Brusselse vzw Quartier Latin

Vraag om uitleg van de heer Paul Delva tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de vzw Quartier Latin

De voorzitter : De heer Delva heeft het woord.

De heer Paul Delva : Voorzitter, minister, collega’s, de vzw Quartier Latin wordt door deze commissie van dichtbij opgevolgd. Dat is goed.

Vraag om uitleg van de heer Paul Delva tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de vzw Quartier Latin

De voorzitter : De heer Delva heeft het woord.

De heer Paul Delva : Voorzitter, minister, collega’s, de vzw Quartier Latin wordt door deze commissie van dichtbij opgevolgd. Dat is goed.

De vzw is een van de twee belangrijke partners waarmee de Vlaamse Regering werkt om Brussel te promoten als studentenstad. Er is enerzijds de vzw Quartier Latin en anderzijds de vzw Vlaams Overlegplatform Hoger Onderwijs in Brussel (VLOPHOB). De aanwezigheid van beide vzw’s en de rol ervan kan niet voldoende worden benadrukt.

We zijn het er allen over eens dat het Nederlandstalig hoger onderwijs in de hoofdstad sterk, aantrekkelijk en creatief moet zijn. De Vlaamse Regering heeft dat ook zo gestipuleerd. Ook de minister stelt in zijn beleidsnota Brussel dat hij inspanningen zal leveren om Brussel verder uit te bouwen en te promoten als een echte studentenstad, gezien het heel grote aantal studenten dat deze stad telt. Via onder meer flankerende maatregelen wordt het hoger onderwijs in deze stad en de slagkracht ervan gesteund. In de beleidsnota staat dat u de bestaande maatregelen en de betrokken organisaties wilt evalueren en indien nodig of ‘waar nuttig’ wilt heroriënteren.

Quartier Latin is een vzw in Brussel die wordt ondersteund door de Nederlandstalige hogeronderwijsinstellingen uit Brussel en door de Vlaamse Gemeenschap. Ze doet bijzonder interessant werk. Zij biedt al enkele jaren studenten een kamer of studio’s aan aan lagere prijzen. In de laatste jaren werd deze opdracht uitgebreid naar jonge afgestudeerden, meer bepaald in knelpuntberoepen. De maatschappelijke rol van Quartier Latin is dus belangrijk. De vzw biedt zeer concrete oplossingen aan voor problemen waarmee we in Brussel elke dag te kampen hebben. Quartier Latin heeft kamers in eigen beheer, maar biedt daarnaast ook particuliere woongelegenheden aan via de gelijknamige website en via de centrale huis­vestingsdienst, waar huurders en verhuurders terechtkunnen voor informatie en bemiddeling.

De vzw kampt echter al enkele jaren met een moeilijke, zelfs heel moeilijke, financiële situatie. De reguliere werking van Quartier Latin dreigt bemoeilijkt te worden omwille van een historische schuld. De huidige financiële situatie dateert niet van de laatste maanden of jaren. De schuld is historisch gegroeid.

Minister, kunt u de huidige financiële situatie – liquiditeit, schuldpositie – van de vzw Quartier Latin meedelen? Hebt u als voorwaarde van verdere subsidiëring aan de vzw een herstelplan gevraagd? Zo ja, kunt u hiervan de krachtlijnen geven? Welke elementen zijn hiervan al uitgevoerd? Kunt u een tijdspad meegeven van de verschillende elementen uit het eventuele herstelplan? Kunt u ook meegeven welke bijkomende inspanningen de Nederlands­talige hogeronderwijsinstellingen in Brussel moeten opnemen in de sanering van Quartier Latin?

Mijn tweede vraag is iets ruimer en sluit aan bij de uitvoering van de beleidsnota. Welke initiatieven hebt u al genomen om de bestaande maatregelen ter zake en organisaties te evalueren en waar nuttig te heroriënteren? Of zijn er een aantal pistes in uw beleid om de problematiek van de vzw’s op een andere manier aan te pakken? Zijn er nieuwe elementen in uw beleidsvisie uitgewerkt rond ‘Brussel, studentenstad’ en meer bepaald rond de rol die de betrokken partners hierin moeten vervullen? Moet er een nieuwe taakverdeling of moeten er afspraken komen over de taakverdeling tussen de beide organisaties? Het is misschien inderdaad niet altijd evident om met beide vzw’s te werken.

Ik geloof in de opdracht van de vzw Quartier Latin. Zij levert ook goed werk, maar ze wordt gehinderd door de financiële situatie. Mijn vraag is er dus op gericht om te weten of er licht is aan het einde van de financiële tunnel voor de vzw Quartier Latin.

De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel : Voorzitter, minister, ik heb een bijkomende vraag en een opmerking.

Tijdens de discussie over de beleidsnota hebben we het ook even gehad over ‘wonen waar je werkt’. U hebt toen gezegd dat u zou laten onderzoeken of het praktisch, logistiek en financieel haalbaar zou zijn om het huisvestingssysteem van Quartier Latin verder uit te breiden, om de prioriteiten te heroriënteren ten voordele van werknemers in knelpunt­beroepen en om na te gaan of er alternatieve financieringsmechanismen moeten worden ontwikkeld. U wees er toen ook op dat de Vlaamse ambtenaren die in Brussel willen komen wonen, als een specifieke doelgroep in bovenvermelde problematiek zouden kunnen worden meegenomen nadat een beleidsmatige input van de minister bevoegd voor bestuurzaken is gebeurd. We hebben er toen een discussie over gehad. Mijn reactie was toen dat mensen naar Brussel lokken geen doel is van de vzw Quartier Latin. Wij vinden het wel verdedigbaar om nog steeds de doelgroep van studenten en pas afgestudeerden te ondersteunen en ons te richten op werknemers in knelpuntberoepen. Gezien de financiële situatie van Quartier Latin, is volgens ons een uitbreiding niet aan de orde.

Quartier Latin heeft vier basisactiviteiten: het beheer van de studentenkamers, een privé­bestand en een eigen bestand, de algemene imagoverbetering van Brussel als studentenstad door het mede organiseren en organiseren van studentenevenementen, het verzorgen van algemene en specifieke publicaties en brochures en de intermediaire functie met betrekking tot het gratis openbaar vervoer voor studenten van het Brussels Nederlandstalig hoger onderwijs. Minister, waar situeren zich, vertaald naar die vier basistaken, precies de finan­ciële moeilijkheden en welke structurele maatregelen kunnen er worden genomen om dat in de toekomst te vermijden? Men kan nu een slechte financiële toestand wel wegwerken en verbeteren door een aanzuivering, maar ik denk dat er structurele maatregelen nodig zullen zijn als we willen voorkomen dat het probleem zich herhaalt.

De voorzitter : De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers : Voorzitter, minister, collega’s, ik wens mij inhoudelijk aan te sluiten bij de vraagstelling van de heer Delva, temeer daar het thema ‘Brussel uitbouwen en promoten als studentenstad’ in de beleidsverklaring en het regeerakkoord ook door ons wordt gezien als een belangrijke uitdaging voor deze legislatuur. Dat vraagt meer dan het voortzetten van het bestaande beleid. Als we zien dat de betrokken vzw’s, en in het bijzonder Quartier Latin, met financiële moeilijkheden kampen, lijkt het ons zinvol om te weten wat de plannen van de minister zijn. Uiteraard weten we dat dit niet voor dit jaar zal zijn wegens de budgettaire maatregelen. Wat de onmiddellijke toekomst betreft, wilde ik graag weten wat de plannen van de minister zijn in verband met deze belangrijke doelstelling die wij mee wensen waar te maken.

De voorzitter : Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet : Ik zal enkel vanuit de hoedanigheid als subsidiërende overheid ingaan op de vragen met betrekking tot de financiële situatie van de vzw. Het is niet opportuun noch mijn rol om in detail in te gaan op de liquiditeits- en schuldpositie van een gesubsidieerde vzw.

De vzw Quartier Latin – Student in Brussel wordt sinds 2003 ad nominatim gesubsidieerd door de Vlaamse overheid. In het voorjaar van 2007 verkeerde de vereniging in een moeilijke financiële situatie die zijn oorsprong vond in het dagelijks beleid gedurende het vorig academiejaar. De voornaamste tekortkomingen waren de leegstand van de te huur aangeboden studentenwoningen in combinatie met wanbetalingen vanwege de huurders en ook de mislukte exploitatie van het internationale studentenhuis Bischoffsheim. Het project kende reeds van bij de aanvang moeilijkheden, wellicht wegens een verkeerde strategie en conceptuele invulling. Men ging er ten onrechte van uit dat het beleid met betrekking tot de internationale studenten identiek zou zijn als dat voor Belgische studenten, maar dat is niet het geval. Dat heeft geleid tot belangrijke openstaande facturen en schuldvorderingen.

Quartier Latin heeft een eerste herstelplan opgesteld waarbij men gebruik maakte van een schuldherschikking. De raad van bestuur heeft toen ook beslist om de ledengelden te verhogen tot een totaalbedrag van 220.000 euro. Van de bank werd de verlenging van de kredietverlening van 160.000 euro voor een periode van 6 jaar verkregen. Er werd daarenboven een kredietverhoging verkregen van 165.000 euro ter ondersteuning van de liquiditeitspositie. Hierdoor was de vereniging in staat om een tijdje financieel het hoofd boven water te houden.

Bij de uitvoering van de begroting 2009 bleek dat dat financieel plan niet kon worden aangehouden. De belangrijkste redenen daarvoor waren de tegenvallende huurinkomsten gedurende de eerste helft van het jaar. Quartier Latin heeft vele internationale studenten als huurder waardoor in het tweede semester van het academiejaar een groter risico op leegstand en wanbetaling bestaat. Dat resulteerde in een exploitatieverlies van het internationaal studentenhuis wat ten koste ging van de rentabiliteit van Quartier Latin. Deze prangende financiële situatie heeft men proberen op te lossen door middel van onderverhuring van een gedeelte van het gebouw aan de vzw Vlaams Audiovisueel Fonds. Deze actie volstond niet om het tij te keren.

Op 5 februari 2010 heeft de vzw bij mijn administratie een nieuw relanceplan ingediend waarbij men een aantal structurele oplossingen voorstelt om de financiële gezondmaking van de organisatie te bevorderen, de financiële put uit het verleden te vereffenen, in het bijzonder het kaskrediet, en de huidige openstaande schulden bij de MIVB en de Erasmushogeschool Brussel af te lossen op korte termijn. Een van de elementen om de werking opnieuw financieel gezond en break-even te maken, zou een desinvestering zijn. Dat komt neer op de verkoop van een onroerend goed. Dat is echter een drastische maatregel die pas in overweging kan worden genomen als het echt niet anders kan. Als het zou moeten gebeuren, dan is het belangrijk wat de bestemming van het gebouw is omdat in het kader van de subsidiëring door de Vlaamse overheid uitdrukkelijk als voorwaarde wordt gesteld dat als er vervreemd wordt, de subsidie moet worden terugbetaald.

Er vonden al gesprekken plaats met de voorzitter en de directeur van de vzw en er is eerstdaags een nieuw businessplan op komst voor het internationaal studentencentrum. We zullen het bekijken en in functie daarvan zien hoe het verder moet. Het al dan niet integreren van de vzw Quartier Latin in de vzw VLOPHOB zou een impact kunnen hebben. Dat is een andere piste die wordt bekeken. Pas als alle puzzelstukken op tafel liggen, zullen de nodige afwegingen worden gemaakt en kan ik een beslissing nemen.

Voor de evaluatie van de werking van de organisaties en mogelijke oriëntering van het beleid is er in middelen voorzien in de jaarlijkse financieringscyclus van gesubsidieerde instellingen, na het indienen van het werkingsprogramma en de begroting in december van ieder jaar en na het indienen van het jaarverslag en de afrekening in maart na ieder subsidiejaar, en uiteraard bij de opmaak en opvolging van de jaarlijkse uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap. Ik verwijs naar mijn antwoord op de schriftelijke vraag van de heer Delva in verband met VLOPHOB.

Wat betreft de visie over Brussel als studentenstad, zullen we zien wat er de komende weken en maanden gebeurt en wat de impact is van de berichtgeving van Brussel op de inschrij­vingen aan de VUB en de hogescholen.

Ik heb alle vertegenwoordigers van de universiteiten en hogescholen ontmoet om onder andere over de toekomst en de promotie van VLOPHOB te praten. We zijn het erover eens dat het gepromoot moet worden. Een opmerking van de mensen van VLOPHOB, die dikwijls weerkeert, was de totale afwezigheid en desinteresse van het Brusselse gewest, de stad Brussel en andere gemeentelijke overheden in Brussel om bij te dragen tot de bekendmaking van het Nederlandstalig hoger onderwijs in Brussel. Ze vonden dat toch heel frapperend en pijnlijk om vast te stellen. Wat dat betreft, is er toch nog enig werk in de Brusselse context.

We hebben afgesproken dat de Vlaamse Gemeenschap, ikzelf met alle vertegenwoordigers, met het Brusselse gewest rond de tafel zullen zitten om na te gaan hoe een betere promotie tot stand kan worden gebracht. Dat is iets van de laatste jaren, en het is er de afgelopen maanden helaas niet op verbeterd. We zijn ons daar heel goed van bewust.

Er is al gewezen op de budgettaire situatie. Ik heb aan VLOPHOB gevraagd om voorstellen te doen over de promotie. Ook in andere fora zijn we aan het kijken hoe we het Brussels onderwijs toch verder kunnen verankeren. Ik denk toch dat we het er allen over eens zijn dat de aanwezigheid daarvan van strategisch belang is voor de Vlaamse Gemeenschap in Brussel. Dat is een oefening die we de komende weken en maanden met veel meer intensiteit zullen opstarten. In die zin is het ook wel echt interessant om te zien wat er op het terrein gebeurt met de inschrijvingen. Op basis daarvan zullen we ook duidelijk een beleid kunnen uitstippelen.

De voorzitter : De heer Delva heeft het woord.

De heer Paul Delva : Minister, ik dank u voor uw antwoord. In het eerste deel gaf u een technisch antwoord over de wijze waarop de vzw Quartier Latin financieel het hoofd boven water kan houden. Dat is natuurlijk interessant.

Het tweede deel van het antwoord ging over de positie van het Nederlandstalig hoger onderwijs in Brussel. Dat komt ook heel dikwijls aan bod in de Commissie ad hoc Hoger Onderwijs, waar zeer interessante discussies worden gevoerd, onder andere ook op dat vlak. Een van de elementen die regelmatig terugkomen, is – zoals u terecht zegt – het gebrek aan samenwerking, het gebrek aan ondersteuning vanuit Brussel voor dat Nederlandstalig hoger onderwijs. Dat is een zware handicap voor onze onderwijsinstellingen, de universiteiten en hogescholen. Er is niet alleen een gebrek aan ondersteuning vanuit het gewest, maar ook vanuit de gemeente of de stad. De ondersteuning van de stad Brussel aan de hogescholen en de universiteit zoals de Hogeschool-Universiteit Brussel (HUB) is eigenlijk ondermaats. De interesse is onbestaande. We hebben daarin een rol te spelen.

Ik ben blij dat de minister gaat spreken met het Brusselse gewest, maar het zou ook nuttig zijn om dat gesprek op twee vlakken uit te breiden. Er moet absoluut een gesprek worden gevoerd met de gemeentelijke overheden, bijvoorbeeld de stad Brussel. Hoe men het ook draait of keert, die speelt een belangrijke rol op dat domein. Het gaat dan niet alleen over de ondermaatse promotie, maar over de hele algemene ondersteuning. Soms wordt het bijna als een handicap ervaren dat er in Brussel-Hoofdstad een aantal instellingen voor hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap aanwezig zijn. Dat is eigenlijk een heel droevige vaststelling.

Ik denk dat er bij ons allen in deze commissie en in de Commissie ad hoc Hoger Onderwijs een consensus leeft over die structurele handicaps. Minister, ik ben blij dat u stappen zult zetten om intenser te werken op dat vlak en erover te discussiëren. Dat is hoogstnodig.

Desinvesteren zou een heel drastische oplossing zijn om tegemoet te komen aan de financiële situatie van de vzw Quartier Latin. Ik geloof wel in de opdrachten die ze uitvoert. Ik weet dat het een financieel zware opdracht is, maar het is een zeer concrete manier om te werken aan die bepaalde vorm van Nederlandstalige aanwezigheid in Brussel via het scheppen van mogelijkheden voor mensen in knelpuntberoepen. Ik hoop dat we die weg verder kunnen bewandelen.

De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel : Minister, ik dank u voor uw antwoord. Ik blijf nog wel een beetje op mijn honger.

Minister Pascal Smet : Dan blijft u goesting hebben, mevrouw Brusseel.

Mevrouw Ann Brusseel : Ik hoor u wel zeggen dat er schulden waren bij de MIVB, bij de Erasmushogeschool. Ik denk dat we goed moeten opvolgen waar het grote probleem zit. Als u wilt heroriënteren en nagaan wat ermee moet worden gedaan om het beter te doen werken, is het goed om na te gaan wat precies het probleem is.

Minister Pascal Smet : Excuseer dat ik u onderbreek, mevrouw Brusseel, maar ik denk dat mijn antwoord heel duidelijk was. De reden waarom er een probleem is, ligt juist bij het internationaal studentenhuis in de Bischoffsheimlaan. Op zich is er niet echt een probleem met de werking van Quartier Latin. Alleen kan men wel zeggen dat een betere opvolging van de verhuur van de koten nodig is. Op dat vlak zijn er toch wel wat problemen inzake de bezetting. Los daarvan is er geen fundamenteel structureel probleem. De problemen die er zijn, hebben allemaal te maken met dat internationaal studentenhuis. Het businessplan dat men me heeft voorgesteld, functioneert niet. Het probleem is het langdurig contract. Men kan dat niet zomaar opzeggen. Dat is een probleem waarvoor ze een oplossing moeten vinden. Het probleem is heel duidelijk gesteld. Ze hebben een voorstel gedaan om te komen. Zoals de heer Delva terecht opmerkt, is een desinvestering of een verkoop van een studentenhuis een toch wel vrij drastische beslissing. Vandaar ook dat ik heb gevraagd om dat op een andere manier te doen. Ik wacht nu op het antwoord. Ik heb u letterlijk gezegd dat we het nieuwe businessplan de komende dagen zullen krijgen.

En, weet u, het is een onafhankelijke vzw. Het is niet de Vlaamse overheid die dat doet.

Mevrouw Ann Brusseel : Dat weet ik wel, maar ze wordt gesubsidieerd. Als goede huisvader moet u kijken waar de centjes van de Vlaamse belastingbetaler naartoe gaan.

Minister Pascal Smet : Dat vind ik ook.

Mevrouw Ann Brusseel : Voilà. Daarover zijn we het eens. Ik dank u voor uw precisering met betrekking tot dat internationaal studentenhome.

Ik hoorde u ook zeggen dat er schulden waren bij MIVB, bij Erasmushogeschool et cetera. Ik zal dat allemaal nog eens goed bekijken zodat ik daar nog eens goed over kan praten met u. Ik ben blij te horen dat u met iedereen aan tafel gaat zitten.

Ik wil nog eventjes inpikken op de suggestie van de heer Delva, want de gemeentelijke overheden daarbij betrekken, lijkt me ook wel interessant, maar ik denk niet dat u daarmee het probleem helemaal zult oplossen. U moet dan tenslotte niet alleen met Brussel-Hoofdstad praten, maar met een heleboel gemeenten, want zoals u weet zijn de hogescholen in Brussel verdeeld over meerdere gemeenten. Ze bevinden zich niet enkel in Brussel-Hoofdstad.

Ik kijk uit naar de resultaten van uw gesprekken met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en met de hogescholen.

De voorzitter : De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers : Voorzitter, ik dank ook de minister voor de praktische toelichting bij de concrete vragen van de heer Delva over de financiering. Als blijkt dat het internationale karakter van de werking van de vzw tot wat problemen leidt, dan moet het inderdaad bekeken worden. Zoals de minister terecht stelt, is dit een semesterverhaal, want de internationale studenten zijn geen volledig jaar aanwezig.

Minister, ik wil nog eens terugkomen op wat u op het einde zei over de toekomst en de aanpak van de belangrijke beleidsdoelstelling om Brussel te promoten als belangrijke studentenstad. Uiteraard staan we volledig achter wat u hebt verklaard over het initiatief nemen om rond de tafel te gaan zitten met het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, maar de vraag is of dat iets zal opleveren of dat het eerder een vertragingsmanoeuvre wordt – uiteraard niet vanuit uw kant bekeken, maar vanuit die van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. Kunnen we niet zeggen dat om de doelstelling op middellange termijn toch te realiseren, vooral communicatie en promotie belangrijk zijn en dat we daarvoor niet hoeven te wachten op het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest?

Ik neem aan dat inzake de opmerkingen van de heer Delva over de praktische kant, de logistieke kant en de ondersteuning, de gemeenten en het gewest erbij betrokken moeten worden, maar de communicatie en de beleidsdoelstelling om Brussel als Nederlandstalige studentenhoofdstad te promoten, lijkt me toch iets dat we zelf kunnen aanpakken en waarmee we het best niet wachten.

Minister Pascal Smet : Dat kunnen we zeker en we doen dat trouwens ook al. Het is niet zo dat er niets gebeurt, er werden al heel wat initiatieven genomen, maar het lijkt me ook nuttig zowel financieel als om meer impact te hebben, dat we daar ook de andere actoren bij betrekken. Uiteraard doen we verder met wat we al doen, maar ik vind dat ook het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest mee mag betalen. Het komt immers ook ten goede aan het gewest, dat brengt op. Als ik bekijk wat er in Leuven gebeurt en in Gent en als ik bekijk wat er in Antwerpen gebeurt met de vzw Antwerpen Studentenstad, dan zien we dat er heel wat initiatieven zijn die traditioneel worden getrokken door het stadsbestuur. Dat is ook de logica der dingen. Dat mankeert hier helaas volledig. Er is wel de coördinatiefunctie die men zou kunnen opnemen, maar sowieso zie ik binnenkort de minister-president – dat hoop ik toch – voor een gesprek over de capaciteit, en in dat verband zal ik het hierover ongetwijfeld ook hebben.

De voorzitter : Het incident is gesloten.

Tussenkomst VOU 1876 P. Delva – vzw Quartier Latin