Brussel: Bespreking beleidsnota 2009-2014

II. BESPREKING
Algemeen – Inleiding

Volgens mevrouw Ann Brusseel zijn de analyse en de invalshoek van de voorliggende beleidsnota weinig vernieuwend. De meeste maatregelen getuigen van het voornemen voor continuïteit in het beleid te zorgen.

II. BESPREKING
Algemeen – Inleiding

Volgens mevrouw Ann Brusseel zijn de analyse en de invalshoek van de voorliggende beleidsnota weinig vernieuwend. De meeste maatregelen getuigen van het voornemen voor continuïteit in het beleid te zorgen.

Mevrouw Ann Brusseel verwijst in eerste instantie naar de inleiding. De Nederlandstalige en de anderstalige Brusselaars die een geëngageerde keuze voor de Vlaamse instellingen en voor de Vlaamse dienstverlening maken, zullen als volwaardig deel uitmakend van de Vlaamse Gemeenschap worden beschouwd. Spreekster vindt deze uitspraak zeer eigenaardig en vraagt zich af hoe ze die woorden moet interpreteren. Gaat het over de invoering van een subnationaliteit? Wil de Vlaamse overheid bepalen of een individu volwaardig deel van een samenleving uitmaakt? Is dit stukje in de beleidsnota opgenomen om de Vlaams-nationalistische coalitiepartners van de minister tevreden te stellen? In de omgevingsanalyse staat echter te lezen dat de Brusselaars van verschillende instellingen van de Vlaamse Gemeenschap en van de Franse Gemeenschap gebruik maken. Veel Brusselaars zijn meertalig of komen uit taalgemengde gezinnen. Het is volgens de beleidsnota dan ook zeer moeilijk deze mensen aan een gemeenschap te verbinden. Op basis hiervan stelt mevrouw Brusseel zich vragen bij het voornemen mensen als volwaardige delen van een gemeenschap te beschouwen. Ze vraagt zich af waarop die uitspraak is gebaseerd en wat de minister hiermee concreet wil bereiken.

Als slotbedenking verwijst mevrouw Brusseel naar een passage in de nota waar staat dat Brussel een multicultureel laboratorium is. Ze vindt dit een beetje stigmatiserend. Brusselaars zitten niet achter glas en zijn geen cavia’s; ze zijn geen proefdieren, aldus mevrouw Brusseel.

Uitgangspunten: de 7 labels van het Vlaams Brusselbeleid
SD (Strategische doelstelling) 1 – Vlaanderen voor Brussel
OD (Operationele Doelstelling) 1.1 – Het horizontale Brusselbeleid van de Vlaamse Regering

Wat de Brusseltoets betreft, die moet zorgen voor een grotere gelijke behandeling van Vlamingen in Brussel en Vlamingen in Vlaanderen, staat er in de beleidsnota dat dit “niet tot een al te grote ongelijke behandeling onder Brusselaars” mag leiden. Daar is mevrouw Ann Brusseel het roerend mee eens. Ze was het daar niet over eens toen het ging over haar vraag of de minister geld veil heeft voor de schoolabonnementen van de Nederlandstalige Brusselse scholieren, maar nu dus wel.

OD 1.5 – Een sterke partner zijn bij de armoedebestrijding in Brussel
Er wordt in deze beleidsnota een nieuw accent gelegd: aandacht voor armoede in Brussel, in het bijzonder voor kinderen in armoede. Mevrouw Ann Brusseel vindt dat een positieve klemtoon. Aan welke concrete maatregelen denkt de minister?

Mevrouw Ann Brusseel betreurt dat concrete initiatieven met betrekking tot armoedebestrijding ontbreken. Zij deelt de bekommernis van de heer Van Der Taelen (zie OD 10.2): zij zou heel graag horen dat de minister met zeer veel ambitie inzet op onderwijs. De minister weet toch ook dat studieproblemen bij kinderen niet zozeer liggen aan de thuistaal maar wel aan de sociale factoren? Onderwijs is het nec plus ultra in de armoedebestrijding. Toch heeft de minister het over de initiatieven van minister Lieten en over de rol van de gemeenten. Hij heeft het over een regisseur op basis van een zeer interessante reportage uit The Economist. Mevrouw Brusseel mist in de repliek van de minister concrete initiatieven om de armoedebestrijding een serieuze impuls te geven. De minister heeft wel degelijk het beste instrument in handen, namelijk het onderwijs.

SD 3 – Vlaanderen in Brussel: sterk verankerd blijven
OD 3.2 – ‘Wonen waar je werkt’ in de praktijk brengen

Open Vld acht geen harde maatregelen nodig om ‘Wonen waar je werkt’ in de praktijk te brengen, zegt mevrouw Ann Brusseel. In het verleden had de verhuispremie voor ambtenaren maar een beperkt resultaat. Mensen naar Brussel lokken is geen doel van de vzw Quartier Latin. Het is nog net verdedigbaar om de initiële doelgroepen van studenten en pas afgestudeerden uit te breiden met werknemers in knelpuntberoepen. Een uitbreiding met de Vlaamse ambtenaren is een stap te ver. Dergelijk doelgroepenbeleid is redelijk collectivistisch.

SD 4 – Brussel in Vlaanderen: de banden aanhalen
OD 4.3 – Het imago van Brussel in Vlaanderen en bij Vlamingen verbeteren

Mevrouw Ann Brusseel stelt vast dat de regering en de minister zich zorgen maken over het imago van Brussel in Vlaanderen en van Vlaanderen in Brussel. Voor het eerste imagoprobleem zijn er verschillende mogelijkheden, onder meer via overleg met de collega van de minister bevoegd voor media. Misschien kan ervoor worden gezorgd dat Brussel op een positieve manier op tv aan bod komt, en niet alleen wanneer er rellen zijn in Molenbeek en Anderlecht. Een leuke tv-serie zoals ‘Flikken’ is interessant, vindt mevrouw Ann Brusseel maar de echte berichtgeving zou soms ook uitvoeriger en positiever kunnen zijn.

SD 5 – Het Nederlands in Brussel: positief omgaan met taal

OD 5.3 – Gratis taallessen Nederlands aanbieden
De acties voor bepaalde beroepsgroepen zijn niet nieuw, zegt mevrouw Ann Brusseel. Het lid juicht de gratis taallessen toe. Bij de afschaffing van de vrijstelling van het inschrijvingsgeld voor lessen Nederlands in 2007 uitte Open Vld de kritiek dat sommigen dreigen af te haken. Vandaag wordt dat toegegeven, en daarom is sinds 2008-2009 een budgettaire ingreep gebeurd om alle NT2-lessen voor mensen die in de hoofdstad zijn gedomicilieerd, gratis te maken. Vraag en aanbod moeten wel goed op elkaar aansluiten.

SD 6 – Samenwerking in Brussel: zoveel mogelijk werken aan synergiëen
OD 6.1 – Het lokale Brusselbeleid van de Vlaamse Gemeenschapscommissie als prioritaire partner

De VGC moet een precieze plaats krijgen. Welke rol en plaats heeft de minister voor ogen, vraagt mevrouw Ann Brusseel. Welke taakverdelingen beoogt hij? Streeft hij naar complementariteit?
Mevrouw Ann Brusseel wenst verder te vernemen hoe de Task Force Brussel is samengesteld. Hoeveel mensen werken daarin, welke resultaten worden verwacht? Is er een tijdspad uitgewerkt en wordt het instrument geëvalueerd?

OD 6.2 – Een gemeenschappelijk Brusselbeleid via samenwerking tussen overheden mogelijk maken
De invulling van de samenwerking tussen het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Franse Gemeenschap blijft vaag, meent mevrouw Ann Brusseel. Hoe wil de minister slagen, terwijl zijn voorgangers op dat punt vaak niet echt succesvol waren? Op onderwijsvlak zou dat eventueel kunnen, maar een aantal uitspraken over het Nederlandstalig onderwijs hebben volgens mevrouw Brusseel de kansen van de minister verminderd. Het is niet erg diplomatisch voortdurend te stellen dat de kwaliteit van het Nederlandstalig onderwijs langzaam om zeep wordt geholpen door de aanwezigheid van een groot aantal Franstaligen in de klassen.

SD 7 – Intercultureel Brussel: een intercultureel samenlevingsproject voor Brussel mee mogelijk maken
Mevrouw Ann Brusseel merkt op dat de minister niets vermeldt over het Vlaams-Marokkaans Culturenhuis Daarkom. In de krant stond dat Daarkom moet besparen. Is de minister van plan om het beleid van haar voorganger inzake Daarkom en andere huizen voort te zetten?

SD 8 – Media, communicatie en ‘city imaging’: de actualiteit over, informatie in en het imago van Brussel

OD 8.3 – Een efficiënte cultuurcommunicatie bewerkstelligen voor het Brusselse culturele aanbod
De minister wil werk maken van een geïntegreerde cultuurcommunicatie. Mevrouw Ann Brusseel wenst te weten of de agenda die nu wekelijks toegevoegd wordt aan Brussel Deze Week, wordt vervangen. Betekent deze integratie concreet dat alle culturele evenementen uit alle sectoren en alle taalgemeenschappen wekelijks in een meertalig blad worden samengevoegd? En wordt dat dan financieel alleen door de Vlaamse Gemeenschap gedragen?

SD 9 – Welzijn en gezondheid: een zorgaanbod verzekeren met aandacht voor Nederlandskundige voorzieningen
OD 9.1 – Zorg voor kinderen en jongeren verder uitbouwen
Wat kinderopvang betreft, wenst Open Vld te benadrukken, aldus mevrouw Ann Brusseel, dat een uitbreiding van het Nederlandstalig aanbod ook wenselijk is in de niet-gesubsidieerde opvang.
De heer Paul Delva vindt dat ook op het gebied van welzijn en meer bepaald kinderopvang duidelijk stelling genomen wordt in de beleidsnota.
Mevrouw Ann Brusseel merkt op dat de minister een voldoende en aangepast aanbod inzake de bijzondere jeugdzorg en de geestelijke gezondheidszorg bepleit. In hoeverre is dit realistisch in een Brusselse context? Kan dit worden aangepakt zonder Halle-Vilvoorde erbij te betrekken? Hoe denkt de minister dat te realiseren? Via het Brusselfonds? Heeft ze goed begrepen dat de minister de deuren openzet voor Franstalige jongeren, terwijl hij voor het onderwijs het omgekeerde bepleit?

OD 9.3 – Zorg voor senioren blijven vernieuwen
Mevrouw Ann Brusseel vraagt wat de concrete output en meerwaarde is van het Kenniscentrum Woonzorg. Hoeveel werknemers zijn daarvoor nodig?

SD 10 – Onderwijs en jeugd: de slaagkracht en omkadering van het onderwijs verhogen om kinderen en jongeren in de stad maximale ontplooiingskansen te geven
OD 10.3 – Initiatieven brede school ondersteunen
Zorgen voor het versterken van het naschoolse vrijetijdsaanbod in het Nederlands is ten dele een sleutel tot het succes van de uitbreiding van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel, maar dit betekent voor Open Vld niet de integratie van dit aanbod in de school, zegt mevrouw Ann Brusseel.

OD 10.6 – Zorgen dat kinderen en jongeren zich thuis of kind aan huis voelen in Brussel
Er wordt bespaard op de begroting Jeugdbeleidsplan. Volgens de beleidsnota zal dat gerealiseerd worden in overleg met de Franstalige collega van de minister. Is van samenwerking met de VGC dan geen sprake meer, vraagt mevrouw Ann Brusseel. Zal de minister bijgevolg het decreet veranderen?

SD 11 – Cultuur en creativiteit: de sterke troeven van de culturele sector blijven uitspelen
OD 11.1 – Samenwerking ondersteunen
Mevrouw Ann Brusseel is het Cultuurplan voor Brussel zeer genegen. Het lid juicht toe dat opnieuw sprake is van overleg. Maar wat gaat de minister daarnaast zelf doen om de zaken op gang te trekken?
 

Verslag bespreking Beleidsnota Brussel 2009-2014, stuk 205 (2009-2010) – Nr. 6

Dossierverloop

Beleidsnota Brussel 2009-2014

Met redenen omklede motie Open Vld bij Beleidsnota Brussel 2009-2014