Academische bachelors voor de klas, alleen onder voorwaarden

Het parlementair reces is voor onze minister van Onderwijs, Pascal Smet, blijkbaar het geprivilegieerde moment om beslissingen te nemen en te communiceren. Met de vervelende parlementaire vragen over zijn beleidskeuzes rekent hij pas af in september.

Het parlementair reces is voor onze minister van Onderwijs, Pascal Smet, blijkbaar het geprivilegieerde moment om beslissingen te nemen en te communiceren. Met de vervelende parlementaire vragen over zijn beleidskeuzes rekent hij pas af in september.

Het toelaten van de academische bachelors als leerkrachten voor de eerste en tweede graad van het ASO, TSO, KSO en tot en met de derde graad van het BSO biedt geen duurzame oplossing voor de tekorten aan leerkrachten. Overigens, velen onder hen staan nu al in ‘tijdelijke’ lesopdrachten, ze raken alleen niet benoemd. Zoals Rik Torfs al zei, dergelijke beslissing draagt niet bij tot de hoognodige herwaardering van het lerarenberoep, integendeel. Ook de vakbond (COC) ziet in dat een academische bachelor niet bedoeld was als einddiploma. Enkel Chris Smits van het katholiek secundair onderwijs maakt dezelfde fout die de Vlaamse overheid voorheen vaker maakte: “Laat elke beschikbare kandidaat maar beginnen.” Voor mij is beschikbaar zijn verre van voldoende!

In combinatie met de vele andere halfslachtige oplossingen van de voorbije jaren wordt hiermee de daling van de kwaliteitseisen voor leerkrachten immers verder gezet. We hebben nu al veel mensen voor de klas met een ‘voldoende geacht’ diploma, in plaats van het ‘vereiste’ diploma. Versta hieronder niet alleen professionele en academische bachelors of masters, maar ook oude ‘graduaten’ uit het technisch hoger onderwijs, die met een D-cursus vakken geven waarvoor ze initieel niet opgeleid zijn. Sommige leerkrachten geven meer dan een jaar een ander vak dan hetgeen op hun diploma vermeld is, zonder verplicht te kunnen worden tot ook maar één uur bijscholing, noch in het vak, noch in de vakdidactiek. Kinesisten voor de derde graad fysica, industrieel ingenieurs voor wiskunde of klassiek filologen voor Frans of geschiedenis. Als je ooit een cursus wiskunde gestudeerd hebt, ken je het volgens de Vlaamse regelgeving voldoende om het vak te geven, zolang je maar een beetje pedagogische vorming gekregen hebt. Ondertussen hebben we een groot tekort aan geaggregeerde masters in exacte wetenschappen en wiskunde voor de klas en bijgevolg kiezen zeer weinig leerlingen voor studierichtingen exacte wetenschappen en wiskunde aan de universiteit. Dit is een negatieve spiraal. Is het zo dat Vlaanderen één van de vijf topregio’s van de EU wil worden?

Wat een schril contrast met de communicatie en het voluntarisme van Smet in 2010, toen hij stelde dat ons onderwijs meer Masters nodig had, vanaf de lagere school. En wat met de veelbelovende voorstellen over de nieuwe lerarenloopbaan, waarin sprake was van de ‘loopbaanladder’, met statuten voor de juniorleerkracht, de leerkracht, de expert-leerkracht? Van tafel geveegd, of was het maar een ballonnetje? Het was een goed voorstel. Een academische bachelor kan voor mij in dat model ‘inlopen’ op school als juniorleerkracht. Maar ik zie niet in hoe je zonder masterdiploma een trapje hoger op die ladder kan gaan. In Scandinavische landen wordt permanente bijscholing geëist van mensen die hun loopbaan startten met een masterdiploma. Ze hebben geen lerarentekort én hebben sterke leerkrachten. In plaats van de criteria te verlagen, moet het beroep aantrekkelijker gemaakt worden: bied goede lesopdrachten met werkzekerheid en een carrièreperspectief, maak ruimte voor bijscholingen en geef voldoende middelen aan didactische ondersteuning, elimineer de vele bureaucratische taken, professionaliseer de directies en betaal een mooi loon.