Afschaffing taaltoets voor afwezige kleuters

Sinds het schooljaar 2010-2011 moeten vijf- of zesjarigen die onvoldoende aanwezig (minder dan 220 halve dagen) waren in de derde kleuterklas, een taaltest afleggen voor ze naar de lagere school mogen overstappen. Als hun kennis van het Nederlands niet voldoet, moeten ze een jaar in de kleuterklas overdoen. De bedoeling van de test was om meer kinderen naar het kleuteronderwijs te halen. Kinderen die onvoldoende aanwezig zijn in de kleuterklas, kampen immers te vaak met een taalachterstand en daardoor later – in de lagere school – met een leerachterstand.

Sinds het schooljaar 2010-2011 moeten vijf- of zesjarigen die onvoldoende aanwezig (minder dan 220 halve dagen) waren in de derde kleuterklas, een taaltest afleggen voor ze naar de lagere school mogen overstappen. Als hun kennis van het Nederlands niet voldoet, moeten ze een jaar in de kleuterklas overdoen. De bedoeling van de test was om meer kinderen naar het kleuteronderwijs te halen. Kinderen die onvoldoende aanwezig zijn in de kleuterklas, kampen immers te vaak met een taalachterstand en daardoor later – in de lagere school – met een leerachterstand.

Uit cijfers die Ann Brusseel heeft opgevraagd bij Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet blijkt dat deze taaltest zijn doel mist. Het aantal kleuters dat naar de kleuterklas gaat, blijft stabiel sinds de invoering van de taalproef. Ongeveer 97 procent van de vierjarigen gaat naar school. Bij de vijfjarigen loopt dat op tot 97,4 procent.
Voor het schooljaar 2011-2012 legden 456 kleuters de taalproef af. Een op de vijf kleuters slaagde niet. De thuistaal speelt daarbij een doorslaggevende rol: 94 procent van de kinderen die niet slaagden, spreekt thuis geen Nederlands.

Ann Brusseel: “Minister Smet erkent dat de taalproef knelpunten heeft. Uit zijn antwoord op mijn schriftelijke vraag blijkt dat de huidige regelgeving over de bijkomende toelatingsproef onvoldoende gekend is en dat deze niet door alle scholen wordt gedragen. Zo vallen heel wat scholen uit de lucht wanneer AgODi vaststelt dat een kind onterecht in het gewoon lager onderwijs ingeschreven is. Ook verstaan er heel wat misverstanden over de taalproef. Zo gaan sommige scholen er onterecht van uit dat ook andere (taal)proeven kunnen gehanteerd worden om te bepalen of een kind mag overgaan naar het gewoon lager onderwijs of dat een kind met Nederlandstalige ouders geen taalproef hoeft af te leggen. Ten slotte zijn er indicaties dat sommige scholen deze toelatingsvoorwaarden omzeilen. Ook worden niet alle taalproeven (tijdig) door de CLB’s geregistreerd.”

Vanaf volgend schooljaar wordt de taalproef afgeschaft omdat er een taalscreening komt in de lagere school. Elke leerling in het eerste leerjaar moet die taalscreening ondergaan nadat hij is ingeschreven. Op basis van die screening kan voor kinderen een aangepast taaltraject worden uitgestippeld, zoals een taalbad.
De meerderheidspartijen CD&V, N-VA en sp.a dienden in het kader van OD XXIV een voorstel in tot afschaffing van de taaltest dat vandaag in het Vlaams Parlement wordt besproken en normaal gezien nog voor de verkiezingen wordt goedgekeurd.

Ann Brusseel: “Ik ben blij dat de meerderheid het licht heeft gezien. De Vlaamse regering wilde vooral een politiek signaal geven over de anderstalige kleuters maar de taalproef was moeilijk werkbaar op het terrein, zoals ook blijkt uit het antwoord op mijn schriftelijke vraag. We moeten meer doen dan een proef of screening. Testen is niet genoeg: we moeten echt werk maken van een taalbeleid in de kleuterklas. Kleuteronderwijzers moeten leren omgaan met taaldiversiteit. Open Vld pleit ook voor een verlaging van de leerplicht naar drie jaar, maar dat is federale materie. Onze kleuterparticipatie ligt hoog, maar het zijn net de kinderen uit de sociaaleconomische zwakkere groepen die niet voldoende naar de kleuterschool gaan en dat weegt op hun latere schoolcarrière.”

Via deze link kunt u de vraag en het antwoord, met de cijfers terugvinden (SV 268).