De prikklok is te mechanisch voor mensen

Voor één keer ben ik het roerend eens met de Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur, Geert Bourgeois. Het heeft volgens hem weinig zin de rokers langs de prikklok te doen passeren, je kan er beter vanuit gaan dat werknemers zelf verantwoordelijk genoeg zijn over hun tijdsbesteding. We moeten volgens Bourgeois de resultaten van het werk van de ambtenaar evalueren, niet hun minuutjes pauze. Niet dat ik doof ben voor de argumenten die professor arbeidsrecht, Roger Blanpain, gisterenochtend op de radio opsomde. De rookpauzes kosten de werkgever jaarlijks inderdaad teveel centen en tabak is sowieso een slechte zaak voor elk mens. Maar worden bedrijfseconomische en gezondheidsproblemen echt door een prikklok opgelost? En wordt nu niet veel te hard ingezoomd op het rokersprobleem? Volgens mij moet een breder debat gevoerd worden over de job van de ambtenaar.

Van 2004 tot 2009 werkte ik op de FOD Buitenlandse Zaken, een grote administratie met prikklok, waar veel mensen werken en evenveel mensen amper werken. Binnen deze laatste categorie telde ik zowel rokers en als niet-rokers. ‘Inprikken’ doen ze zo vroeg mogelijk, vanaf 7u30, wanneer nauwelijks een diensthoofd op post is, heel vaak om eerst te gaan ontbijten (in de cafetaria), dan op kantoor de krant te lezen en een praatje te maken. Tegen 10u het volgende koffiemoment, opnieuw zonder langs de prikklok te passeren want zowel cafetaria als restaurant zijn te betreden zonder ‘uit te prikken’. Vanaf 11u50 mag iedereen zijn kantoor verlaten en men is pas verplicht terug op het appel te verschijnen om 14u, er wordt aan de machine automatisch een uurtje afgetrokken. (Je zou zweren dat Philippe Muyters die berekening gemaakt heeft). Wie dus niet uitprikt om koffie te drinken, te roken en te eten, kan dus na exact 7 uur en 36 minuten + 1 uur ‘officiële’ lunchpauze weer van het toneel verdwijnen, ongeacht de rol die hij of zij die dag speelt. En aldus geschiedt het…

Mijn eerste weken op de administratie waren een hel: ik verveelde me te pletter. Het toenmalige diensthoofd zat qua dossierkennis op de verkeerde stoel. Zijn managementcapaciteiten waren onbestaand. Tussen haakjes: dit is volstrekt normaal als promoveren tot diensthoofd gebeurt op basis van anciënniteit en politieke kleur. Competenties spelen dan geen rol. De dienst draaide amper. Vooral tijdens mijn rookpauze had ik ‘iets’ om handen. Na veel klagen werd ik tijdelijk naar een andere dienst overgeplaatst waar ik me helemaal kon uitleven: ik had er veel overleg met het diensthoofd, een waaier aan taken en erkenning voor mijn werk. Tegen het einde van het project was ik niet alleen een ‘moderne proactieve ambtenaar’, ik stopte ook met roken. Noem het toeval, ik noem het liever een samenloop van omstandigheden.

Het prikklokpersoneelsbeleid van de FOD Buitenlandse Zaken en veel andere overheidsdiensten is een waar fiasco. Mensen die er hard werken raken gedemotiveerd of worden cynisch. De inhoud van het werk is vaak van weinig tel, vooral bureaucratische regels worden toegepast. De vakbonden hebben er het eerste en laatste woord. De politieke benoemingen blokkeren elke mogelijkheid om HR-problemen op een rationele wijze aan te pakken. Veel mensen vervelen zich er stierlijk. Het management werkt enkel top-down, er is dus geen voeling hogerop met de mensen die in niveau B, C en D-functies werken (op zich ook al een zeer verouderde manier van werken). In dit systeem is de prikklok een soort excuus en alibi voor een onbestaand personeelsbeleid, leidinggevenden en werknemers verschuilen zich achter een puur mechanisch systeem.

De prikklok is natuurlijk handig om aanwezigheid op kantoor te registreren en om bij arbeidsongevallen problemen met de verzekeringen te kunnen vermijden. Maar daar houdt het dan ook op. Mensen motiveren om hard en goed te werken doe je door hen erkenning te geven voor hun taak, te begeleiden in hun werk en te coachen met zinvolle opleidingen en feedbackmomenten. De FOD Sociale Zekerheid heeft het op vlak van management al over een andere boeg gegooid, misschien een voorbeeld voor alle andere administraties van het land?

Daarnaast is het ook zeer belangrijk dat onze overheid actie onderneemt om het roken tijdens de werkuren te verminderen, of om rokers te motiveren hun kankerstok vaarwel te zeggen. Je kan de pauzes voor roken en koffie vastleggen en beperken, zoals de stad Gent deed, met respect voor de individuele ‘noden’ van de ambtenaar. Ook informatie over hoe te stoppen met roken zijn een must. Maar je moet er als werkgever vooral voor zorgen dat je mensen zó graag hun job doen dat ze bijna vergeten te roken…

Ann Brusseel – Vlaams volksvertegenwoordiger

Dit opiniestuk werd gepubliceerd in De Morgen op dinsdag 4 oktober 2011.

In bijlage vindt u het persartikel.