Bespreking beleidsnota Ontwikkelingssamenwerking 2009-2014

Mevrouw Ann Brusseel: Voorzitter, ministers, collega’s, wie niet sterk is, moet slim zijn. Vlaanderen is een zeer kleine donor inzake ontwikkelingssamenwerking. We moeten niet trachten om boven onze gewichtsklasse te boksen.

Mevrouw Ann Brusseel: Voorzitter, ministers, collega’s, wie niet sterk is, moet slim zijn. Vlaanderen is een zeer kleine donor inzake ontwikkelingssamenwerking. We moeten niet trachten om boven onze gewichtsklasse te boksen.

In zijn beleidsnota is de minister-president zo eerlijk geweest om het voornaamste probleem van de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking te benoemen, namelijk dat ze een beperkte implementatiecapaciteit heeft. Ook zegt hij dat de personeelscapaciteit te beperkt is om de gediversifieerde programmaportefeuilles te beheren. Met andere woorden: de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking probeert eigenlijk meer te doen dan ze aankan. Dat is een rake analyse. Alleen moet men er wel de juiste, moedige conclusies uit trekken.

Ten eerste moet men de versnippering nog veel meer tegengaan: knippen in het aantal sectoren, samenwerken met een kleiner aantal partners, en een kleiner aantal initiatieven steunen. Niet toevallig is de strijd tegen de versnippering een van de belangrijkste doelstellingen van de internationale gemeenschap op het vlak van ontwikkelingssamenwerking.

Ten tweede vinden wij dat er nog veel meer moet worden samengewerkt met de federale ontwikkelingssamenwerking en dat Vlaanderen zich vooral moet inschrijven in een multilaterale aanpak. De strijd tegen de versnippering en het zoeken naar synergieën is ook voor de partnerlanden zelf heel belangrijk. Er zijn ontwikkelingslanden die duizenden evaluatiemissies per jaar moeten verwelkomen en begeleiden, allemaal omdat elke donor op zijn eiland blijft werken.

Collega’s, de Vlaamse ontwikkelingssamenwerking moet zich nog meer richten op het versterken van het economische weefsel, het stimuleren van ondernemerschap en het bevorderen van handel in en met ontwikkelingslanden. In de beleidsnota wordt dat inderdaad als een van de prioriteiten vermeld, maar dan moeten er wel meer middelen naartoe gaan. Dat is nu niet het geval. Nochtans is de economische zelfredzaamheid van het partnerland een van de belangrijkste voorwaarden voor een duurzame bestrijding van armoede. De Vlaamse Regering voegt de daad helaas niet bij het woord.

Ten slotte wil ik het nog even hebben over de noodhulp. Na de catastrofe in Haïti hebben we allemaal kunnen zien hoe indrukwekkend snel de hulp op gang kwam, ook uit Vlaanderen. We weten allemaal weer hoe belangrijk die noodhulp is. Open Vld vindt dat er dus snel een regelgevend kader moet komen in Vlaanderen. Het is spijtig dat dat er nog steeds niet is. De operaties gebeuren ad hoc en worden niet systematisch geëvalueerd om ze nog doeltreffender te maken. Daar moet spoedig iets aan worden gedaan. (Applaus bij Open Vld)

Tussenkomst beleidsnota Buitenlands Beleid, Internationaal Ondernemen en Ontwikkelingssamenwerking 2009-2014 – plenaire vergadering 3 februari 2010