Ann Brusseel was gastspreekster op de nieuwjaarsreceptie van de Open Vld Bredene

Dames en heren,
Beste liberale vrienden,

Het is een eer en een genoegen hier op uw Nieuwjaarsreceptie te mogen spreken. Ik wil dhr. Jamart van harte bedanken voor de uitnodiging.

Dames en heren,
Beste liberale vrienden,

Het is een eer en een genoegen hier op uw Nieuwjaarsreceptie te mogen spreken. Ik wil dhr. Jamart van harte bedanken voor de uitnodiging.

Het is een geruststelling voor mandatarissen dat er nog mensen komen opdagen op recepties en evenementen van politieke partijen. Dat er nog liberalen zijn met idealen. Ik kan goed begrijpen dat veel mensen nu liever wegzappen dan naar de politieke verslaggeving te luisteren. Wie is de pingpong onderhandelingen, met in de hoofdrol Calimero van frituur het Draakske, nog niet beu? Aan politiek doen is mijn voltijdse bezigheid en mijn grote passie, maar ook ik ben dit schouwspel moe. Meer nog: ik heb plaatsvervangende schaamte. Ik zie ertegen op om de komende maanden met de mensen in de straat over politiek te praten.
U blijft belastingen betalen, maar de beslissingen blijven uit.

Het vertrouwen van de burgers in de politici zit onder het vriespunt. We kunnen dit vertrouwen alleen herstellen door zelf inspanningen te leveren.
We moeten als politici tonen dat we nog idealen en ideeën hebben,
dat we vrijuit durven spreken, ook over moeilijke onderwerpen,
dat we niet altijd aan volgende verkiezingen en onze zetel denken, maar vooral aan oplossingen van maatschappelijke problemen.

Als de politiek haar imago wil redden, moet de inhoud voorgaan op de strategische spelletjes. Onze samenleving is geen schaakbord. Wie durft zich nog onverstoorbaar met inhoudelijke politieke dossiers, bezighouden? Wie is niet bang van de volgende verkiezing, die nooit ver weg is? Slechts zeer weinig van mijn collega’s…

Verkiezingen van de regionale en federale parlementen zouden daarom moeten samenvallen en slechts om de vijf jaar plaatsvinden. Maak de verkiezingen correcter: wie verkozen wordt, die zetelt. Schaf de opvolgers af en verbiedt kandidaten om tegelijk op meerdere lijsten te gaan staan. Dergelijke kleine technische ingrepen zouden al veel veranderen: het zou een eerlijke politiek mogelijk maken.

Ik zie ook nog twee andere voorwaarden om onze democratie gezonder te maken. Ten eerste moeten de media hun werk ernstig doen. Objectieve en grondige informatie is noodzakelijk. Mensen moeten toch weten waarvoor de kandidaat politici staan! De Vlaamse media leggen echter liever de nadruk op de ‘politieke spelletjes’ (gemakkelijk op te volgen), op de ‘zonen en dochters van’ en op thema’s die gemakkelijk uit te leggen zijn en die vlotjes…verkopen!

Ten tweede moeten de parlementsleden terug ruimte krijgen van de partijen om kritiek te uiten en vragen te stellen. Onze democratie respecteert de scheiding der machten niet meer. Er wordt niet alleen over alle grenzen heen getelefoneerd en genetwerkt, maar bovendien worden parlementsleden – vooral van de meerderheidspartijen – steeds meer de les gespeld door partijhoofdkwartieren en ministers. De verhoudingen moeten hersteld worden.

Dames en heren,

Daarnet had ik het even over de noodzaak om vrijuit te spreken, ook over moeilijke onderwerpen. Ik wil het met u over één van die delicate onderwerpen hebben. Enkele maanden geleden zei Angela Merkel dat de integratie van migranten in de Europese gastlanden een mislukking was. Een straffe uitspraak van een bondskanselier van één van de belangrijkste EU-lidstaten.

Is de integratie mislukt? Of is het probleem complexer? Ik ben ervan overtuigd dat men vanaf het begin van de migratie, jaren ‘60, onvoldoende aandacht had voor de verschillen tussen migrant en plaatselijke bevolking en dat men zich simpelweg niet wou bezighouden met de menselijke aspecten. Men had alleen aandacht voor het economisch aspect: de grote “travaux” moesten in orde komen.

De problemen bleven niet uit en in bepaalde grootsteden ontstonden ghetto’s. Het Vlaams Blok groeide en bepaalde wijken van Brussel liepen leeg, richting Vlaamse Rand. In politieke kringen ontstond het grootste taboe van de laatste decennia: spreken over migratie en de multiculturele samenleving. We moesten vooral politiek correct blijven.

De voorbije jaren werd vooruitgang geboekt, Marino Keulen heeft op dit vlak zeer verdienstelijk werk geleverd. Maar er is nog veel werk aan de winkel. Op Vlaams niveau moet gewerkt worden aan integratie door een goed arbeidsmarktbeleid en door sterk onderwijs: voor kinderen en hun ouders.

Maar op federaal niveau moet België de moedigste beslissingen durven nemen:
– blijven we pensioenen en uitkeringen geven aan nieuwe inwoners die nooit bijgedragen hebben aan het systeem?
– Blijven we huwelijken toestaan tussen Belgische jongeren en jongeren uit een land van buiten de Europese Unie?
– Mag Justitie blind blijven voor de problemen in de heetste wijken van Brussel?
– Moeten we ingaan op alle religieus geïnspireerde eisen, omdat we toch “verdraagzaam” willen zijn?

Ik zal niet dieper ingaan op elk van die vragen, want dan kunt u pas vanavond uw aperitiefje beëindigen. Over de laatste vraag wil ik u één en ander vertellen: Hoe organiseren we ons in de multiculturele samenleving? Geven we toe aan de eisen die uitgaan van een culturele of religieuze traditie? Over deze vraag hebben de Interculturele Rondetafels zich gebogen. Hun rapport is een lijvig document vol aanbevelingen. Toen ik ze las, beste liberale vrienden, wist ik niet of ik moest lachen of huilen.

De uitgangspunten van de Interculturele Rondetafels zijn goed: discriminatie bestrijden, stereotypen wegwerken, iedereen aan het werk krijgen en iedereen doen participeren in onze samenleving. Een liberaal wil niks anders voor elk mens! Maar de vragen naar specifieke rechten of redelijke aanpassingen voor allochtonen op de werkvloer en op school nemen drastisch toe. Ik zie echter niet in hoe je het stereotiep denken kan aanpakken, door allerlei uitzonderingen op de regel te eisen voor mensen van een religieuze of etnische minderheid. Volgens mij, zal je daardoor het tegenovergestelde bereiken.

Ten eerste hebben de Interculturele Rondetafels een zeer verwrongen kijk op diversiteit. Ik citeer: “Aangezien er met de wet van 10 mei 2007 redelijke aanpassingen voorzien worden voor mensen met een handicap, moet dit ook mogelijk zijn voor mensen van een bepaalde religieuze of etnische achtergrond.” De vergelijking tussen mensen met een handicap en gelovigen is totaal misplaatst. De eersten hebben er niet voor gekozen om tot deze ‘minderheid’ te behoren en ze kunnen er ook niet uitstappen. Wie echter zijn geloofsovertuiging als een beperking aanziet, kan besluiten om er anders mee om te gaan. Je kan een beetje minder fanatiek de bisschop of de imam volgen, je kan niet een beetje minder gehandicapt worden.

De meeste van de eisen van de Interculturele Rondetafels zijn immers absoluut onredelijk. Ik geef u een aantal voorbeelden. Wie hallal of kosjer wil eten, mag dieren onverdoofd de keel oversnijden en dat moet volgens de Rondetafels zo blijven. Wie niet gelovig is, eet vlees van dieren die verdoofd geslacht werden naar de letter van de Belgische wet (aangezien de wetgever ooit vaststelde dat onverdoofd slachten onnodig leed veroorzaakte).

Vrouwen zouden steeds moeten kunnen beroep doen op een vrouwelijke arts, behalve bij spoedopname. Zo beledigt men artsen, voor wie een vrouw een patiënt is, een mens – net als de mannelijke patiënt – en geen lustobject. Dit zegt veel over de religieuze fanatici: blijkbaar zijn ze blijven steken in de fase waarin doktertje spelen een spannende ontdekking was. Misschien zijn sommigen zelf niet in staat naar een vrouw te kijken zonder hierbij gekweld te worden door seksuele fantasieën. Het is mij al opgevallen, dat veel mannen geleerd hebben op een andere manier naar vrouwen te kijken.

Nog volgens de Rondetafels moeten het onderwijs en de arbeidsmarkt rekening houden met alle religieuze feestdagen en tal van andere aspecten van de religie. Wat bijzonder droevig is in deze discussie over “redelijke aanpassingen op de arbeidsmarkt”, is dat de moslims die via de Rondetafels dergelijke eisen stellen, niet beseffen dat ze zichzelf in de voet schieten. Als de werkgever verplicht wordt tijd en ruimte te voorzien voor het gebed, andere of extra betaalde vakantiedagen, hallal maaltijden enz., dan zal hij gemakkelijker kunnen aantonen dat de moslimwerknemers minder presteren, organisatorische problemen stellen en duurder zijn dan de niet-moslims. Maar ook de moslims die geen dergelijke eisen stellen, krijgen dit stigma. Werd hierover nagedacht?

In Europa heeft men er eeuwen over gedaan om zich te bevrijden van de dominante rol van godsdienst in het openbaar leven, om zo meer individuele vrijheid te kunnen genieten en aan elk individu, man of vrouw, gelijke kansen te kunnen bieden. Nu wordt die vrijheid opgeëist als een nieuwe vorm van godsdienstvrijheid. De gelijkheid wordt afgedaan als – ik citeer – “een principe dat in werkelijkheid niet absoluut is”. Zowel de cultuurrelativisten als de religieuze fanatici beroepen zich te pas en te onpas op de godsdienstvrijheid: om meisjes dezelfde rechten te ontzeggen als jongens (de zwemles, schoolreis, …), om vrouwen autonomie af te nemen, om de neutraliteit van de overheid in vraag te stellen…

Om in een diverse samenleving harmonieus te leven, om pluralisme, vrijheid en geluk te kunnen garanderen, is het echter noodzakelijk iedereen gelijk te behandelen. Dit houdt in dat elk mens precies wél absoluut gelijke rechten en plichten geniet, ongeacht zijn of haar geslacht, geloofsovertuiging of afkomst.

Voor deze humanistische principes moeten liberalen ijveren. Nu worden immers religieuze redenen ingeroepen om de wetgeving te wijzigen, om voor differentiatie te zorgen, en op die manier religie en politiek te vermengen. Zoals dit vroeger door de liberale partij aangeklaagd werd, en zoals vroeger de liberale partij de mensen bevrijd heeft van een dominant katholicisme, moet ook nu open Vld terug strijden voor de vrijheid, gelijkheid en solidariteit.
De waarden van de Verlichting hebben opnieuw onze steun nodig.

Dames en heren,
Ik dank u voor uw aandacht en wens u het allerbeste voor 2011!

Ann Brusseel – 16 januari 2011