Ann Brusseel stelt vragen bij nieuwe overeenkomst Europa met Zuid-Afrika

In de commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden en Internationale Samenwerking werd het instemmingsdecreet bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en de Republiek Zuid-Afrika tot wijziging van de overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking besproken. Ann Brusseel plaatste een aantal kanttekeningen.

In de commissie voor Buitenlands Beleid, Europese Aangelegenheden en Internationale Samenwerking werd het instemmingsdecreet bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en de Republiek Zuid-Afrika tot wijziging van de overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking besproken. Ann Brusseel plaatste een aantal kanttekeningen.

De oorspronkelijke overeenkomst tussen de EU en Zuid-Afrika inzake handel, ontwikkeling en samenwerking dateert uit 1999. Ze vormt de basis voor de algemene betrekkingen tussen beide partners en heeft betrekking op uiteenlopende domeinen: politieke dialoog en samenwerking, liberalisering van de handel, economische samenwerking, ontwikkelingssamenwerking, en samenwerking inzake wetenschap en technologie, milieu, cultuur, sociale vraagstukken, pers en audiovisuele media, en gezondheidszorg.

Inmiddels werd tussen de EU en haar lidstaten en Zuid-Afrika in 2007 een “Strategisch Partnerschap” opgezet die de samenwerking nog moest intensiveren.

De nieuwe overeenkomst heeft als bedoeling om de overeenkomst uit 1999 te actualiseren en waar nodig te versterken. De wijzigingen en aanvullingen zijn vooral een illustratie voor de nieuwe gevoeligheden die de Europese Unie of Zuid-Afrika in de 12 jaar sinds de ondertekening van de voorgaande overeenkomst heeft ontwikkeld: aandacht voor het belang van de verdragen inzake ontwapening en non-proliferatie, voor energiebeleid, voor verbetering van de milieunormen in de mijnbouw, voor een veilig en duurzaam vervoersnetwerk en voor de doeltreffendheid van ontwikkelingssamenwerking. Ook komen er nieuwe bepalingen over terrorismebestrijding, georganiseerde misdaad, steun aan het Internationaal Strafhof en Migratie.

Tijdens de bespreking van deze nieuwe overeenkomst stelde Ann Brusseel een aantal kritische vragen:

Ann Brusseel: "Zuid-Afrika is op vele terreinen een belangrijke partner geworden. Het kan dan ook niet meer beschouwd worden als een klassiek ontwikkelingsland. Ik vroeg de minister-president hoe Vlaanderen zijn samenwerking met Zuid-Afrika aan deze overeenkomst zal aanpassen."

Voor wat de samenwerking tussen Vlaanderen en Zuid-Afrika betreft, herhaalt minister-president Peeters dat er vanaf 2012 een nieuw programma komt. Daarin zal ten volle rekening gehouden worden met een aantal evoluties. De vraag of Zuid-Afrika überhaupt nog als ontwikkelingsland benaderd kan worden, zal mee deel uitmaken van dat aggiornamento. Het nieuwe samenwerkingsprogramma zal in elk geval in nauwe samenwerking met de Zuid-Afrikaanse partner worden opgesteld. Nu al is echter duidelijk dat het bij Zuid-Afrika om een situatie sui generis gaat. Ten eerste heeft Vlaanderen sinds medio de jaren negentig van de vorige eeuw heel wat gerealiseerd in en met Zuid-Afrika. De niet geringe energie en middelen die al in deze samenwerking werden geïnvesteerd, maken dat er met het nodige respect moet worden nagegaan wat er nog kan en moet worden voortgezet. Verder blijft het onmiskenbaar een feit dat er in Zuid-Afrika nog vele niet-gelenigde noden bestaan. Maar ten slotte mag men inderdaad niet uit het oog verliezen dat Zuid-Afrika, globaal genomen, een rijk land is, dat een heel groot potentieel heeft. In regionaal opzicht is het onmiskenbaar een speler van gewicht. In dat opzicht kan het dan ook helemaal niet vergeleken worden met de andere twee partnerlanden van Vlaanderen in die regio (Mozambique en Malawi).

Ann Brusseel: "Daarnaast wou ik meer uitleg over wat er precies begrepen dient te worden onder de op pagina 6 van de memorie van toelichting gehanteerde term ‘vertrouwelijke trafiek."

Ann Brusseel: "Volgens het aangepaste artikel 67 van de overeenkomst worden openbare of particuliere bedrijven niet meer in aanmerking genomen voor bijstand in de context van ontwikkelingssamenwerking. Ik vind dit zeer vreemd, aangezien het op heden toch een algemeen verworven idee is dat bedrijven wel degelijk een rol kunnen en zelfs moeten spelen inzake ontwikkelingssamenwerking. Ik vroeg hierover wat meer uitleg."

De exacte betekenis van de term ‘vertrouwelijke trafiek’ in de context van het internationale handelsverkeer, zal de minister-president laten nagaan door zijn diensten. Idem voor de betekenis en motivering van artikel 67 van het verdrag.

Lees hier het volledige verslag van de bespreking van het ontwerp van decreet houdende instemming met de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds en de Republiek Zuid-Afrika, anderzijds, tot wijziging van de overeenkomst inzake handel, ontwikkeling en samenwerking, ondertekend in Kleinmond op 11 september 2009.