Ann Brusseel peilt naar de resultaten van de taaltest

Verplichte taaltest

Sinds dit schooljaar moesten vijf- of zesjarigen die onvoldoende aanwezig waren (minder dan 220 halve dagen) in de derde kleuterklas, via een verplichte taaltest bewijzen dat ze voldoende kennis hebben van het Nederlands om in het eerste leerjaar te kunnen starten. Ann Brusseel wou weten om hoeveel kindjes het ging.

Verplichte taaltest

Sinds dit schooljaar moesten vijf- of zesjarigen die onvoldoende aanwezig waren (minder dan 220 halve dagen) in de derde kleuterklas, via een verplichte taaltest bewijzen dat ze voldoende kennis hebben van het Nederlands om in het eerste leerjaar te kunnen starten. Ann Brusseel wou weten om hoeveel kindjes het ging.

Hoeveel kindjes?

Ann Brusseel: "Uit het antwoord van Minister Smet blijkt dat er 1769 Vlaamse kleutertjes onvoldoende aanwezig waren in de derde kleuterklas en dus in principe een taaltest moesten afleggen om dit jaar in het eerste leerjaar te mogen starten. Van die kleuters legden er maar 454 kindjes (25%) een taalproef af vóór de start van het schooljaar. Daarnaast waren er nog 137 kindjes (8%) die in het lager onderwijs werden ingeschreven, maar de taalproef nog moesten afleggen. Een eerste duidelijke vaststelling is dat slechts één derde van de kindjes die onvoldoende aanwezig waren ook effectief een taaltest liet afleggen. Het lijkt erop dat veel ouders die ervan uitgingen dat hun kind niet zou slagen voor de taaltest ervoor gekozen hebben om het derde kleuterklasje te dubbelen."

Slaagpercentage?

Ann Brusseel: "Van de 454 kindjes die de taaltest vóór de start van het schooljaar lieten afnemen slaagden er 389 (85%) . Van de 137 kindjes die onder "opschortende voorwaarde" in het eerste leerjaar werden ingeschreven slaagden er 93 (68%). Kindjes die in het eerste leerjaar werden ingeschreven zonder te slagen voor deze verplichte taaltest worden niet gesubsidieerd."

Evaluatie?

Ann Brusseel: "Minister Smet liet mij weten dat de evaluatie van de taaltest nog niet werd afgerond. De taalproef kadert in een geheel aan maatregelen om de kleuterparticipatie te bevorderen. Het belangrijkste effect is dat het  percentage kleuters dat in de derde kleuterklas minstens 220 halve dagen aanwezig was het afgelopen schooljaar gevoelig is gestegen (schooljaar 2008-2009: 92,9%; schooljaar 2009-2010: 97,41%). Als een kind niet slaagt voor de taalproef, is dat ook een belangrijk signaal voor de betrokken school. Het behoort immers tot de opdracht van de school om kleuters optimaal voor te bereiden op het lager onderwijs, ook op het vlak van taal. "

Lees hier het verslag van de schriftelijke vraag (121) over de stand van zaken rond de taaltest in het basisonderwijs.