Ann Brusseel vraagt aandacht voor censuur in bibliotheken

Collega Marino Keulen heeft al talrijke vragen gesteld rond de problematiek van censuur in bepaalde Joodse scholen. De voorbije maanden zijn er immers talloze krantenberichten over de zaak verschenen en kwamen getuigen met naam en toenaam de censuur aanklagen in het VRT-programma Koppen.

Collega Marino Keulen heeft al talrijke vragen gesteld rond de problematiek van censuur in bepaalde Joodse scholen. De voorbije maanden zijn er immers talloze krantenberichten over de zaak verschenen en kwamen getuigen met naam en toenaam de censuur aanklagen in het VRT-programma Koppen.

Keulen betreurt het dat Onderwijsminister Pascal Smet al maandenlang weigert na te gaan of de berichten kloppen over censuur in joodse scholen die door Vlaanderen worden gesubsidieerd. Transparantie is immers de beste manier om de polemiek die ontstaan is naar aanleiding van de klachten over censuur op de Joodse scholen te stoppen. “Als deze klachten onwaar zijn, schaden ze de joodse gemeenschap. Als ze gegrond zijn, moet er ingegrepen worden.”

”De Joodse scholen zijn trouwens vragende partij voor een doorgedreven en op correcte wijze uitgevoerde inspectie. Alleen zo kunnen zij zich van alle verdachtmakingen ontdoen”, aldus Keulen. “Vlaanderen stopt veel geld in onderwijs zodat onze kinderen een goede en doorgedreven opleiding genieten en voorbereid worden om op alle terreinen mee te kunnen in onze samenleving. Als wij onze kinderen zo’n toekomst willen geven, moet iedere school in Vlaanderen die beroep doet op subsidies, zich houden aan de leerplannen en eindtermen”, besluit Keulen.

Naar aanleiding van de recentste discussie in de commissie onderwijs van 31 maart vroeg Ann Brusseel bij uitbreiding van deze problematiek ook aandacht voor censuur in bibliotheken.

Ann Brusseel : Minister, er is mij ter ore gekomen dat er in sommige bibliotheken boekjes worden teruggebracht in de jeugdafdeling waaruit bladzijden gescheurd zijn of waarin tekeningen zwart gemaakt zijn. Het gaat om boekjes over seksuele voorlichting. De persoon die me dit signaleerde, en die uiteraard anoniem wil blijven en het enkel over de problematiek wilde hebben, vroeg me om daar vanuit politieke hoek aandacht voor te hebben, omdat die praktijk en de discussies met ouders hierover toeneemt.

Minister, ik wil uw aandacht en die van de Vlaamse Regering vragen voor een maatschappelijke evolutie die zich aan het voltrekken is op bepaalde plaatsen, namelijk dat men het moeilijk heeft met openheid over seksualiteit en de evolutieleer. Blijkbaar zijn er mensen in onze samenleving die daar steeds actiever tegen militeren. Ik vraag absoluut geen heksenjacht, maar wel correcte aandacht voor een probleem dat zich aandient, zodat er duidelijkheid over komt.

Minister, ik zou willen dat deze problematiek beter in kaart wordt gebracht in scholen, bibliotheken en het culturele veld, en dat u dit ook aankaart met minister Schauvliege.

Minister Pascal Smet : Mevrouw Brusseel, ik heb geen weet van klachten van die bibliotheek. Ook dat is niet tot bij ons gekomen. Ik zou dan ook aan uw informant willen vragen om die gegevens over te maken aan de bevoegde diensten. Dan zal er actie volgen.

Ann Brusseel : Minister, ik wou nog even terugkomen op wat u zei inzake de mensen die bijvoorbeeld in een bibliotheek inbreuken of problemen vaststellen. Zij zouden inderdaad hun verantwoordelijkheid moeten opnemen en hun hiërarchie hierover inlichten, daarover ben ik het met u eens.

Ik herinner u aan onze discussie over de radicalisering in de jeugdsector, de radicalisering van jongeren op religieus vlak. We hebben daarover een discussie gehad en ik heb u dan ook gesproken over een van mijn ‘informanten’, die op uw kabinet is geweest en zijn verhaal heeft gedaan. Die is toen voor de tweede keer in zijn leven op een muur van onbegrip en vooroordelen gestoten. Eigenlijk werd zijn verhaal daar niet helemaal ernstig genomen. Sommige verhalen klinken misschien te pijnlijk en onrealistisch in de oren van mensen die niet geconfronteerd worden met bepaalde problematieken. U kunt het zich misschien niet altijd zo gek voorstellen als het in de realiteit gebeurt. Ik zou u graag nog mensen sturen als die een verhaal hebben dat een oplossing behoeft en dat u zou moeten horen. Maar gaan die mensen dan weer op die muur van onbegrip stoten? Zal hen dan weer gezegd worden, zoals tegen mijn informant uit de jeugdsector, dat u niet gelooft wat zij vertellen en dat ze wat overdrijven? Tja. Ik wil wel, hoor, en ik zal mij blijven inzetten om dergelijke problemen verder aan te kaarten, maar dan wil ik ook dat alle voordelen aan de kant worden gezet, zowel aan mijn kant als aan de kant van de politiek verantwoordelijke.

Minister Pascal Smet : De medewerkster die uw informant heeft ontvangen is een van de meest – misschien zelfs iets té – open en tolerante persoonlijkheden die er zijn. Ik zal nakijken wat er gebeurd is.

Lees hier het volledige verslag van de discussie (I 134) in de commissie onderwijs van 31 maart 2011.