijn de schoolachterstand en het lage opleidingsniveau van een belangrijk deel van de jonge Brusselaars 'bijzonder onrustwekkend'.
  • 22.000 gezinnen in Brussel hebben moeite om hun energiefactuur te betalen en krijgen een sociaal tarief.

In haar tussenkomst vroeg Ann Brusseel aandacht voor de volgende punten:

Meer samenwerking & laagdrempelige hulp

Ann Brusseel: " Brussel wordt zoals veel grootsteden geconfronteerd met armoede, maar heeft als bijkomende moeilijkheid het institutioneel en bureaucratisch kluwen. Daardoor is het voor hulpbehoevenden vaak nog moeilijker om hun weg te vinden naar de instanties die hen de nodige bijstand kunnen bieden. Hulp en medische bijstand moeten eenvoudiger worden georganiseerd en moeten laagdrempelig zijn voor de burgers, vooral in de armere wijken.

Niet een grote administratie kan armoede oplossen, wel de nodige actoren op het terrein. Daarom pleit ik voor meer samenwerking tussen de verschillende Brusselse overheden en instanties op het terrein. Er gebeuren nu al dergelijke projecten. Een heel mooi voorbeeld is het Shifa, een verpleeg- en preventiehuis te Molenbeek, opgericht en gerund door Solidariteit voor het Gezin. Ik raad u aan om er eens op bezoek te gaan."

Werk & een degelijk activeringsbeleid

Ann Brusseel: "Minister, werk is het recept bij uitstek om armoede aan te pakken en te vermijden. Brussel moet duidelijk meer inspanningen leveren voor een degelijk activeringsbeleid. We weten allemaal dat dit niet meteen tot uw bevoegdheden behoort, maar u hebt de taak om de problematiek bij uw collega’s op verschillende niveaus aan te kaarten. Ik wil u vragen om aan de kar te trekken en het armoedebeleid, ook in onze hoofdstad, mee te coördineren."

Onderwijs

Ann Brusseel: "Ik wil in dit halfrond dieper ingaan op de Brusselse onderwijsproblematiek. Armoede wordt nog te vaak doorgegeven van generatie op generatie. Alleen goed onderwijs kan de negatieve spiraal doorbreken. Wie geen goed onderwijs geniet, kan nooit echte vrije keuzes maken in het leven als volwassene. Onderwijs kan en moet alle kinderen kosteloos de kansen en instrumenten geven om hun leven op te bouwen. In België en de meeste EU-landen slaagt het onderwijs vrij goed in haar emancipatieopdracht. De Vlaamse Gemeenschap werkte de voorbije jaren ook aan een gelijkekansenbeleid. Maar het kan beter. Het GOK-decreet is een stap in de goede richting, maar lost blijkbaar niet alle problemen op.

In Brussel is de situatie nog wat complexer en zijn de resultaten navenant. Een kwart van de leerlingen verlaat de school zonder diploma. Spijbelen is nog altijd een groot probleem. Er is een Spijbelactieplan, maar het levert nog steeds niet de nodige resultaten op. Dat cijfer is voor het hele gewest. Het Nederlandstalig onderwijs doet het beter, maar het heeft evenzeer een rol te spelen in de bestrijding van de armoede. Minister, aarzel dus niet om aan capaciteitsuitbreiding te werken in het Brussels Nederlandstalig onderwijs.

Statistieken tonen aan dat leerachterstand onvoldoende wordt ingehaald. Dit wil zeggen dat veel kinderen die vanaf de lagere school leerproblemen hebben, niet de juiste begeleiding of zelfs geen hulp krijgen. Het betreft dikwijls leerlingen uit een kansarm milieu waar de ouders niet over de financiële middelen beschikken om hun kinderen extra privélessen te geven. Er zijn ook ouders die niet veel geven om de schoolresultaten van hun kroost. Dat is helaas zo. De overheid heeft echter de morele plicht voor een remedie te zorgen, zodat alle kinderen dezelfde startkansen krijgen.

Een eerste stap voor het creëren van gelijke startkansen is de verlaging van de leerplicht. De kleuterklas is een essentiële stap in het leerproces, omwille van de talrijke vaardigheden die peuters en kleuters er opdoen, niet het minst op het vlak van taalontwikkeling. Daar wordt dus de basis gelegd voor een succesvolle lagere schoolcarrière, zeker voor kinderen die thuis te weinig intellectuele stimuli kennen. Helaas gaan arme kinderen minder vroeg en minder frequent naar de kleuterklas dan kinderen uit de middenklasse. In Brussel is dat een groot probleem en het moet dringend worden aangepakt.

Zowel op de basisschool als in het middelbaar moeten kinderen met leerproblemen kunnen rekenen op kosteloze huiswerkbegeleiding en bijlessen. Alle activiteiten die in schoolverband worden georganiseerd, moeten toegankelijk zijn voor alle kinderen, ook die uit arme gezinnen. De invoering van de maximumfactuur was een nobele poging om aan dit probleem tegemoet te komen, maar de maatregel dient te worden verfijnd. Er moet een beleid op maat van de leerlingen komen, zodat een waaier aan interessante pedagogische activiteiten betaalbaar blijft voor de school en de ouders. Om sport en recreatie toegankelijk te maken voor alle kinderen, moet de overheid de nodige middelen vrijmaken. Elk kind heeft immers recht op ontspanning en voldoende lichaamsbeweging. Ook voor hun gezondheid is dat essentieel."

Nood aan een coherent beleid

Ann Brusseel: "Ministers, ik herhaal mijn oproep om bepaalde van uw collega’s – Nederlandstalige, Franstalige, federale, lokale en andere – aan te sporen om dringend werk te maken van deze noodzakelijke maatregelen. Er is een coherent beleid nodig. En wie armoedebestrijding op zijn naamkaartje staan heeft, moet coördineren. Ik zou u dat zeer graag zien doen, minister."

Lees hier het volledige verslag van het actualiteitsdebat rond armoede in Brussel.

Ann Brusseel diende na afloop van het debat samen met Open Vld collega's Sven Gatz en Vera Van der Borght en met de Groen! collega's Luckas Van Der Taelen, Mieke Vogels en Hermes Sanctorum een actualiteitsmotie in. Hier kunt u de tekst van deze motie lezen. De actualiteitsmotie werd verworpen in de plenaire vergadering.