Brusseel over het eindrapport Interculturaliteit

De Rondetafels van de Interculturaliteit werden in het leven geroepen voor een “maatschappij gebaseerd op het respect voor culturele eigenheid, diversiteit en non-discriminatie én een maatschappij (…) van gemeenschappelijke waarden”. In november kwam het eindrapport, met aanbevelingen aan de overheid inzake onderwijs, werk, bestuur, wonen en gezondheid, verenigingsleven, cultuur en media. Parlementslid Ann Brusseel (Open VLD) waarschuwt voor nieuwe ongelijkheid.

De Rondetafels van de Interculturaliteit werden in het leven geroepen voor een “maatschappij gebaseerd op het respect voor culturele eigenheid, diversiteit en non-discriminatie én een maatschappij (…) van gemeenschappelijke waarden”. In november kwam het eindrapport, met aanbevelingen aan de overheid inzake onderwijs, werk, bestuur, wonen en gezondheid, verenigingsleven, cultuur en media. Parlementslid Ann Brusseel (Open VLD) waarschuwt voor nieuwe ongelijkheid.

“Mijnheer de directeur, ik ben een vrome Garfieldist. Ik vertel dit niet om u te bekeren, maar om u te verzoeken mij op maandag toe te staan thuis te blijven, uit respect voor mijn geloof, omdat ik dan het bed niet mag verlaten. Wat zie ik daar, mijnheer de directeur, u lacht? Heeft u de conclusies van de Interculturele Rondetafels dan niet gelezen?”

Dit gesprek is uiteraard fictie, maar het lachen kan menige schooldirecteur of werkgever weleens vergaan. De vragen naar specifieke rechten of ‘redelijke aanpassingen’ die voortvloeien uit religieuze of culturele gebruiken, nemen drastisch toe. Zo gebeurt het dat een vrouw niet in dezelfde ruimte met mannen wil verblijven. Op een goede vergadering is de inbreng van het individu toch belangrijker dan het geslacht, nee?

Bepaalde voorstellen in het verslag van de Interculturele Rondetafels (IR) zijn begrijpelijk (het volledige verslag vindt u via de link hiernaast). Het is positief dat men stereotypen wil wegwerken. Maar dat zal niet lukken door allerlei uitzonderingen op de regel te eisen voor mensen van een religieuze of etnische minderheid. De meeste van hun eisen zijn absoluut onredelijk. De motivering van hun eis tot ‘redelijke aanpassingen’ getuigt al van een zeer verwrongen kijk op diversiteit: aangezien er met de wet van 10 mei 2007 redelijke aanpassingen ingebouwd worden voor mensen met een handicap, moet dit ook mogelijk zijn voor mensen van een bepaalde religieuze of etnische achtergrond, volgens de IR. De vergelijking tussen mensen met een handicap en gelovigen is misplaatst. De eersten hebben er niet voor gekozen om tot deze ‘minderheid’ te behoren en ze kunnen er ook niet uitstappen. Wie echter zijn geloofsovertuiging als een beperking aanziet, kan besluiten om er anders mee om te gaan. De Belgische Grondwet garandeert elk individu die mogelijkheid.

Wie halal of koosjer wil eten, mag dieren onverdoofd de keel oversnijden – en dat moet volgens de IR zo blijven. Wie niet gelovig is, eet vlees van dieren die verdoofd geslacht zijn naar de letter van de Belgische wet (want de wetgever stelde ooit vast dat onverdoofd slachten onnodig leed veroorzaakt).

Vrouwen zouden steeds een beroep moeten kunnen doen op een vrouwelijke arts, behalve bij spoedopname. Zo beledigt men artsen, voor wie een vrouw een patiënt is, een mens – net als de mannelijke patiënt – en geen lustobject. Dit zegt veel over de religieuze fanatici: blijkbaar zijn ze blijven steken in de fase waarin doktertje spelen een ware ontdekking was. Misschien zijn sommigen zelf niet in staat naar een vrouw te kijken zonder gekweld te worden door seksuele fantasieën. Ontvoogding heeft er in de laatste decennia in het Westen voor gezorgd dat naar de vrouw ook anders kan worden gekeken.

Nog volgens de IR moeten het onderwijs en de arbeidsmarkt rekening houden met alle religieuze feestdagen en tal van andere aspecten van de religie. Wat bijzonder droevig is in deze discussie over ‘redelijke aanpassingen op de arbeidsmarkt’, is dat de moslims die via de IR dergelijke eisen stellen, niet beseffen dat ze zichzelf in de voet schieten. Als de werkgever verplicht wordt tijd en ruimte vrij te maken voor het gebed, andere of extra betaalde vakantiedagen, halal maaltijden enzovoorts, dan zal hij gemakkelijker kunnen aantonen dat de moslimwerknemers minder presteren, organisatorische problemen stellen en duurder zijn dan niet-moslims. Maar ook de moslims die geen dergelijke eisen stellen, krijgen dit stigma. Is hierover nagedacht?

In Europa heeft men er eeuwen over gedaan om zich te bevrijden van de dominante rol van godsdienst in het openbare leven, om zo meer individuele vrijheid te kunnen genieten en aan elk individu, man of vrouw, gelijke kansen te kunnen bieden. Nu wordt vrijheid opgeëist als een nieuwe vorm van godsdienstvrijheid en de gelijkheid afgedaan als – ik citeer – “een principe dat in werkelijkheid niet absoluut is.” Zowel de cultuurrelativisten als de reli­gieuze fanatici beroepen zich te pas en te onpas op de godsdienstvrijheid: om meisjes rechten te ontzeggen die jongens wel genieten (de zwemles, schoolreis,…), om vrouwen auto­nomie af te nemen, om de neutraliteit van de overheid in vraag te stellen…

Om in een diverse samenleving harmonieus te leven en om pluralisme, vrijheid en geluk te kunnen garanderen, is het noodzakelijk iedereen gelijk te behandelen. Dit houdt in dat iedereen wél absoluut gelijke rechten en plichten geniet, ongeacht zijn of haar geslacht, geloofsovertuiging of afkomst. Voor deze humanistische principes ijvert RAPPEL, een actienetwerk voor de scheiding tussen geloof en staat. Nu worden religieuze redenen ingeroepen om de wetgeving te wijzigen, om voor differentiatie te zorgen en op die manier religie en politiek te vermengen. Als de Interculturele Rondetafels willen ijveren voor een samenleving zonder racisme en discriminatie, dan mogen ze geen ongelijkheid eisen. Ik stel voor dat ze hun huiswerk opnieuw maken.

Klik hier om dit artikel te lezen op brusselnieuw.be