Ann Brusseel pakt geweld tegen vrouwen aan vanuit senaat.

De senaat werkte zopas haar eerste rapport af met politieke aanbevelingen voor verschillende beleidsniveaus in ons land. Dit betekent dat zowel de Belgische regering als deze van de deelstaten rekening moeten houden met de voorstellen van de senatoren. Deze gaan over thema’s die aan bod komen op de 20ste verjaardag van de Wereldvrouwenconferentie die in maart plaatsheeft bij de VN in New York. Verschillende thema’s, zoals gender en arbeid, de combinatie werk en gezin, de problematiek van geweld op vrouwen, seksualiteit, beeldvorming en dergelijke meer kwamen in de senaat aan bod. Als rapporteur werkt Brusseel op de problematiek ‘geweld op vrouwen’: “Uit de hoorzittingen van de senaat kwamen verontrustende cijfers naar voren op vlak van geweld op vrouwen en meisjes. We aanhoorden tal van experten die zowel internationaal als in België de problematiek van geweld bestuderen en bestrijden. Het betreft dan zaken zoals verkrachtingen, intrafamiliaal en verbaal geweld, maar ook fenomenen zoals gedwongen huwelijken en genitale verminking. We bespraken oplossingen over partijgrenzen heen. Het resultaat is een waslijst aan besluiten en voorstellen.”

De impact van geweld op de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het slachtoffer is een fel onderschat probleem. Daarom is het bijvoorbeeld onbegrijpelijk dat de meeste verkrachtingszaken in ons land geseponeerd worden. Alle diensten die met een slachtoffer van geweld in contact komen, moeten deze problematiek ernstig nemen: politie, justitie en hulpverleners. Brusseel stelt: “Meer samenwerking tussen deze diensten zou al een stap in de goede richting zijn. Nu hebben slachtoffers vaak het gevoel aan hun lot overgelaten te zijn doordat ‘hun dossier’ door teveel bureaucratie tergend traag behandeld wordt. Ook specifieke opleidingen zijn hoogdringend: bij de politie kunnen onthaal en ondervraging van een slachtoffer van geweld een pak professioneler dan vandaag het geval is. In de zorgsector moet er extra vorming komen voor gynaecologen en verplegend personeel om tekenen van geweld beter te herkennen. Het instrument dat nu gebruikt wordt in tal van ziekenhuizen voor de vaststelling van verkrachting, de SAS-kit (seksuele agressieset) moet systematisch worden gebruikt, want dit is nu te weinig het geval. Er moet een nationaal register met DNA van seksuele delinquenten worden opgericht teneinde daders sneller te kunnen opsporen en recidive te beperken. Nu worden te weinig daders gevat en is de recidive groot. Bovendien draaien de slachtoffers meestal op voor alle kosten, zoals verzorging en medicatie, het verzamelen van de bewijslast, juridische bijstand; ook dit is onaanvaardbaar. Er is dus helaas echt nog veel werk aan de winkel…”

Ook op vlak van bescherming van jonge meisjes moet ons land een extra inspanning leveren. Sommige meisjes die in België wonen, worden tijdens een vakantie besneden in het land van herkomst van hun ouders. Te weinig ouders weten dat dit strafbaar is. Daarom moeten we meer werk maken van preventie. Op vlak van gedwongen huwelijken doet zich hetzelfde probleem voor. “Jonge meisjes weten soms te weinig over hun eigen lichaam en hun recht op welzijn en op hun eigen keuzes. We mogen niet aanvaarden dat meisjes die opgroeien in België blijven geloven dat zogenaamde tradities op vlak van huwelijk en seksualiteit belangrijker zijn voor de eer van de familie dan hun eigen welzijn. We hebben als overheid de plicht om hen te leren welke hun rechten en kansen zijn in het leven. Dat houdt onder andere in dat op school de nodige tijd uitgetrokken wordt voor seksuele en affectieve voorlichting, ook al lijkt dat voor sommige mensen een ‘moeilijk thema’.”, aldus Brusseel.