Bespreking beleidsnota Brussel in de plenaire vergadering

Mevrouw Ann Brusseel: Voorzitter, minister-president en minister, uit de discussies van de afgelopen dagen is duidelijk gebleken dat goede samenwerking tussen de instanties en entiteiten in de hoofdstad ontzettend belangrijk is. Dit adagium geldt voor allerlei beleidsdomeinen. Daarom vraagt Open Vld dat de Vlaamse Gemeenschap een duidelijk samenwerkingskader zou hanteren met de bevoorrechte partners, in eerste instantie de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC).

Mevrouw Ann Brusseel: Voorzitter, minister-president en minister, uit de discussies van de afgelopen dagen is duidelijk gebleken dat goede samenwerking tussen de instanties en entiteiten in de hoofdstad ontzettend belangrijk is. Dit adagium geldt voor allerlei beleidsdomeinen. Daarom vraagt Open Vld dat de Vlaamse Gemeenschap een duidelijk samenwerkingskader zou hanteren met de bevoorrechte partners, in eerste instantie de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC).

Onder een goede samenwerking versta ik vooral goede afspraken, informatiedoorstroming en coördinatie, en geen proliferatie van allerhande structuren zoals steunpunten, platforms en raden, waardoor beleid en besluitvorming alleen maar ondoorzichtig worden. Een kerntakendebat voor Brussel dringt zich op. Taken moeten verdeeld worden en doelstellingen moeten duidelijk zijn, wil men kunnen nagaan of de genomen maatregelen wel de beoogde resultaten bereiken.

Vorige week had ik het tijdens het actualiteitsdebat over het spijbelprobleem in Brussel. De Vlaamse Gemeenschap moet mee bepaalde grootstedelijke fenomenen helpen opvangen, uiteraard binnen het kader van de daartoe vastgelegde bevoegdheden, en dit met een realistische visie. Het besef dat u niet altijd bij machte bent om de problemen zelf op te lossen, minister, mag u er niet van weerhouden uw verantwoordelijkheid ten volle op te nemen. We moeten in Brussel tijdig inspelen op de demografische verwachtingen en de uitdagingen die dit met zich zal meebrengen. De internationalisering van deze stad noopt tot openheid en een creatief beleid. In het bijzonder het onderwijs moet rekening houden met de komende leerlingentoename en met diversiteit. Het zou zeer onverstandig zijn de internationalisering als een probleem of een bedreiging te zien. Idem voor het “streven naar een bewuste gemeenschapskeuze van de burger”, zoals vermeld in de beleidsnota.

Bij het ontwikkelen van het beleid dient men te vertrekken vanuit de behoeften en de verzuchtingen van de burger, ongeacht zijn taal. Het Nederlandstalige onderwijs is in die zin een troef, geen last.

Ik zou dan ook uw aandacht willen vragen voor het hoger onderwijs in Brussel, in het bijzonder voor de specifieke rol die bepaalde instellingen daarin vervullen, met name de VUB. Het potentieel van Brussel als studentenstad moet beter gepromoot worden en het Nederlands moet in de hoofdstad merkbaar aanwezig blijven. Daarvoor zijn structurele en weldoordachte maatregelen nodig, geen holle slogans, losse ideetjes, tv-serietjes of godbetert wapperende Vlaamse Leeuwen. Audiovisuele promotie kan wervend lijken, maar levert niet altijd het gewenste resultaat op.

Concreet zou ik u willen vragen, minister, om blijvend inspanningen te leveren inzake voldoende praktische taallessen Nederlands voor specifieke beroepssectoren. Het gratis maken van de NT2-lessen voor mensen die in Brussel gedomicilieerd zijn, juichen we toe. De lessen Nederlands zijn een succes, en we zijn ervan overtuigd dat de trend zich zal voortzetten. We zijn er ook van overtuigd dat die lessen Nederlands broodnodig zijn.

Naast een reeks andere zaken die aan bod kwamen in de commissie, verzoekt Open Vld u om de uitbreiding van het aanbod van niet-gesubsidieerde kinderopvang te stimuleren en om werk te maken van een evaluatie van de woonzorgzones en van het Kenniscentrum Woonzorg. Wij hopen dus dat u onze aandachtpunten indachtig zult zijn in uw Brusselbeleid. (Applaus)

Tussenkomst beleidsnota Brussel 2009-2014 plenaire vergadering 10 februari 2010