Aanpak knelpuntberoepen in Brussel

Vraag om uitleg van de heer Paul Delva tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de aanpak van knelpuntberoepen in Brussel en het initiatief ‘Plug-in Brussel’

De voorzitter : De heer Delva heeft het woord.

Vraag om uitleg van de heer Paul Delva tot de heer Pascal Smet, Vlaams minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel, over de aanpak van knelpuntberoepen in Brussel en het initiatief ‘Plug-in Brussel’

De voorzitter : De heer Delva heeft het woord.

De heer Paul Delva : Minister, i n het kader van ‘Brussel, stad van studenten’ werd tweemaal de activiteit ‘Plug-in Brussel’ georganiseerd. Dat is eigenlijk een Brusseldag voor afstuderen­den in knelpuntberoepen, zoals afstuderende verplegers of verpleegsters en leerkrachten. De bedoeling is om hen aan te sporen om te komen werken en eventueel zelfs te komen wonen in onze hoofdstad. Deze eendagshappening bestond uit een stadsspel, getuigenissen enzovoort.

Naar aanleiding van mijn schriftelijke vraag over de evaluatie van ‘Plug-In Brussel’ en de toekomst van dit evenement liet u weten dat dit in 2009 niet werd georganiseerd, ik citeer: “op basis van de evaluatie van de tweede editie (gevoed door de studenten en docenten de dag zelf en gespreksmiddagen met opleidingsverantwoordelijken van de hogescholen achteraf)”. U zegt in uw antwoord – en ik kan me daar volledig in vinden – dat er twijfel rees of ‘Plug-in Brussel’ inhoudelijk voldoende zou toevoegen aan het bestaande informatie­aanbod, aangezien enerzijds Brussel als werkterrein steeds meer aandacht kreeg binnen de opleidingen en anderzijds de hogescholen zelf Brussel meer promoten als aantrekkelijke werkplaats dan vroeger. Voor de opleidingen in de medische sector bijvoorbeeld is er het project ‘H-team’: verplegers van verschillende Brusselse ziekenhuizen promoten hun beroep in Vlaamse secundaire scholen in Brussel en de Rand.

Dat zijn allemaal goede initiatieven. U had ten tijde van het antwoord op mijn schriftelijke vraag echter nog geen gesprekken gevoerd met de opleidingsverantwoordelijken van de betrokken opleidingen over de manier waarop de doelstelling om Brussel te promoten als werkplaats voor afgestudeerden, het best kan worden gerealiseerd. Dat is natuurlijk een heikele opdracht en allesbehalve evident. Ik vind het goed dat daarover wordt gesproken en dat de minister daarbij betrokken zou worden. U had daarom ook nog geen beslissing genomen over het voortbestaan van het evenement ‘Plug-in Brussel’. Er werd wel beslist dat het Vlaams Overlegplatform Hoger Onderwijs Brussel (VLOPHOB) een gezamenlijke communicatiestrategie zal uittekenen voor het Vlaams-Brussels hoger onderwijs bij laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs. Dat stelt u ook in uw antwoord.

Ik heb daarover een aantal vragen. ‘Plug-in Brussel’ is maar een aanleiding om mijn vragen te stellen, want het punt is natuurlijk de invulling van knelpuntberoepen en de wijze waarop we daarop kunnen inspelen met de bevoegdheden van de Vlaamse Gemeenschap. Het is een terugkerend onderwerp, maar het is zo belangrijk dat het wel nuttig is om er af en toe een gesprek over te hebben.

Hebt u het gesprek met de opleidingsverantwoordelijken om Brussel te promoten als werkplaats voor afgestudeerden al opgestart? Met welke opleidingsverantwoordelijken hebt u een gesprek? Wat bespreekt u in dit overleg? Hebt u al een beslissing genomen om ‘Plug-In Brussel’ te hernemen, al dan niet in een ander concept? Zo ja, kunt u dit verder toelichten? Kunt u een stand van zaken geven over de communicatiestrategie van het VLOPHOB? Zit er daar al duidelijkheid in: met welke actoren zal die strategie uitgebouwd worden? Wordt de VGC hierbij betrokken? Hoe ziet de strategie er eigenlijk uit? VLOPHOB kan eigenlijk een belangrijke actor worden, natuurlijk rekening houdend met het feit dat bij de laatste begroting 1 miljoen euro werkingsmiddelen geschrapt werden bij VLOPHOB. Heeft dat een implicatie op de rol die VLOPHOB kan spelen of krijgen ze hiervoor extra middelen?

Verder vraag ik me af of u al een zicht hebt op de aanpak van het lerarentekort, in het bijzonder in Brussel. Dat is een punt dat ons al een hele tijd bezighoudt. Ik weet dat u daarmee bezig bent en dat u een aantal denksporen, zoals de Brusselpremie, niet wenst te volgen. Is er ondertussen al klaarheid over eventuele andere denksporen? Kunt u een overzicht geven van de maatregelen die u al hebt genomen in het kader van het vraagstuk van de invulling van andere knelpuntberoepen in Brussel? Veel van die beroepen situeren zich in de medische sector. Dat is dus eigenlijk een vraag naar de stand van zaken.

De voorzitter : Minister Smet heeft het woord.

Minister Pascal Smet : Ik heb nog geen overleg gehad met de opleidingsverantwoordelijken van de betrokken opleidingen hoe we de doelstelling om Brussel te promoten als werkplaats voor afgestudeerden het best kunnen realiseren. Er is dan ook nog geen eindbeslissing ter zake genomen. Ik herhaal nog eens waarop u zelf al allusie hebt gemaakt, namelijk dat er door Onthaal en Promotie Brussel (OPB) en het aangestelde communicatiebureau vier gespreksmiddagen zijn georganiseerd met de opleidingsverantwoordelijken van de hogescholen over de gehaalde doelstellingen en over de toekomst van het initiatief. Er werd toen al aangegeven dat er ernstige vragen waren over de inhoudelijke meerwaarde van het evenement. Ik wacht nog op de concrete invulling. Ik heb nog geen plan gekregen van wat het Vlaams Overlegplatform over onderwijs in Brussel met betrekking tot het onthaalbeleid en de communicatiestrategie naar laatstejaarsleerlingen gaat voorstellen. Ik moet wachten tot ze me dat geven.

De vermindering van 2 naar 1 miljoen euro was een budgettaire operatie in die zin dat het werkingsjaar werd afgestemd op het kalenderjaar, en dat er eigenlijk niet minder geld wordt gegeven. Er is in 1 miljoen euro voorzien voor 2010 en in 2009 heeft men 2 miljoen euro gekregen voor een halfjaar. Men heeft met andere woorden toch voldoende geld en aangezien het juist een van de opdrachten van VLOPHOB is om een gezamenlijke communicatiestrategie uit te werken, moet er ook niet in bijkomende middelen worden voorzien. Dat is juist wat VLOPHOB moet doen. Op dat vlak is er geen probleem.

Wat het lerarentekort betreft, hebben we al verkennende gesprekken met de vakbonden gehad. We hebben uitdrukkelijk gesteld dat we dat moeten inpassen in de lerarenloopbaan­problematiek in de grootsteden in het algemeen en in Brussel in het bijzonder. Dat gesprek zal opgestart worden. We geven nu wel eerst prioriteit aan onderhandelingen met de vakbonden over Onderwijsdecreet XX, dan over de cao en dan zullen we beginnen met de hele problematiek van de lerarenloopbaan. U weet dat het mijn bedoeling is om over 2 jaar tot een pact voor de komende 10 jaar te komen, waar onder andere ook Brussel in wordt opgenomen. U weet dat heel de regeling over de Brusselpremie bij de vakbonden toch bijzonder gevoelig lag. Daarover zijn heel veel vragen gesteld. Dat debat loont en is in een informele fase opgestart. Het zal na de zomer formeler voortgezet worden.

Voor de concrete maatregelen verwijs ik naar mijn antwoord op uw schriftelijke vraag van oktober 2009. Ik denk dat daar alle concrete initiatieven opgesomd staan.

De voorzitter : De heer Delva heeft het woord.

De heer Paul Delva : Ik heb eigenlijk niet goed begrepen wat er nu gebeurt met ‘Plug-In Brussel’. Is daar nu een beslissing over genomen?

Minister Pascal Smet : Daar is nog geen beslissing over genomen.

De heer Paul Delva : Dat is dus hangende. Ik weet dat alles wat te maken heeft met knelpuntberoepen, ingewikkeld is en dat het niet altijd gemakkelijk is om op voorhand resultaten van een bepaalde actie af te wegen. Ik vond het persoonlijk wel een goed initiatief. Er waren vele honderden mensen in geïnteresseerd en het was een van de weinige echt tastbare dingen op het terrein. Ik begrijp dat het in vraag gesteld wordt. Alles moet in vraag worden gesteld en geëvalueerd. Ik hoop dat, als de beslissing genomen wordt om het niet meer te organiseren, men daar echt wel gegronde redenen voor heeft.

Minister, hebt u in verband met de specifieke aanpak van het lerarentekort in Brussel een tijdspad van 2 jaar naar voren geschoven? Is dat wat u bedoelt?

Minister Pascal Smet : We zullen zien of voordien nog iets kan gebeuren. Het is de bedoeling het globale pact binnen 2 jaar af te werken. We moeten iets specifieks voor Brussel en voor de andere grootsteden doen. De problematiek beperkt zich niet tot Brussel. We zullen dat in de loop van de komende weken en maanden zien. Als we iedereen willen meekrijgen, lijkt het me belangrijk dit een plaats in het loopbaanpact te geven. We moeten in een kader voorzien. Dat betekent niet dat alles op de uitvoering van een nog af te sluiten globale pact moet wachten. Dat is iets heel anders. Ik wil me hier vandaag niet op vastpinnen. Het is belangrijk over een kader te beschikken.

De heer Paul Delva : Ik neem akte van de termijn van 2 jaar. Ik hoop dat we voordien al een aantal concretere elementen in handen krijgen. We weten dat het lerarentekort zich niet enkel in Brussel manifesteert. Er is ook een tekort in de andere steden en zelfs in een aantal plattelandsstreken. Het tekort is schrijnend. Ik hoop dat we hier snel werk van kunnen maken.

De voorzitter : De heer Van Rompuy heeft het woord.

De heer Eric Van Rompuy : Gaat het om een promotiecampagne in de Vlaamse secundaire scholen in Brussel en in de Vlaamse Rand? Is het de bedoeling de laatstejaarsleerlingen te vertellen dat ze voor het beroep van leraar in Brussel moeten kiezen? Wat is eigenlijk de bedoeling? Ik ben niet mee. Is ‘Plug-in Brussel’ een campagne in de hogescholen waar de opleidingen tot verpleger of onderwijzer worden gegeven? Worden daar de mogelijkheden in Brussel naar voren gebracht?

De heer Paul Delva : ‘Plug-in Brussel’ richt zich tot afstuderenden in het hoger onderwijs. Het gaat om de knelpuntberoepen, zoals verpleger en leerkracht. Dat heeft natuurlijk het nadeel dat het om een eendagsevenement gaat. We proberen Brussel gedurende een dag als een interessante werkplaats te promoten. Het gaat om mensen die bepaalde studies volgen en daar hun beroep van kunnen maken.

Minister Pascal Smet : We moeten nog een vraag beantwoorden. Er zijn mensen die in Brussel hebben gestudeerd en die na hun studies nog niet beseffen dat Brussel een aantrekkelijke woon-, uitgaans- en werkstad is. Wat zal een campagne met een foldertje hier wezenlijk aan veranderen? We kunnen mensen oproepen om hier te komen studeren. Ditmaal gaat het echter om mensen die hier studeren. We voeren campagne om hen te vertellen hoe goed het in Brussel is. Als ze hier al jaren hebben gestudeerd en verbleven, zouden ze al overtuigd moeten zijn. Dit is een van de existentiële vragen die we moeten beantwoorden. Wat is op dat ogenblik de toegevoegde waarde van die campagne? Mensen die hier studeren, vinden het hier vaak interessant en besluiten vaak te blijven. Dat is de normale gang van zaken. Zo gebeurt het op veel plaatsen in Vlaanderen. (Opmerkingen van de heer Willy Segers)

De voorzitter : Mevrouw Brusseel heeft het woord.

Mevrouw Ann Brusseel : Ik wil dit even nuanceren en tegelijkertijd een optimistische noot toevoegen. Brussel is zo divers dat sommige studenten misschien niet al het goede hebben gezien. Misschien hebben ze hier niet op kot gezeten. Er zijn verschillende redenen waarom studenten blijven of plots weer vertrekken. Persoonlijk ben ik na mijn studies gebleven omdat hier veel te beleven valt. Het kan echter nuttig zijn op de kansen op werk te wijzen. Jongeren hebben daar niet altijd een idee van. Ze krijgen langs alle kanten informatie. Niet alle informatiekanalen zijn even betrouwbaar. Op jonge leeftijd kiezen mensen niet steeds voor het betrouwbaarste informatiekanaal. Als er knelpuntberoepen zijn, is het goed dat de Vlaamse overheid hierover communiceert. We moeten op dit vlak optimistisch zijn. We moeten natuurlijk ook rationeel zijn. Dat klopt. We mogen ons optimisme echter niet verliezen. (Opmerkingen)

De voorzitter : De heer Segers heeft het woord.

De heer Willy Segers : Ik ken niet alle technieken die verband houden met dit project. Ik neem aan dat het om een terecht initiatief gaat. Los van de evaluatie van dit project, wil ik echter nog een algemene bedenking over de promotie van knelpuntberoepen maken. Ik hoop uiteraard dat dit punt binnen de kortste keren op de agenda terechtkomt. Aangezien ik zelf gedurende 20 jaar in een Brusselse hogeschool actief ben geweest, kan ik uit eigen ervaring getuigen. Ik ken ook de ervaringen van de andere Brusselse hogescholen.

Dit aspect vormt geen onbelangrijk onderdeel van de wervingscampagne voor nieuwe studenten. Het is de bedoeling mensen uit Brussel, uit de Vlaamse Rand of zelfs uit heel Vlaanderen aan te trekken. We moeten hen erop wijzen dat Brussel afgestudeerden heel wat te bieden heeft. Mijn vraag heeft natuurlijk meer betrekking op het beleidsdomein Onderwijs. De Vlaamse overheid zou een ondersteunende campagne kunnen opzetten. Dit zou minstens vanuit Brussel moeten gebeuren.

Destijds was er een wervende samenwerking van het hoger onderwijs in Brussel. Toen werden in dat verband infodagen georganiseerd. Nu zijn dat Brabantse infodagen, die in Leuven plaatsvinden. De scholen rond Brussel trekken voor hun informatie naar Haasrode, in de buurt van Leuven. Daar moeten we eens over nadenken. Dat zou in de discussies over de promotie van Brussel aan bod moeten komen.

De voorzitter : Het incident is gesloten.

Tussenkomst VOU 1088 P. Delva – Aanpak knelpuntberoepen in Brussel en het initiatief 'Plug-in Brussel'