Actualiteitsdebat uitspraken minister-president Peeters over het Brussels Gewest

Tijdens het actualiteitsdebat over de uitspraken van Vlaams minister-president Peeters over het Brussels Gewest kwam ook het capaciteitsprobleem in het Brussels onderwijs aan bod. Ann Brusseel riep minister Smet op om dit probleem daadkrachtig aan te pakken in plaats van "oorlogje" te voeren via de media.

Fragment uit het actualiteitsdebat van 6 april 2011.

Tijdens het actualiteitsdebat over de uitspraken van Vlaams minister-president Peeters over het Brussels Gewest kwam ook het capaciteitsprobleem in het Brussels onderwijs aan bod. Ann Brusseel riep minister Smet op om dit probleem daadkrachtig aan te pakken in plaats van "oorlogje" te voeren via de media.

Fragment uit het actualiteitsdebat van 6 april 2011.

De heer Luckas Van Der Taelen: Ik sluit me aan bij de heer Gatz. Wij zijn Brusselaars en kennen de Brusselse politiek een beetje. Ik wil opmerken dat staatssecretaris De Lille heeft opgeroepen tot kalmte en tot een constructief debat. Het is natuurlijk veel gemakkelijker om vanuit Vlaanderen op te roepen tot een soort politiek waarbij men om de anderhalve dag met slaande deur en zwaaiende vlag vertrekt uit de Brusselse Regering. Ik denk dat men op die manier niet veel bereikt voor de Vlaming in Brussel.

Mijnheer Demesmaeker, u had het daarnet over de Vlaamse Regering en over de positie van de Vlamingen in Brussel. Ik weet niet volgens welke recept u dat zult doen. Ik heb daarnet in mijn toespraak gezegd dat er de volgende jaren 150.000 nieuwe Brusselaars zullen bijkomen. Ik stel vast dat de Vlaamse Regering vooralsnog geen initiatief heeft afgekondigd over bijvoorbeeld het aantrekken van die nieuwe mensen tot ons onderwijs. De Vlaamse Regering weigert nog altijd nieuwe capaciteiten te geven om van die mensen eventueel nieuwe drietalige Brusselaars te maken. Dat zijn echt Vlaamsgezinde initiatieven. Wij kijken uit naar dat soort initiatieven van de Vlaamse Regering.

De voorzitter: Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet: Voorzitter, er is hier al een beetje Frans gesproken, ik zal dat nu ook doen. Mijnheer Gatz en mijnheer Van Der Taelen, ça suffit! U doet alsof de Vlaamse Gemeenschap niets doet in het Brusselse onderwijs. Ik wil daar nu eens drie dingen over zeggen.

Ikzelf en de minister-president hebben van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest en de Franse Gemeenschap moeten afdwingen dat er een gemeenschappelijke taskforce over het onderwijs komt. Het is een historisch feit dat de Vlaamse Gemeenschap aanvaardt dat het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest over een bevoegdheid die het eigenlijk niet heeft, de coördinatie mag uitoefenen om gezamenlijk het onderwijsprobleem of de uitdagingen in Brussel aan te pakken. Ik stel vast dat de tandem Picqué-Vanraes erin geslaagd is om die taskforce één keer op ministerieel en één keer op ambtelijk niveau bijeen te laten komen. De afgelopen vijf maanden zijn we niet meer bij elkaar geweest, ondanks herhaaldelijke vragen.

Ik moet lezen in de krant dat ik als minister van Onderwijs in deze Vlaamse Regering enkel maar over de problemen in het Antwerpse onderwijs, dat dan blijkbaar voor sommigen niet meer belangrijk is, spreek, en dat we enkel de capaciteitsproblemen in Antwerpen willen oplossen. Deze Vlaamse Regering heeft vorig jaar 7 miljoen euro uitgegeven voor de capaciteitsproblematiek in Antwerpen. We hebben – mijnheer Gatz, leer uw dossiers – 3,3 miljoen euro uitgegeven in Brussel. 3,3 miljoen euro! Daar komt gedurende de volgende tien jaar nog eens recurrent 2 miljoen euro per jaar bij. Dat is 23,3 miljoen euro extra voor het Brusselse onderwijs. Ik krijg eindelijk, na één jaar, van minister Vanraes een lijst.

De heer Sven Gatz: Leugenaar! Dat mag opgenomen worden in het verslag.

De voorzitter: Mijnheer Gatz, de minister heeft het woord. U kunt daarna repliceren.

Minister Pascal Smet: Voorzitter, ik noteer dat de heer Gatz me een leugenaar noemt. Ik zal met bewijzen aantonen dat wat ik zeg juist is. Daar zijn, mijnheer Gatz, ook mails bij van het kabinet van minister Vanraes. In uw plaats zou ik me heel ongemakkelijk beginnen te voelen.

U zit in een politiek spel waaraan ik niet wil meedoen. Deze Vlaamse Regering wil de onderwijsproblematiek in Brussel oplossen. Wij hebben ons geëngageerd. We doen dat ook tijdens de begrotingsopmaak 2011. Lees het verslag er maar op na. We hebben geld uitgetrokken. We hebben gezegd dat we tijdens de begrotingscontrole op basis van concrete dossiers opnieuw extra geld zullen uittrekken voor Brussel. Dat is de weg die we nu bewandelen.

Hier dus komen vertellen dat de Vlaamse Gemeenschap haar verantwoordelijkheid niet opneemt voor het onderwijs in Brussel, is niet eerlijk, is onjuist. We doen dat wel, zowel op het vlak van het engagement als in cijfers. We zullen dat ook in de toekomst doen.

Mijnheer Gatz, wij zijn nu met een oefening bezig. Het gaat er niet alleen om schooltjes te vullen met kinderen. We moeten ze ook goed onderwijs geven. U bent zeer veel bezig met beeldvorming. Deze Vlaamse Regering is niet bezig met beeldvorming, maar is bezig de problemen ten gronde op te lossen. Daarom zal ik me ook niet verlagen om met u politieke spelletjes te spelen. (Applaus)

De heer Sven Gatz: Veel woorden, weinig daden. Minister, schaam u!

De voorzitter: Ik heb niet gehoord wat u hebt gezegd.

De heer Sven Gatz: Veel woorden, weinig daden. Minister, schaam u!

Minister Pascal Smet: Dat zegt de man die kopstoten uitdeelt!

De voorzitter: De heer Delva heeft het woord.

De heer Paul Delva: Ik debatteer liever over het Nederlandstalig onderwijs in Brussel dan over de rest dat hier aan bod is gekomen, omdat ik het Nederlandstalig onderwijs in Brussel zeer interessant vind. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat het parlement vandaag, waarschijnlijk onbewust, door heel wat collega’s wordt gebruikt als een soort van megafoon voor een aantal uitspraken van Franstalige politici. En ik kan me ook niet van de indruk ontdoen dat als we vandaag niet spreken over de uitlatingen van de minister-president, zoals nu het geval is, de agenda van dit parlement werd vastgelegd door een aantal Franstalige politici. Ik betreur dat. We verdienen veel beter dan dat. (Applaus bij CD&V en bij de N-VA)

De voorzitter: Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel: Ik wou nog even reageren op wat de minister daarnet vol passie heeft gezegd. Minister, cher Pascal, ça suffit. (Rumoer)

Die discussie over de capaciteitsuitbreiding duurt inderdaad al een jaar, en nu komt u me in alle hevigheid vertellen dat u alle moeite van de wereld doet? Ik heb één eenvoudige vraag voor u. Als u dan al die moeite doet, waarom hebt u dan doodleuk aan een Brusselse krant verklaard dat het plan van minister Vanraes wat vaag is? Excuseer, dat plan is niet vaag! Het is duidelijk becijferd. Als u vorig jaar geld hebt uitgegeven aan het Brusselse onderwijs, dan was dat omdat het nodig was, omdat die kinderen anders vandaag op straat zouden zitten! U moet het probleem van het Brusselse onderwijs onder ogen willen zien. Ik stel voor dat we het hier niet verder uitvechten, want u voert hier een spel van politique politicienne op voor de camera’s! Dat moet gedaan zijn! Ik zou graag hebben dat we hierover een grondige discussie voeren in de commissie, dat u echt uw beloftes nakomt, dat u geen verklaringen in de pers aflegt over de lijsten van minister Vanraes, maar dat u die ernstig neemt en dat we er echt aan werken om al die kinderen een plaats te geven. Dat moeten we niet doen om er verkiezingen mee te winnen, maar omdat die kinderen recht hebben op onderwijs!

Lees hier het volledig verslag van het actualiteitsdebat over de uitspraken van Vlaams minister-president Peeters over het Brussels Gewest van 6 april 2011.