Begrotingsbespreking in plenaire

Algemeen Regeringsbeleid

Mevrouw Ann Brusseel: Mijnheer de voorzitter, heren ministers, binnen de Dienst Algemeen Regeringsbeleid (DAR) wordt ook in middelen voorzien voor het beleid in Brussel en de Rand. Ik wil hier niet uitgebreid terugkomen op de opmerkingen die we hierover in de commissie hebben gemaakt. Wel wil ik nog even inzoomen op de problematiek die me bijzonder nauw aan het hart ligt, met name die van de jeugdinfrastructuur in de faciliteitengemeenten.

Algemeen Regeringsbeleid

Mevrouw Ann Brusseel: Mijnheer de voorzitter, heren ministers, binnen de Dienst Algemeen Regeringsbeleid (DAR) wordt ook in middelen voorzien voor het beleid in Brussel en de Rand. Ik wil hier niet uitgebreid terugkomen op de opmerkingen die we hierover in de commissie hebben gemaakt. Wel wil ik nog even inzoomen op de problematiek die me bijzonder nauw aan het hart ligt, met name die van de jeugdinfrastructuur in de faciliteitengemeenten.

De gemeentebesturen van de zes faciliteitengemeenten weigeren al jaren om een goed jeugdbeleidsplan op te stellen. Op het vlak van jeugdinfrastructuur krijgt het jeugdwerk amper of geen steun van de gemeenten. Om tot een fundamentele oplossing te kunnen komen, heb ik, samen met een aantal collega’s van mijn fractie, een voorstel van resolutie ingediend in het Vlaams Parlement. Daarin wordt voorgesteld dat de Vlaamse overheid de jeugdcentra in de faciliteitengemeenten zelf zou financieren, en dit naar analogie met de Nederlandstalige gemeenschapscentra. Ik ben dus bijzonder tevreden dat de minister daarvoor effectief een bedrag van 500.000 euro heeft ingeschreven in de begroting. Dat is een bijzonder moedige, maar ook terechte keuze. Toch wil ik u in naam van mijn fractie aansporen om alert te blijven en om niet enkel het probleem van Sint-Genesius-Rode aan te pakken, zoals u al hebt beloofd. Ook Wemmel en Kraainem worden met dergelijke situaties geconfronteerd. Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk moet zijn om met het ruime bedrag van 500.000 euro met een oplossing voor de dag te komen voor een aantal andere gemeenten.

Het spreekt voor zich dat een Nederlandstalige jeugdvereniging zonder een geschikt lokaal moeilijk een succesvolle werking kan realiseren. Dat komt misschien de Franstalige gemeentebesturen goed van pas, maar het is nefast voor het Nederlandstalig karakter van de Rand. Ik wil u nu al uitnodigen om ook in 2011 de nodige middelen uit te trekken voor deze problematiek.

Minister Geert Bourgeois: Mevrouw Brusseel, ik heb ook al in de commissie meegedeeld dat er een eenmalig krediet is van 500.000 euro, dat we inzetten voor de prioriteiten onder de prioriteiten. Ook in de andere gemeenten zijn er inderdaad prioriteiten, precies omdat die gemeentebesturen niet doen wat ze moeten doen, namelijk een beleid voeren voor iedereen, ook voor de Vlamingen.

Ik heb goede hoop dat er misschien toch oplossingen zullen zijn in bepaalde gemeenten, waardoor we niet zelf moeten investeren. We moeten afwachten. Ik heb ook gezegd dat de middelen om verdere investeringen te doen er ten vroegste op het einde van de regeerperiode kunnen zijn.

U weet dat ik uw zorg deel. Dit is een prioriteit voor mij.

De voorzitter: Mevrouw Brusseel, ik wens u proficiat met uw eerste toespraak in de plenaire vergadering. (Applaus)

Mevrouw Ann Brusseel: Ik wil nog even reageren. Mijnheer de minister, ik dank u voor het antwoord. Het stemt mij hoopvol dat er nog andere opties zijn. Ik reken op al uw diplomatieke vaardigheden om dat tot een goed einde te brengen.

Internationaal Vlaanderen

De heer Marc Hendrickx: Mijnheer de voorzitter, mijnheer de minister, geachte collega’s, besturen is keuzes maken. En kiezen is soms ook voor een deel verliezen. De economisch moeilijke tijden maken het voor de Vlaamse Regering noodzakelijk in haar buitenlands beleid de tering naar de nering te zetten en de beperkte middelen zo efficiënt mogelijk in te zetten.

Toch geloven wij dat, mits gerichte keuzes, een coherent en ambitieus buitenlands beleid mogelijk blijft. Mijnheer de minister-president, wij willen u dan ook oproepen om het ambitieuze buitenlandbeleid van uw voorganger Bourgeois tijdens deze legislatuur te blijven voortzetten.

Uit deze beleidsnota onthouden wij een heel aantal positieve zaken. Ik geef al maar drie concrete voorbeelden. We bespraken het al eerder veel uitgebreider in de commissie. De focus van onze ontwikkelingssamenwerking op zuidelijk Afrika blijft behouden. Vlaanderen bouwde hier op het terrein expertise en geloofwaardigheid uit. Alleen door volgehouden en doorgedreven aanwezig te blijven in deze regio, kunnen onze Vlaamse initiatieven ook op langere termijn resultaten boeken in deze regio. Er wordt over gewaakt om niet langer als humanitaire ‘brandweer’ overal ter wereld crisissen te gaan bestrijden met kleine sommen noodhulp. De Vlaamse ontwikkelingssamenwerking is geconcentreerd, werkt door op lange termijn en gaat uit van responsabilisering in de partnerlanden.

Wij schrijven ons dan ook volledig in in de internationale Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen van de VN en focussen op onze Vlaamse sterktepunten: gezondheidszorg, onderwijs, landbouw en kleinschalig ondernemerschap. De federale ontwikkelingssamenwerking kan daar lessen uit trekken.

Het Flanders House in New York wordt uitgebouwd tot een volwaardige diplomatieke post. De Vlaamse Regering toonde tijdens de ‘crisette’ van afgelopen zomer aan dat ze snel en krachtig optreedt tegen wantoestanden in haar buitenlands beleid.

De federale diplomatie staat in schril contrast daarmee: daar wordt het grofste wanbeheer jarenlang toegelaten om de partijen van de politiek benoemde ambassadeurs niet voor het hoofd te stoten. Daar worden nutteloze ambassades geopend om uitgerangeerde politici een goedbetaalde buitenlandse vakantie te bezorgen. Wie in de gebeurtenissen in New York een argument zag om de Vlaamse diplomatie aan te vallen, moet de eerlijkheid hebben om te kijken hoe de Vlaamse Regering wantoestanden aanpakt en hoe de federale regering dat doet, of beter gezegd: niet doet.

Mevrouw Ann Brusseel: Over welke nutteloze ambassades op het federale niveau hebt u het dan, mijnheer Hendrickx? Ik wil wel samen met u kritisch zijn tegenover wat fout loopt op federaal niveau, maar ik zou dan toch graag hebben dat u daar wat details over geeft.

De heer Marc Hendrickx: Ik kan ze op dit late uur niet onmiddellijk opsommen.

Mevrouw Ann Brusseel: Ik kan wel raden waarom u ze niet meteen kunt opsommen. Het zijn er namelijk niet zo veel.

De heer Marc Hendrickx: Ik alludeer bijvoorbeeld op Franse consulaire posten die speciaal worden geopend.

Mevrouw Ann Brusseel: Een consulaire post is geen diplomatieke post.

De heer Marc Hendrickx: U weet goed genoeg waarop ik allemaal alludeer: de creatie van posten om uitgerangeerde politici aan een bijbaan of een uitloopbaan te helpen.

Mevrouw Ann Brusseel: Neen, er zitten geen politici bij. Vooreerst moet je al het diplomatieke examen afleggen, en dat krijg je niet zomaar door eventjes in het parlement te zitten.

De heer Marc Hendrickx: Ik heb het dan ook over vrienden van politici.

In New York werd krachtig ingegrepen, zonder evenwel het kind met het badwater te willen weggooien. De Vlaamse aanwezigheid in New York blijft gegarandeerd en zal efficiënter werken dan ooit. Het destijds door minister Bourgeois en uzelf opgestarte project staat nog altijd als een huis.

Ook de structurele bruggen die u slaat tussen het buitenlandse beleid en internationaal ondernemen, juichen wij toe. Onder de vorige Vlaamse Regering werd er stevig gezaaid door van Vlaanderen een volwaardige diplomatieke speler op het wereldtoneel te maken. Nu is het tijd om onze Vlaamse ondernemers te laten oogsten.

Ik heb reeds aangehaald dat u niet alle beleidslijnen van de voormalige bevoegde minister Bourgeois overneemt. Dat begrijpen en respecteren wij. Toch hebben wij enkele bedenkingen ten aanzien van de nieuwe bakens die u deze legislatuur wilt uitzetten. Het sleutelwoord voor Vlaanderen in het buitenland dient in deze crisistijd meer dan ooit ‘ambitie’ te zijn. Een defensieve regio die op zichzelf terugplooit, schrikt investeerders af.

Ik geef u opnieuw drie voorbeelden. Zo hebben wij, samen met enkele andere collega’s, grote vraagtekens bij de besparingen bij F.I.T. Dat het crisis is, de begroting moet kloppen en de buikriem aangesnoerd dient te worden, hoeft u ons echt niet te vertellen. Dat doet minister Muyters al voldoende. Maar waarom besparen op een beleidspost die net garant staat voor een sterkere Vlaamse economie? Waarom snoeien in onze voornaamste exportbevorderaar als de Vlaamse export daalt? Ook de heroriëntatie op Centraal- en Oost-Europa verbaast ons. Voorts lijken de besparingen op de Gemengde Commissie Vlaanderen-Nederland ons veel te lineair te zijn gevoerd. Hier hadden belangrijke efficiëntiewinsten kunnen worden geboekt door de synergie die er ontstond.

Waar wij grote problemen mee hadden, was een mogelijke Vlaamse medewerking aan de Belgische imago-adviesraad die uw federale collega Leterme heeft opgericht. Dat was geen bekrompen Vlaamse oprisping, maar de nuchtere vaststelling dat dit onze taak niet is: u bent als minister van Buitenlands Beleid verantwoordelijk voor de constructie van een sterk Vlaams imago in de wereld. U bent daarvoor gemandateerd door dit parlement, dat ook onder uw voorgangers Van den Brande en Bourgeois instemde met een sterke en positieve Vlaamse profilering in de wereld. Wij zijn dan ook verheugd dat u duidelijk maakte niet bij die adviesraad betrokken te willen worden, en hopen dat u die richtlijnen duidelijk maakt aan uw administratie en alle Vlaamse vertegenwoordigers.

Mijnheer de minister-president, wij zullen uw beleidsnota goedkeuren. Maar wij vragen er wel iets voor in de plaats. Wij vragen dat u dezelfde ambitie voor Vlaanderen in het buitenland aan de dag legt als uw notoire voorgangers Van den Brande en Bourgeois.

Meer dan ooit heeft Vlaanderen nood aan een regering die het in het buitenland voorstelt als een sterke exportregio; een regering die erover waakt dat bij alle grote internationale conclaven de Vlaamse stem gehoord wordt en niet een wazig Belgisch amalgaam. Wij vragen van u een ambitieus en geïnspireerd beleid, op maat van de crisis: dat betekent niet als defensieve Belgische onderaanneming schoorvoetend achter het federale spoor slenteren, maar als een assertieve diplomatieke speler Vlaanderen en zijn kwaliteiten over de hele wereld verkopen! Vanuit het Vlaams Parlement zal onze fractie dan ook aandachtig toezien op uw buitenlands beleid. U krijgt van ons het vertrouwen, maar dat is geen wit blad papier. Wij vragen ambitie, durf en Vlaamse mondigheid aan de internationale tafel. U bent mijn streekgenoot, ik ken u, voor u mag dat geen probleem zijn!

Verslag begrotingsbespreking plenaire – 15 december 2009