Ann Brusseel vraagt cijfers op van het aantal vrouwen in middenkader- en topfuncties Vlaamse overheid

Tijdens de vorige legislatuur heeft de toenmalige Vlaamse Regering streefcijfers geformuleerd over de aanwezigheid van vrouwen in het middenmanagement en in topfuncties van de Vlaamse overheid. Hoewel vooropgesteld werd om de vertegenwoordiging van vrouwen in de zogenaamde N-1 functies tegen 2010 tot 33 % te doen toenemen, blijft hun aandeel de laatste jaren rond de 26 % schommelen.

Tijdens de vorige legislatuur heeft de toenmalige Vlaamse Regering streefcijfers geformuleerd over de aanwezigheid van vrouwen in het middenmanagement en in topfuncties van de Vlaamse overheid. Hoewel vooropgesteld werd om de vertegenwoordiging van vrouwen in de zogenaamde N-1 functies tegen 2010 tot 33 % te doen toenemen, blijft hun aandeel de laatste jaren rond de 26 % schommelen.

In opdracht van de dienst Emancipatiezaken heeft de Universiteit Hasselt een onderzoek uitgevoerd met de titel: “Naar een innovatief genderbeleid bij het management van de Vlaamse overheid.” Dit onderzoek werd afgerond in augustus 2010.

In dit onderzoek worden cijfergegevens per beleidsdomein gegeven per 31 december 2009 – zie tabellen 1 tot en met 13 Onderzoek Universiteit Hasselt pp. 246 – 252 .

Ann Brusseel: "Om de recente evolutie in kaart te brengen vroeg ik een update van deze cijfers per 31 december 2010. De nieuwe cijfers (zie bijlage) tonen voor 2010 een lichte vooruitgang naar 29%. Het streefcijfer van 33 procent werd enkel bereikt door de diensten Algemeen Regeringsbeleid, waar men 36 procent boekte, Bestuurszaken, Financiën en Begroting, Onderwijs en Vorming en de diensten Werk, Volksgezondheid en Gezin. Daar haalde men dus wel de doelstellingen."

Ann Brusseel: "Ik ben uiteraard blij met deze vooruitgang, maar er is nog heel wat werk aan de winkel. Ik zal dit thema dan ook verder blijven opvolgen en er bij de bevoegde Minister op blijven hameren om hier bijkomende inspanningen voor te leveren."

In bijlage kunt u het volledig verslag van deze schriftelijke vraag (420) en de cijfers per 31 december 2010 terugvinden.