Ann Brusseel vraagt drastische aanpak van vrouwelijke genitale verminking

Momenteel zijn er wereldwijd naar schatting (Wereldgezondheidsorganisatie) 100 à 140 miljoen meisjes en vrouwen die het slachtoffer zijn van genitale verminking (clitoridectomie, excisie of infibulatie) en lopen elk jaar naar schatting minstens drie miljoen meisjes het risico om op die manier verminkt te worden.

Momenteel zijn er wereldwijd naar schatting (Wereldgezondheidsorganisatie) 100 à 140 miljoen meisjes en vrouwen die het slachtoffer zijn van genitale verminking (clitoridectomie, excisie of infibulatie) en lopen elk jaar naar schatting minstens drie miljoen meisjes het risico om op die manier verminkt te worden.

De vrouwelijke genitale verminkingen worden in minstens 28 Afrikaanse landen toegepast, maar de praktijken komen ook bij bepaalde etnische groepen in Latijns-Amerika, in het Midden-Oosten en in Azië voor. De etnische groep en het gebied van herkomst zijn hiervoor bepalend.

Ook bij de families die zich in Europa hebben gevestigd, wordt de praktijk, in mindere mate, voortgezet, tijdens vakanties in het land van herkomst of op het grondgebied van het gastland.

Eind 2010 werd in opdracht van de FOD Volksgezondheid een studie uitgevoerd naar de situatie in België. Dit onderzoek wees uit dat in ons land meer dan 6260 vrouwen besneden zijn, en nog eens 1975 meisjes gevaar lopen. Vlaanderen telt de meeste slachtoffers. Onze grote steden Brussel en Antwerpe zijn het sterkst getroffen. Van deze besneden meisjes is 14% – 1190 meisjes – jonger dan 5 jaar, terwijl 20% tussen 5 en 9 jaar oud is. Alarmerende cijfers!

De genitale verminking van vrouwen is een discriminerende praktijk die indruist tegen het internationaal en het nationaal recht. Het leidt op lange termijn tot zowel lichamelijke als psychologische klachten en heeft soms de dood tot gevolg. Het is een onmenselijke en vernederende behandeling en een schending van de grondrechten van vrouwen en meisjes.

Ook worden meisjes die in ons land worden geboren, tijdens een vakantie besneden in het land van herkomst van hun ouders. Deze praktijk heeft alles te maken met een traditie en een cultuur waarin er sprake is van een totaal andere opvatting over de verhouding tussen mannen en vrouwen.

Ann Brusseel: "Ik vraag de Vlaamse Ministers van Gelijke Kansen en van Welzijn en Volksgezondheid om hun ogen te openen voor dit probleem en om een drastische aanpak. Het gaat om een ancestrale traditie, die in besloten familiekring wordt gepropageerd en onder sociale druk wordt uitgevoerd. Hier zit een grote uitdaging voor al wie zich bezighoudt met emancipatie, gelijke kansen en vrouwenrechten. Ik heb bij de Vlaamse Ministers gepleit voor een breed overleg en een brede samenwerking op regionaal, nationaal en Europees niveau. Ik heb ook gevraagd om alle geweld dat gendergerelateerd is in de naam van traditie en religie preventief aan te pakken. Uit de discussies in de commissies (welzijn en gelijke kansen) blijkt dat er nu veel te weinig gebeurt."

 Lees hier het volledig verslag van de discussie in de commissie Onderwijs en Gelijke Kansen van 22/02/2011.

Lees hier het volledig verslag van de discussie in de commissie voor Welzijn Volksgezondheid, Gezin en Armoedebeleid van 22/02/2011.