Ann Brusseel dient met redenen omklede motie in bij beleidsnota Brussel.

Ann Brusseel: "Samen met mijn collega's Irina De Knop, Gwenny De Vroe en Sven Gaz ben ik er van overtuigd dat Vlaanderen meer en betere inspanningen kan leveren in haar Brusselbeleid.

Ann Brusseel: "Samen met mijn collega's Irina De Knop, Gwenny De Vroe en Sven Gaz ben ik er van overtuigd dat Vlaanderen meer en betere inspanningen kan leveren in haar Brusselbeleid.

Ann Brusseel: “ Gelet op het engagement van Vlaanderen met haar hoofdstad Brussel en gelet op het feit dat de Vlaamse Regering in het ontwikkelen van haar beleid steeds moet nagaan wat de implicaties ervan zijn voor Brussel (Brusseltoets) en daartoe in de nodige middelen moet voorzien, berekend op 30% van de Brusselse bevolking (Brusselnorm) vroegen wij de Vlaamse Regering rekening te houden met 19 punten in haar Brusselbeleid:

  1. Een duidelijk samenwerkingskader te hanteren met de bevoorrechte partners, in casu in eerste instantie de VGC, en vervolgens duidelijke afspraken te maken over wie wat zal doen (het zogenaamde kerntakendebat). Via voldoende duidelijk vooropgestelde doelstellingen moet men via een resultaatsverbintenis nagaan of de genomen maatregelen wel de beoogde resultaten bereiken.
  2. Binnen het kader van de daartoe vastgelegde bevoegdheden, op een realistische wijze de gevolgen van bepaalde grootstedelijke fenomenen verder mee te helpen opvangen. Het besef dat men niet altijd bij machte is om de problemen zelf op te lossen, mag evenwel niet verhinderen om ten volle zijn verantwoordelijkheid te nemen.
  3. Tijdig in te spelen op de demografische verwachtingen en de uitdagingen die die te verwachten situatie met zich mee zal brengen. De internationalisering van deze stad noopt tot een andere benadering.
  4. In het bijzonder inzake onderwijs te zoeken naar de beste oplossingen voor de te verwachten leerlingentoename in de hoofdstad vanuit het besef dat dat voor het Nederlandstalige onderwijs ook veeleer een opportuniteit dan een last zou kunnen zijn. Het bewandelen van nieuwe paden op het vlak van samenwerking tussen de gemeenschappen mag geen afbreuk doen aan de verdere ontwikkeling van het Nederlandstalige onderwijs, met inbegrip van haar troeven.
  5. Te voorzien in een voortdurende monitoring van het gelijke onderwijskansenbeleid.
  6. Continu aandacht te hebben voor het hoger onderwijs in Brussel en in het bijzonder voor de specifieke rol die bepaalde actoren en de instellingen daarin vervullen. Via promotie moet het potentieel van Brussel als studentenstad sterker benadrukt worden.
  7. Er voor te zorgen dat het Nederlands in Brussel merkbaar aanwezig blijft.
  8. Veeleer dan te streven naar een bewuste gemeenschapskeuze van de burger bij het ontwikkelen van het beleid, te vertrekken vanuit de behoeften en de verzuchtingen van de burger in Brussel, ongeacht zijn thuistaal of afkomst.
  9. Te werken aan structurele en deugdelijke maatregelen, eerder dan te vervallen in campagnes, slogans en ‘leuke ideetjes’. Audiovisuele promotie kan wervend zijn maar is zelden zaligmakend.
  10. Het huisvestingsbeleid van de vzw Quartier Latin verder alle kansen te geven – zo ook te streven naar een uitbreiding van het aanbod – maar dat te reserveren voor die doelgroepen waarvoor ze initieel ook bedoeld waren namelijk studenten, pasafgestudeerden werkzaam in bepaalde sectoren zoals het onderwijs of de welzijns- en gezondheidssector en tot slot de werknemers in knelpuntberoepen.
  11. Beducht te zijn voor een al te grote proliferatie van allerhande structuren zoals steunpunten, platforms, raden enzovoort, omdat die de ondoorzichtigheid van de besluitvorming op den duur enkel maar versterken.
  12. Aanhoudend inspanningen te leveren inzake het aanbieden van voldoende praktische taallessen Nederlands voor specifieke beroepssectoren.
  13. De beleidsintentie om de NT2-lessen voor mensen die in Brussel gedomicilieerd zijn, gratis te maken, onverkort overeind te houden. Daarmee komt men uiteindelijk ook tegemoet aan de in 2007 al geuite vrees dat met de afschaffing van de vrijstelling voor het inschrijvingsgeld mensen zouden afhaken.
  14. Te zorgen voor het versterken van het naschoolse vrijetijdsaanbod in het Nederlands.
  15. Blijvend toe te zien op een correcte toepassing van de taalwetgeving.
  16. Verder te werken aan synergieën tussen de Vlaams-Brusselse media en na te gaan hoe zij ten volle kunnen worden benut in het kader van ‘city imaging’ en ‘city marketing’.
  17. Na te gaan hoe op de meest efficiënte wijze een communicatie kan worden gevoerd in verband met het Brusselse culturele aanbod.
  18. De uitbreiding van het aanbod van niet-gesubsidieerde kinderopvang in de hoofdstad te stimuleren.
  19. Werk te maken van een evaluatie van de geleverde inspanningen inzake de woonzorgzones, met inbegrip van het Kenniscentrum Woonzorg.

Deze met redenen omklede motie werd op 10 februari verworpen in de plenaire vergadering.

Met redenen omklede motie 205 Open Vld bij Beleidnota Brussel 2009-2014.

Dossierverloop

Beleidsnota Brussel 2009-2014 Pascal Smet.