Ann Brusseel pleit voor centraal eindexamen in het onderwijs

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State om een 17-jarige Genkse leerlinge een A-attest te geven in plaats van het door de school toegekende C-attest stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Ann Brusseel (Open Vld) de huidige vorm van attestering in vraag.

Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State om een 17-jarige Genkse leerlinge een A-attest te geven in plaats van het door de school toegekende C-attest stelt Vlaams volksvertegenwoordiger Ann Brusseel (Open Vld) de huidige vorm van attestering in vraag.

Ann Brusseel: “Het attesteringssysteem zoals we dat vandaag kennen is dringend aan herziening toe. C-attesten zijn zelden productief voor de leerling in kwestie. Er is amper leerwinst en zittenblijven werkt evenmin motiverend om beter te gaan presteren. Uit de studie ‘zittenblijven in vraag gesteld’ van de KUL blijkt dat zittenblijven niet tot betere schoolresultaten leidt, uitgezonderd in het bisjaar. Bovendien kost zittenblijven zeer veel geld. Uit studies naar het welbevinden van zittenblijvers blijkt bovendien dat heel wat zittenblijvers gepest worden, zich schamen en minder studeren. ”

De beslissingen van een klassenraad worden door de mondige burger niet altijd als objectief ervaren. Getuige het proces in Genk. De school riskeert nu een dwangsom van 1250 euro per dag zolang ze het A-attest niet geven. Er zijn ook tal van andere klachten. Daardoor spreekt men van de juridisering van ons onderwijs. De juridisering zorgt ervoor dat de leerkrachten belast worden met tal van administratieve taken, omdat ze zich a priori moeten verantwoorden voor alle eventuele beslissingen van de klassenraad.

Ann Brusseel pleit voor een centraal eindexamen of een andere vorm van centrale eindevaluatie, omdat dit de objectiviteit zou ten goede komen. Alle leerlingen in heel Vlaanderen zouden moeten slagen voor dezelfde test, zo weet je dat alle diploma’s evenveel waard zijn en dat alle geslaagde leerlingen het zelfde kennisniveau behaalden. Nu zijn er eindtermen maar er is een groot verschil in de evaluatie tussen scholen en leerkrachten. Bovendien klaagt het hoger onderwijs nu de grote verschillen inzake kennis en competenties binnen de groep van startende studenten aan.

Ten tweede zal een centrale evaluatie minder juridische conflicten tot gevolg hebben. De klassenraad zou als taak hebben te adviseren en te begeleiden. Ze moet het finale oordeel niet meer vellen. De leerkracht wordt dan de fulltime coach van de leerlingen en zou er belang bij hebben de leerlingen te doen slagen voor het examen. Een centraal eindexamen responsabiliseert de leerlingen. Het zittenblijven is geen stok achter de deur. Wie een diploma wil behalen zal er altijd voor moeten werken. Dit systeem van een centraal eindexamen wordt in de meeste Europese lidstaten toegepast. Deze piste moet op zijn minst grondig onderzocht worden.