Censuur zal homohaat niet doen verdwijnen

Naar aanleiding van een concert van de Franse hiphopgroep Sexion d’Assaut dat op 2 november in de AB zal plaatsvinden, interpelleerde mijn collega Jan Roegiers de minister van Cultuur, Joke Schauvlieghe, over de toelaatbaarheid van het evenement. Het is immers zo dat Sexion D’Assaut een aantal homofobe uitlatingen deed de voorbije jaren, niet alleen in hun liedjesteksten maar ook in interviews. Nadat in Frankrijk 17 optredens werden geannuleerd door de controverse, rijzen ook hier vragen over hun ‘recht’ om openbaar hun teksten vol homohaat te scanderen. Minister Schauvliege kondigde aan dat er een non-discriminatieclausule komt, die zowel moet worden opgenomen in het subsidiereglement als de samenwerkingsovereenkomst met de instellingen van de Vlaamse Gemeenschap. Voor het bewuste concert komt het erop neer dat de zaal zou ontruimd worden als de groep hun anti-homoliedjes toch zou brengen.

Ik heb alle begrip voor de tussenkomst van mijn collega. De verzen van Sexion d’Assaut zijn immers wansmakelijk en homohaat moet in het geheel verbannen worden uit de samenleving. Maar ik vraag me toch ook af of de vraag van Jan Roegiers om het optreden te verbieden de juiste keuze is om deze problematiek aan te pakken. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding en het Franse ‘SOS Homophobie’ zijn ook niet meteen te vinden voor een verbod op concerten van dergelijke groepen. Daarom zou ik de discussie over preventieve censuur graag wat verbreden. Homofobie in muziek is immers niet het enige probleem. Ten eerste beperken ongelukkige zinsneden in de popliedjes zich niet alleen tot homofobie. Ten tweede moet men zich afvragen hoe bepaalde maatschappelijke problemen zoals homohaat het best aangepakt worden.

Artiesten hebben al eens een controversiële boodschap. Anderzijds leveren ze vaak ook een nuttige bijdrage aan allerlei maatschappelijke debatten, op hun manier natuurlijk. Dit geldt niet voor alle liedjes. Veel hiphop en andere pop en rockgroepen zullen later in de muziekgeschiedenis niet geboekstaafd staan als de meest fijnbesnaarde lui, maar dat hoeft ook niet. Er is ook ruimte voor simpel entertainment. Als radioluisteraar stoort het me echter dat bepaalde groepen zich vreselijk neerbuigend, agressief en/ of vulgair uitlaten over hun medemens en over bepaalde groepen in het bijzonder: homoseksuelen (vb. Sexion d’Assaut), kleurlingen, Joden (vb. op Blood & Honour), en – last but not least – vrouwen (vb. ontelbare hiphop-, rap- en rockgroepen).

Ontelbaar, juist. Hier wil ik even bij stilstaan. Ik vraag me vaak af waarom de mensen die opkomen voor de belangen van holebi’s en die meteen voor censuur en verbod pleiten, nooit een punt maken van de vrouwenhaat bij bepaalde groepen. De manier waarop vrouwen beschreven en getoond worden door menige rapper is meer dan seksistisch. Samengevat worden vrouwen in hun teksten steevast op drie manieren getypeerd: de platte slet (‘pussy’), het domme en volgzaam wicht (‘babe’) en het gemene ding (‘bitch’). De vrouwelijke handelingen in rap variëren van schudden tot zuigen (nog uitleg nodig?). Die vrouwonvriendelijke beeldvorming in de jongerencultuur, waartoe bepaalde artiesten bijdragen, kent enkele negatieve gevolgen. Veel meisjes en jongens hebben onrealistische verwachtingen op seksueel vlak en hun zelfbeeld is soms verwrongen. Het succes van de misogyne hiphop videoclips toont aan dat seksisme nog steeds wijd verspreid en algemeen aanvaard is. Maar toch zou ik de hiphop concerten niet willen verbieden of afraden.

Wanneer leg je iemand het zwijgen op? Hoewel de wetgeving vrij duidelijk lijkt, bestaat nog veel discussie over de grens tussen vrije meningsuiting en belediging. Men moet zich ook de vraag stellen of elke liedjestekst of cartoon in die mate ernstig moet genomen worden dat de overheid moet ingrijpen. Er bestaat bovendien zoiets als de ‘vrijheid van de kunstenaar’. Dit is echter niet zomaar de oplossing van het dilemma. Want wanneer zal iemands woord als kunst gezien worden en niet als beledigende propaganda met nauw omschreven doel? Ik durf het gepuf van Sexion d’Assaut niet meteen kunst te noemen, maar anderzijds hebben ze wel veel jonge fans. Daarom alleen al moeten de homohaters tegenwind krijgen, uit alle hoeken. Hier is dus niet alleen voor de overheid een taak weggelegd, ook de organisatoren van concerten en het maatschappelijk middenveld kunnen een belangrijke rol vervullen in het bestrijden van racisme, homohaat en seksisme in de jongerencultuur.

Wat de aanpak van homofobie betreft, rijst in veel Franse en Belgische steden een groter probleem. Toen verzocht werd het optreden van Sexion d’Assaut af te gelasten, zei één van de organisatoren dat het ‘een complexe zaak’ is. Aan het einde van het interview laat hij zich ontvallen dat een zaal met 2000 Molenbeekse jongeren laten ontruimen niet evident is. Deze reactie spreekt boekdelen. Ondanks alle vorderingen die men in België maakte de voorbije jaren op het vlak van erkenning van de rechten en verzuchtingen van holebi-koppels, zijn nog niet alle vooroordelen uit de samenleving verdwenen. Nu men vaststelt dat de stigmatisering van holebi’s in de groeiende allochtone gemeenschap gemeengoed is, vraagt de politiek in paniek om clausules of zelfs censuur, in plaats van over de kern van het probleem te praten. Daarom blijft het ook stil wanneer de Belgisch-Marokkaanse rapper Redouane “J’épouserai le Maroc après avoir baisé la Belgique” zingt, met subsidies van de Franse Gemeenschap en Actiris. Het vergt veel moed om het debat aan te gaan over dergelijke onderwerpen, want de politieke klasse stelt graag alle minderheden gerust. Nochtans is het absoluut noodzakelijk en dringend het probleem bij de oorzaak aan te pakken en waarden zoals verdraagzaamheid en respect voor elk individu af te dwingen.

Concerten verbieden heeft geen zin. Wie denkt daarmee de homofobie uit de wereld te helpen droomt in kleuren, om de eenvoudige reden dat de oorzaak ervan niet bij hiphopgroepen ligt, ze dragen er hooguit toe bij. Het moet duidelijk zijn dat hun boodschap niet op gejuich onthaald wordt, maar dat kan ook via debat en protest. De overheid moet aan een betere strategie werken tegen racisme, homohaat en seksisme door discriminatie en stereotypering efficiënter aan te pakken via onderwijs en de arbeidswetgeving. De media en de reclamewereld worden door verschillende instanties vriendelijk aangemaand om vrouwvriendelijker te zijn, maar echte ‘incentives’ en creatieve antwoorden laten op zich wachten. De campagnes van de voorbije jaren zijn wellicht te vrijblijvend geweest. Concrete beleidskeuzes dringen zich op.

Deze Column werd gepubliceerd in de Liberales Nieuwsbrief van 29 oktober 2010.

Liberales is een onafhankelijke liberale denktank.