Ann Brusseel in de Moeial over de v.z.w. Quartier Latin – Student in Brussel

Onderstaand interview werd in de Moeial – April 2011 gepubliceerd.

De auteur van dit artikel is Ruben Claesen.

Onderstaand interview werd in de Moeial – April 2011 gepubliceerd.

De auteur van dit artikel is Ruben Claesen.

In de maarteditie van de Moeial kon u het eerste deel van het Quartier Latin-dossier vinden. Daarin ging het over de historische schulden van Quartier Latin, het falend beleid van het studentenhotel Brussels International Student (BISC), de stijging van de MIVB-abonnementen voor studenten en de fusie tussen Quartier Latin en VLOPHOB. Wat volgt is deel II, met reacties van betrokkenen. Aan het woord komen Ann Brusseel (Open VLD, Vlaams parlementslid), Paul Delva (CD&V, Vlaams parlementslid), Tom Demeyer (voorzitter Vlaamse Vereniging van Studenten) en Lieven Boelaert (gedelegeerd bestuurder Quartier Latin). Het kabinet van Brusselminister Pascal Smet was tot dusver niet beschikbaar voor commentaar.

Quartier Latin houdt zich niet enkel bezig met huisvesting voor studenten, maar probeert ook afgestudeerden in knelpuntberoepen een duwtje in de rug te geven door hen van een stekje te voorzien. Dit zijn FPA’s, oftewel de flats voor pas afgestudeerden.

Moeial: Zijn flats voor pas afgestudeerden de grens?

Brusseel: “Naar mijn mening is die uitbreiding van de doelgroep van Quartier Latin een beetje te veel van het goede. Zeker wanneer je in het achterhoofd houdt dat de vzw niet goed draait en dat die piste vooraf niet voldoende bestudeerd is. Quartier Latin is niet in het leven geroepen als totaalpakket met daarin alle oplossingen voor het woonbeleid in Brussel. Hun corebusiness is studenten. FPA’s impliceren doelgroepenbeleid en dus ook een definitie. Begin maar eens een lijst van knelpuntberoepen vast te leggen. Wie gaat er bevoordeeld worden en wie niet? Dan is het einde zoek.

“Eigenlijk weerspiegelt die redenering een vreemde logica van mensen die al te lang met overheidsgeld bezig zijn: er is een moeilijke financiële situatie, maar we kunnen QLB toch nog voor meer gebruiken dan studentenkoten alleen. Of dat de effectieve grens is, kan je in het midden laten. Als je merkt dat afstuderende jongeren nog een binding hebben met de stad, maar dat ze moeilijk een stekje vinden, is het zeker zinvol om hen zo op weg te helpen.”

Moeial: Heeft het falen van het BISC niets met de werking van QL zelf te maken, zoals Smet zegt?

Brusseel: “Daar ben ik nog niet zo zeker van. Ik kan me dat toch moeilijk voorstellen. Ik vind toch dat men eerder had moeten ingrijpen. Men zag wel op tijd dat er problemen waren, maar dan laten ze die te lang aanslepen. En als er over de eindverantwoordelijkheid gesproken wordt, wordt de hete aardappel steevast doorgeschoven Als er bijvoorbeeld een vraag aan de minister wordt gesteld, zegt hij op zijn beurt dat de verantwoordelijkheid voor die bepaalde Brusselse aangelegenheid elders gezocht moet worden. Tja …”

Moeial: Wat denkt u van de fusie tussen Quartier Latin en VLOPHOB?

Brusseel: “De fusie tussen QLB en VLOPHOB is helemaal niet nodig. Ik weet dan ook niet waarom dat als één van de oplossingen naar voren wordt geschoven.

“Let wel, Quartier Latin is een goed concept op zich. Maar het is veeleer een kwestie van goed beheer en het gaat om de inhoudelijke manier van werken, niet om de formeel juridische. Vergelijk het met communautaire problemen: er is een departement dat niet goed werkt, dus moet het geregionaliseerd worden. Al is dit wel een voorbeeld van schaalverkleining in plaats van -vergroting, maar het principe is hetzelfde: je moet het probleem opsporen in het beheer. Blijkbaar was een internationaal studentenhotel (BISC) niet nodig, was er een probleem met het functioneren ervan en met de korte duur van het verblijf van internationale studenten. Dan moet het aanbod dus beter afgestemd worden op de vraag van de internationale studenten. Het heeft geen jaren nodig om door te hebben dat een aanbod niet beantwoord aan de vraag.”

Moeial: De eengemaakte vzw zal zich ook bezighouden met de MIVB-abonnementen
voor studenten. De prijs ervan zal stijgen van €45 naar €100.Wat denkt u dan?

Brusseel: “Die MIVB-abonnementen kunnen best wel voor een groter stuk betaald worden door studenten. Mijn visie, en die geldt zowel voor inschrijvingsgelden als voor studentenhuisvesting en -mobiliteit, is: als een student het financieel moeilijk heeft, dan moet de overheid tussenkomen en de prijs drukken. Maar 8000 studenten consequent een jaarabonnement aanbieden aan €45? Als je ziet wat iemand met een gewone job moet betalen (jonger dan 25 aan €373, tussen 25 en 64 jaar aan €478, nvdr. ), dus zonder kortingen, dan is het verschil wel zeer groot. Het tariefvan de Franse gemeenschap (102 euro, nvdr. ) is best billijk

“Dat je een abonnement goedkoper maakt voor studenten, daar ben ik het mee eens. Maar het openbaar vervoer in Brussel is zeer duur in uitbating. Dus als er investeringen nodig zijn voor het metronetwerk, dan moet je de consument echt wel vragen om navenant te betalen. Uiteindelijk geef je met 100 euro nog steeds een mooie korting.”

Moeial: Zal die stijging van de abonnementskosten de instroom van studenten aan de VUB beïnvloeden?

Brusseel: “Het geheel van de kosten maakt een groot verschil, maar ik weet niet ofwe ons daar op moeten focussen. Het is een feit dat op kot studeren in Brussel duurder is dan in Leuven of Gent; daar heeft Brussel inderdaad een concurrentieel nadeel. Wat voormij echter een veel groter probleem is, is dat studenten aan een Vlaamse instelling €45 moeten betalen, en studenten aan Franstalige instellingen 100. Dat zou toch eigenlijk nietmogen.”

Lees hier de online versie van de Moeial april 2011