Alcohol is een gesprek waard

Vaak neem je bij een diepgaand gesprek een goed glas wijn. Bij een moeilijk gesprek onder collega’s hoort een frisse pint, dan pas raakt de zaak uitgeklaard (reden waarom men binnen bepaalde ‘professionele’ teams en netwerken vrouwen als ‘lastig’ beschouwt of beschouwde, ze hebben immers niet de gewoonte om na de werkuren hun meningsverschil tussen pot en pint bij te leggen). Ik vind de tijd rijp om over dat glas – en meer specifiek over het gebruik van alcohol – een goed gesprek te hebben. Het kan best een moeilijk gesprek worden. Want veel mensen hebben een geschiedenis met alcohol. Sterker nog, een geschiedenis die liefst niet ter sprake komt. Toch wil ik er nu een aantal reflecties over op papier zetten (zonder een wetenschappelijk artikel te willen publiceren) met de bedoeling als politica een debat aan te zwengelen dat de taboes niet schuwt.

Op het thema alcoholmisbruik rust immers een serieus dubbel taboe. Een glas weigeren wordt vaak negatief beoordeeld (je bent een watje, of religieuze fundamentalist, of ex-verslaafde en dus in elk van deze gevallen een ‘loser’). Anderzijds wordt over mensen met een alcoholprobleem ook – soms genadeloos – smalend gedaan. Op zich is alcohol geen gigantisch probleem, het maakt deel uit van onze leefwereld, zelfs van de westerse cultuur, in die zin dat het voor ons nu eenmaal hoort bij lekker eten of bij een feest. De ‘prohibition’ is dus niet voor herhaling vatbaar, net zoals velen het niet realistisch achten dat de toegestane norm voor rijden en drinken nog strenger moet, waardoor je eigenlijk niks meer zou mogen drinken voor je de auto instapt. Volgens sommigen is dit een paternalistisch of moraliserend voorstel. Toch moeten we durven nadenken over de problemen die alcohol met zich meebrengt, de gangbare opinies en clichés omtrent drinken en de context waarin alcohol een rol speelt. Enkele instanties houden zich met de problematiek bezig en soms wordt het thema besproken in de media. Maar in de politieke wereld hoor ik er maar weinig over, tenzij het over oppervlakkige communicatie gaat inzake autorijden.

Misschien voeren politici niet graag een breder debat over alcohol, omdat het goedje alomtegenwoordig is in ons beroep. Onlangs haalde dit specifiek thema wel de kranten doordat een burgervader uit een restaurant moest weggedragen worden met een schrikbarend promille in de aderen. Een aantal mensen begon daarop uit de biecht te klappen over hun gevecht met de drankduivel. Probeer als politicus maar eens nee te zeggen tegen een vriendelijk aangeboden glas op eetfestijnen, jubileumvieringen en recepties. Daar komt bij dat je heel frequent aan dergelijke ‘sociale’ activiteiten gaat deelnemen. Het dient wel gezegd dat de vervrouwelijking van de politiek op dat vlak gezonde perspectieven biedt. Veel mensen verwachten van mannen nog steeds een ‘stoerdere’ levenswijze dan van vrouwen. Maar ook vrouwelijke kandidaten voor de komende lokale verkiezingen zullen de druk om mee te drinken ondervinden. Daarnaast zijn er natuurlijk veel vrouwelijke mandatarissen die de glaasjes cava lustig binnengieten. Graag alcohol drinken is zeker geen mannelijk fenomeen. Maar het valt me op dat mannen die een pint weigeren nog moeilijker op begrip kunnen rekenen. Daarom heb ik een grenzeloze bewondering voor mensen die hun gevecht met de fles bespreekbaar willen maken, ze zijn echt moedig, want stigmatisering loert om het hoekje.

Hoe zit het precies met alcoholconsumptie in ons land, los van de politieke wereld? Ruim 5% van de Belgen drinkt dagelijks meer dan gezond is voor hen. De British Medical Association hanteert als norm dat mannen die meer drinken dan 21 glazen en vrouwen die de 14 glazen alcohol per week overschrijden, hun gezondheid schaden. Dit lijkt veel, maar voor veel mensen is dit een ‘lichte week’. Zij zijn dus probleemdrinkers. In totaal zijn dat meer dan 500.000 Belgen. Huisartsen stellen bij 10% van hun patiënten alcoholproblemen vast. Dit gebeurt meer bij mannen (19%) dan bij vrouwen (4%). In Vlaanderen voldoet volgens de gezondheidsenquête van 2008 10% van de personen die alcohol drinken aan de normen van problematisch alcoholgebruik volgens de zogeheten 'CAGE-criteria': 13% mannen en 6% vrouwen. In verhouding komt het grootste aantal problematische alcoholgebruikers voor in de leeftijdsgroep 45-64 jaar.

Deze gegevens zijn afkomstig van de VAD (Vereniging voor Alcohol en andere Drugproblemen). Uit de vele gesprekken die ik de voorbije jaren met vrienden en kennissen voerde over dit thema, bleek vaak dat er veel misvattingen bestaan over wat nu precies ‘problematisch’ drankgebruik is. Veel mensen denken dat alleen de ‘dronkaards op café’ of de zakenmannen met een ‘klein flesje’ in hun binnenzak een probleem hebben. Elke dag drinken kan in mindere of meerdere mate afhankelijk maken, zonder dat men zich bewust is van een groeiend probleem. Niet iedereen wordt (snel) verslaafd. Maar het is wel zo dat wie verslaafd is nooit de intentie had om het te worden… bovendien uit niet elke drankverslaving zich op identiek dezelfde manier of leidt ze tot dezelfde situaties. Het probleem is complex en vergt veel kennis om aangepakt te worden.

Het eerste probleem is de onderkenning, weten hoeveel ‘teveel’ is. In de oktobereditie van het damesblad Feeling werd een reportage gewijd aan ‘Vrouwen en alcohol’. De dames die eraan meegewerkt hadden, kregen vragen voorgeschoteld over hun drinkgedrag dat ze drie weken minutieus opgeschreven hadden. Uit de bevraging bleek dat ze zelf wel wat schrokken van het aantal eenheden dat ze wekelijks consumeerden – gewoon bij de lunch, of om ’s avonds te ontspannen – wanneer ze te horen kregen dat ze de norm echt wel overschreden. Ten tweede moeten mensen terecht kunnen bij een expert die hun drankgebruik kan inschatten en – zo nodig – bijsturen. Zoals ik eerder zei, is de kennis over de risico’s van alcohol bij veel mensen beperkt. Dat doet bij mij de vraag rijzen of de zorgverstrekkers in ons land voldoende expertise hebben op het domein van drankmisbruik en de behandeling van probleemdrinkers. Bovendien moet het thema beter bespreekbaar worden, pas dan zal de informatie doorstromen en zullen mensen de juiste vragen beginnen stellen aan de zorgverstrekkers. Zo kan de zorg ook laagdrempelig worden. Uiteindelijk moet het taboe doorbroken worden. Iemand met een drankprobleem is geen zwakkeling, geen ‘loser’, maar iemand met een medisch probleem die verdient om geholpen te worden, en niet om met de vinger gewezen te worden of een lesje moraal te krijgen. Niemand blijft gespaard: man, vrouw, arm, rijk, … Bij studenten is het een sport. Ook jonge adolescenten drinken vaak al meer dan goed is voor hen.

Op de Nederlandse televisie zag ik ooit een spot over alcohol en kinderen. Het filmpje was noch choquerend, noch moraliserend. Maar de boodschap voor de kijker was duidelijk: kinderen moeten niet van wijn of bier proeven, ook niet op een feestje. Ze zijn er gewoon nog veel te jong voor, hun hersenen zijn nog in volle ontwikkeling en riskeren schade op te lopen. Wat in Nederland kan, moet ook elders kunnen. Met name mensen inlichten over de risico’s van alcohol drinken op jonge leeftijd, als kind en als puber. Niet om hen te laten voelen dat ze nog niet volwassen zijn, maar omdat we hun gezondheid niet willen schaden. Ook omdat het risico op verslaving groter wordt naarmate je jonger begint te drinken. Natuurlijk is de verboden vrucht verlokkelijk, daarom is goede informatie van groot belang, zowel voor de ouders als voor de kinderen. De samenleving is behoorlijk streng. De druk op veel mensen is soms hoog: je moet meekunnen, scoren, presteren en de gezelligste zijn. De factoren die verband houden met het gebruik en misbruik van alcohol zijn talrijk en zeer uiteenlopend. Om als volwassene te kunnen genieten van een lekker glas, is het nodig om met het thema alcohol in onze samenleving en in het zorgbeleid volwassen om te springen, in plaats van de kop in het zand te steken. Beter voorkomen – en genieten! – dan genezen…

Dit opiniestuk verscheen in de Liberales nieuwsbrief van 2 februari 2012.