Capaciteitstekort voorschoolse kinderopvang Brussel

Door de spectaculaire demografische groei in Brussel, de zogenaamde “city boom” zal de vraag naar kinderopvang toenemen. Ann Brusseel interpelleerde Minister Vandeurzen over het tekort aan plaatsen in de Brusselse nederlandstalige voorschoolse kinderopvang.

Ann Brusseel: “Volgens de demografische studie van Statbel zal Brussel tegen 2020 56.243 kinderen onder de 3 jaar tellen. Dat is een toename van 8400 kinderen in 12 jaar tijd. Dat betekent dat onze infrastructuur een forse uitbreiding nodig heeft.

Door de spectaculaire demografische groei in Brussel, de zogenaamde “city boom” zal de vraag naar kinderopvang toenemen. Ann Brusseel interpelleerde Minister Vandeurzen over het tekort aan plaatsen in de Brusselse nederlandstalige voorschoolse kinderopvang.

Ann Brusseel: “Volgens de demografische studie van Statbel zal Brussel tegen 2020 56.243 kinderen onder de 3 jaar tellen. Dat is een toename van 8400 kinderen in 12 jaar tijd. Dat betekent dat onze infrastructuur een forse uitbreiding nodig heeft.

In de visienota Kinderopvang formuleert de Vlaamse Regering de ambitie om de zogenaamde Pact 2020-doelstelling te realiseren tegen 2016, en in een volledig behoeftedekkend aanbod te voorzien tegen 2020. Dat is een zeer ambitieuze stelling.  Daarom is de capaciteitsuitbreiding van de gesubsidieerde kinderopvang essentieel. Er is nood aan voldoende toegankelijke en dus betaalbare opvangplaatsen gezien het groter aantal kansarmen en eenoudergezinnen in Brussel in vergelijking met Vlaanderen.

Daarnaast is ook een uitbreiding van de zelfstandige sector aan de orde. Uit de cijfers van de nieuwe cartografie blijkt echter dat de zelfstandige voorzieningen met het attest van toezicht van Kind en Gezin in 72,55 procent van de gevallen een eentalig Franstalige werking hebben. Dit komt neer op een daling van het effectieve aantal beschikbare Nederlandstalige opvangplaatsen.

Het rapport van 2005 concludeerde al dat er minder gesubsidieerde opvang was in gemeenten met lagere inkomens. In 2010 is deze kloof nog groter geworden, ondanks de vele inspanningen in deze sector. Er wordt verwacht dat die enkel maar zal toenemen bij ongewijzigd beleid. Toegankelijkheid is dus een probleem. De sociale vraag is groter daar waar het sociale aanbod kleiner is.

Ook de ouders ervaren dit plaatstekort. Zo’n 15 procent wenste opvang maar vond er geen, en nog eens 20 procent vond geen opvang op het gewenste tijdstip. Dit is beduidend meer dan in Vlaanderen. Hetzelfde probleem doet zich voor binnen het onderwijs. Het effect is dan straks dat er ook in de Rand een nijpend tekort zal ontstaan. Het zou niet goed zijn dat jonge ouders die in Brussel zijn komen wonen, ook omdat ze daar werken, ’s morgens eerst de ring moeten oversteken om dan vervolgens in de file te gaan staan om terug naar Brussel te komen werken. Dat lijkt me al te gek.

Ik wou van Minister Vandeurzen weten hoe hij het capaciteitsprobleem in de Brusselse Nederlandstalige voorschoolse kinderopvang zal aanpakken. In zijn antwoord kondigde de Minster 255 extra plaatsen aan.”

Ann Brusseel: “Ik ben tevreden met de 255 extra aangekondigde plaatsen, maar er blijkt wel dat er 600 plaatsen tekort zijn. Ik vrees dat dit onvoldoende zal zijn. Ik heb ook niets gehoord over een eventueel voorzien groeipad op langere termijn. Er moet een visie worden ontwikkeld op langere termijn die tegemoetkomt aan de problemen die zich de komende jaren zullen voordoen. Overleg met de Franse Gemeenschap is hierbij cruciaal. De noden moeten per wijk in kaart worden gebracht. We moeten ook voorzichtig zijn met de taalcriteria, want dit maakt de situatie nog ingewikkelder en daarmee zijn de kinderen niet geholpen.

De Franse Gemeenschap moet inderdaad voorzien in opvang. Maar waarom zouden anderstalige kinderen of kinderen uit taalgemengde gezinnen per se terecht moeten kunnen in Franstalige instellingen? Als hun ouders Europese expats zijn, waarom moet dan de Franse en niet de Vlaamse Gemeenschap in een plaats voorzien? Ik heb die discussie ook al gevoerd met minister Smet over het onderwijs. De Vlaamse Gemeenschap heeft een even grote verantwoordelijkheid ten aanzien van een kind als de Franse Gemeenschap. In onze hoofdstad woont een aantal Nederlandstaligen en een aantal Franstaligen. De andere groep die tot geen van beide gemeenschappen behoort, groeit echter ook. Die kinderen hebben ook rechten. Het zou dan ook heel jammer zijn om de discussie te verengen tot enkel Vlaamse kindjes van 100 procent Vlaamse ouders. Dat is niet de realiteit van Brussel. Bovendien zou het goed zijn dat de toekomstige Brusselaars al in de kinderopvang de mogelijkheid hebben om kennis te maken met het Nederlands en met de Vlaamse Gemeenschap.”

Lees hier het volledig verslag van deze interpellatie.