Ann ondervraagt minister Crevits over ongelijke financiering hoger onderwijs.

Vraag Ann Brusseel (SV 93 – 7 november):

Er bestaat al jaren een ongelijkheid in financiering tussen de instellingen hoger onderwijs.

Vraag Ann Brusseel (SV 93 – 7 november):

Er bestaat al jaren een ongelijkheid in financiering tussen de instellingen hoger onderwijs.

Voor de hogescholen en het leerplichtonderwijs wordt het woon-werkverkeer (vervoerskosten en fietsvergoedingen) voor de personeelsleden door de overheid terugbetaald (zie artikels XI.1 tot XI.7 van het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek), maar voor de universiteiten is dat niet het geval. Het Grondwettelijk Hof Ondersteunde reeds eerder dit jaar (zie arrest nr. 60/2014 van 3 april 2014 – rolnummer 5624) de eis van de universiteiten om deze ongelijkheid op te heffen.

Het Grondwettelijk Hof oordeelde als volgt: “Artikel XI.3 van het decreet betreffende het onderwijs-XIII-Mozaïek schendt de artikelen 10,11 en 24 van de Grondwet, in zoverre de door de hogescholen gedragen vervoerskosten en fietsvergoedingen worden terugbetaald door de Vlaamse Gemeenschap, terwijl geen dergelijke regeling bestaat voor de universiteiten. De gevolgen van die bepaling worden gehandhaafd totdat de decreetgever nieuwe bepalingen aanneemt en uiterlijk tot 31 december 2014.”

Een praktijkvoorbeeld. Op 5 november 2014 diende de raad van bestuur van de VUB een begroting in onevenwicht in. Echter, het begrotingstekort van 7,9 miljoen euro zou al voor een deel gevuld kunnen worden als de bovenvermelde ongelijkheid weggewerkt zou worden. Een gelijkschakeling inzake woon-werkverkeer zou de VUB immers 710.000 euro opleveren.

Daarnaast derft de VUB jaarlijks 2,1 miljoen euro (art. III-58 van de Codex Hoger Onderwijs, hetzij het vroegere artikel 41 van het Onderwijsdecreet) ten gevolge van de hogere RSZ-bijdragen die de vrije instellingen (zoals de VUB en de KU Leuven) betalen.

1. Het Grondwettelijk Hof stelt dat de decreetgever, in dit geval de Vlaamse Regering, tijd heeft tot 31 december 2014, om nieuwe decretale bepalingen uit te werken en aan te nemen teneinde de ongelijkheid op het vlak van vervoers- en fietsvergoedingen weg te werken.

a) Wat is momenteel de stand van zaken en het geplande tijdpad? Uit welk budget zullen deze extra middelen komen en om welk bedrag zal het concreet gaan?

b) Hoe zal de nieuwe regeling er inhoudelijk uitzien?

Antwoord minister Crevits:


1. De VUB heeft haar vraag in verband met compensatie van het woon-werkverkeer tijdens de vorige legislatuur voor de Raad van State gebracht. Deze heeft hierover een prejudiciële vraag gesteld aan het Grondwettelijk Hof dat op zijn beurt oordeelde dat er sprake is van ongelijkheid. De Raad van State dient zich nog definitief uit te spreken.

2. In uitvoering van artikel III.58 van de Codex Hoger Onderwijs (vroeger artikel 41) worden nu reeds middelen voorzien om tegemoet te komen aan de hogere werkgeversbijdragen van de vrije universiteiten. Op basis van een evaluatie kan de hoogte van deze bedragen worden aangepast. Voor de zomer is hierover met de instellingen overleg geweest op administratief niveau. Dit gesprek wordt de komende weken terug op gang getrokken om in samenspraak met de betrokkenen te komen tot oplossingen voor de toekomst.